Spring naar inhoud

Bijlagen

Bijlage 1: Vergaderingen raad van toezicht

De raad van toezicht heeft overlegd met het college van bestuur op 30 maart, 15 juni, 28 september en 14 december. Daarnaast heeft het college van bestuur vier keer overlegd met de commissie financiën en vier keer met de commissie onderwijs. De commissie governance heeft diverse gesprekken gevoerd met het college van bestuur en met de individuele bestuursleden.

Onderwerp Besluit Goedkeuring gegeven Vaststellen Informatie ontvangen
Rapportage Q4 2021       30/mrt
Corona       30/mrt
Wetten BHB en WBTR       30/mrt
Besturen is vooruitzien       30/mrt
Rooster van aftreden leden RvT     30/mrt  
Van kwartaal naar tertiaal rapportages   30/mrt    
Jaarverslag 2021   15/jun    
Goedkeuring bestemming resultaat   15/jun    
Verlening decharge aan cvb en rvt   15/jun    
Statutenwijzing a.g.v. de wetten BHB en WBTR   15/jun    
Wijziging bestuursreglement a.g.v.de wetten BHB en WBTR   15/jun    
Wijziging reglement raad van toezicht a.g.v.de wetten BHB en WBTR 15/jun      
Rapportage T1       15/jun
Contouren van de kaderbrief       15/jun
Accountantsverslag over het boekjaar 2021       15/jun
Kaderbrief       28/sep
Groei VMBO       28/sep
Herstelonderzoeken inspectie       28/sep
Rapportage T2 2022       14/dec
Regionale Plannen Onderwijsvoorzieningen       14/dec
Concept Management Letter       14/dec
Strategische personeelsplanning       14/dec
Begroting 2023   14/dec    
Bezoldigingsklasse 2022     14/dec  
Vergoedingen RvT 2023 14/dec      

Bijlage 2: Nevenfuncties toezichthouders en bestuursleden

Dhr. J. Brink, toezichthouder

Naam organisatie KvK nr. Functie Betaald/
niet betaald
Tijdvak 2022
Jan Brink TCT 73293393 Eigenaar Betaald 01.01 - 26.12
Curios BV 80796621 Eigenaar Betaald 01.01 - 31.12
Siip Group BV 81541805 Directeur Betaald 01.02 - 31.12
Metricks VOF 81031882 Mede-eigenaar Betaald 01.01 - 31.12
Rode Kruis District IJsselland 40409352 Voorzitter niet betaald 01.01 - 31.12
Stichting Stadsproductie Zwolle 66830273 Voorzitter niet betaald 01.01 - 31.12
Stichting Turnacademie Regio Zwolle 83314210 Bestuurslid niet betaald 01.01 - 31.12

Dhr. M. Geessink, toezichthouder

Naam organisatie KvK nr. Functie Betaald/
niet betaald
Tijdvak 2022
Maatschap Ros Managementregie 9186626 Directeur Betaald 01.01 - 31.12
Hemstea Wijnen B.V. 9102986 Directeur Betaald 01.01 - 31.12
Hooge Raedt Groep B.V. 50037226 Directeur Betaald 01.01 - 31.12
Hooge Raedt Social Venture B.V. 32124832 Directeur Betaald 01.01 - 31.12
Stichting Cool Classic Challenge 53889029 Voorzitter Niet betaald 01.01 - 31.12
Vereniging van Eigenaren Redoute 20 Groenlo   Voorzitter Onbetaald 01.01-31.12

Dhr. I. Konings, toezichthouder

Naam organisatie KvK nr. Functie Betaald/
niet betaald
Tijdvak 2022
Collegamento   Organisatieadviseur Betaald 01.01- 31.12

Dhr. J.R. Meesters, toezichthouder

Naam organisatie KvK nr. Functie Betaald/
niet betaald
Tijdvak 2022
Gebiedscooperatie Zuidwet Drenthe   algemeen bestuurslid Niet betaald 01.01 - 31.12
Landbouwbedrijf Meesters 1149292 Eigenaar Betaald 01.01 - 31.12
Sectortafel Agro en Food   Algemeen lid stuurgroep Niet betaald 01.01 - 31.12
Intoagri services BV 71395415 Mede-eigenaar (17%) Betaald 01.01 - 31.12
Intoagri BV 82266395 eigenaar 17% Betaald 22.03 - 31.12
Regio Zwolle Incubator   Ingezete Niet betaald 01.01 - 31.12
Living Wave company/MeestersinAgri, consultancy 1149292 Eigenaar Betaald 01.01 - 31.12
Gemeenteraadslid Meppel   Raadslid Betaald 01.01 - 31.12
Maura BV 78106206 eigenaar 50% Betaald 01.01 -31.12

Mw. J. Nuys, toezichthouder

Naam organisatie KvK nr. Functie Betaald/
niet betaald
Tijdvak 2022
JNU 66064163 Eigenaar Betaald 01.01 -31.12

Mw. D.C.M. Schwartz, toezichthouder

Naam organisatie KvK nr. Functie Betaald/
niet betaald
Tijdvak 2022
Hanzehogeschool Groningen 41012703 Directeur Betaald 01.01 - 31.12

Mw. K. Pullen, voorzitter college van bestuur

Naam organisatie KvK nr. Functie Betaald/
niet betaald
Tijdvak 2022
Stichting Ygdrasil   Voorzitter Raad van Toezicht Betaald 01.01-31.12

Dhr. B. Pastoor, lid college van bestuur

Naam organisatie KvK nr. Functie Betaald/
niet betaald
Tijdvak 2022
Countus Groep B.V. 5059716 Raad van Commissarissen (Vice voorzitter) Betaald 01.01 - 31.12
Rabobank Heerenveen - Zuidoost Friesland   Raad van Commissarissen (lid) Betaald 01.01 - 31.12
Zonneweide Familie Groen-Bisschop Holding   Voorzitter Stak Aandelen Betaald 01.01 - 31.12
ELI Consult   Directeur eignaar Betaald 01.01 - 31.12

Bijlage 3: Jaarverslag ondernemingsraad

In 2022 had de ondernemingsraad 13 leden.

Loes Bloemberg Gerrit Strijbis
Peter Breidenbach Wilco Struiksma
Tako During Anne Marie Timmerije
Lex Meijer Eric Jan Venema
Martin Mulder Mariska Vijvers Roosink
Johan Schuppert Saskia Vliegen Leutscher
Jan Steverink

De OR overlegt plenair in de OR-vergaderingen. Met de bestuurder overlegt de OR in zes zogenaamde overlegvergaderingen Daarnaast vergaderen de voorbereidingscommissies Financiën, HR/personeelszaken, Veiligheid/Welzijn/Gezondheid/Milieu/Duurzaamheid en Onderwijs tienmaal per jaar. Alvorens de OR tot besluitvorming overgaat, worden voorgenomen besluiten in een kleinere OR-setting uitvoeriger behandeld in de voorbereidingscommissie.

Thema's

Wat zegt de OR hierover

Financiën

Via de voorbereidingscommissie Financiën is de OR steeds goed aangesloten op de financiële gang van zaken middels T(ertiaal)-rapportage, jaarrekening, kaderbrief 2022 en begroting. Over de begroting 2022 heeft de OR advies uitgebracht:

  • Aandacht voor de financiële positie van Groei.zone
  • Duidelijke koppeling van activiteiten aan financieringsbronnen (reguliere lumpsum bekostiging, tijdelijke (project-)subsidies (bijv. NPO)

HR/personeelszaken

De voorbereidingscommissie HR heeft steeds in nauw contact gestaan met de stafafdeling HR. Waar mogelijk en gewenst was er ruimte voor commissieleden om deel te nemen in klankbord- of werkgroepen (o.a. FUWA, SPP). De OR wacht met smart op Strategisch Personeels Beleid. Van dit integrale beleidsonderdeel zijn met name Strategische Personeelsplanning en Vitaliteit aan de orde geweest. Overige bespreekpunten:

  • Fietslease plan
  • Zone OV
  • Promoties van docent A naar docent B in het mbo

Veiligheid/ Welzijn/ Gezondheid/ Milieu/Duurzaamheid

De voorbereidingscommissie VWGMD staat in nauw contact met de manager facilitair en de projectleider duurzaamheid. In 2022 is opnieuw veel aandacht geweest voor het dossier preventiemedewerker en (nieuwe) huisvesting in Almelo en Zwolle. Het ontbreken van een strategische visie op huisvesting maakt het gesprek hierover moeilijk. Het doen van (extra) investeringen in duurzaamheid, wendbaarheid en flexibiliteit kan leiden tot extra huisvestingskosten, wat weer ten koste kan gaan van formatie en onderwijskwaliteit. Praktijk-rijk leren in het mbo moet op termijn leiden tot lagere huisvestingskosten, maar leidt in de huidige situatie tot extra kosten. De OR is van mening dat praktijk-rijk leren een verbetering van de onderwijskwaliteit moet opleveren en niet alleen een verschuiving van locatie of een besparing op huisvesting.

Onderwijs

De voorbereidingscommissie Onderwijs heeft met regelmaat overleg met leidinggevenden vmbo en mbo over kwesties als projectvoortgang en keuzes voor het opleidingsaanbod mbo. Voorts is aangestuurd op een nadrukkelijker rol van de werkvloer bij organisatorische en onderwijskundige keuzes bij de opzet van de VMR en hGL. In 2022 presenteerden de projectmanagers de stand van zaken. Ten slotte is overleg geweest met de betrokken examensecretarissen over de examenreglementen van respectievelijk vmbo-vmr-hGL en het mbo.

Bijlage 4: Centrale studentenraad mbo

Overleg

In 2022 heeft de centrale studentenraad zeven keer overlegd. Daarbij zijn de volgende onderwerpen besproken:

  • Corona
  • Werving nieuwe leden
  • Bezoek minister Dijkgraaf
  • NPO
  • Grensoverschrijdend gedrag
  • Mbo-talent
  • Mbo van de toekomst
  • Keuzedeel invloed en medezeggenschap
  • Huisvesting mbo
  • Begroting 2023. De studentenraad heeft ingestemd met de hoofdlijnen van de begroting 2022.

Samenstelling

De studentenraad bestaat uit vijf personen:

  • Jules Leliveld
  • Laura Schiphorst
  • Jeroen Elsman
  • Fenne van Benthum
  • Ilse Brugman

Bijlage 5: Ouder Bestuur Commissie

De dialoog met ouders vindt op twee niveaus plaats. Op elke locatie wordt de dialoog gevoerd met een Ouder Advies Commissie. Op bestuursniveau vindt de dialoog plaats met een Ouder Bestuur Commissie Financiën en met een Ouder Bestuur Commissie Onderwijs.

In 2022 heeft het bestuur twee keer overleg gehad met de beide commissies samen en een keer met alleen de Commissie Onderwijs. Daarbij is met name gesproken over de doorwerking van het maatschappelijke thema 'grensoverschrijdend gedrag' in onze scholen en hoe daar mee om te gaan. Daarnaast is stilgestaan bij de enorme groei van de instroom binnen het vmbo en dilemma's die daaruit volgen op het gebied van huisvesting en toelatingsbeleid. Tenslotte zijn de ouders geïnformeerd over de voortgang uitvoering NPO-plannen, hebben zij ingestemd met de hoofdlijnen van de begroting 2023 en is het jaarverslag 2021 met hen besproken.

Samenstelling Commissie Onderwijs

Mw. R. Hoogendoorn - Feikens Vmbo Enschede
Mw. M. Harkink Vmbo Borculo
Dhr. P. de Zeeuw Vmbo Twello
Mw. L. Koenderink Vmbo Almelo
Mw. I. Koot Vmbo Zwolle

Samenstelling Commissie Financiën

Dhr. D. Vermeij Vmbo Enschede
Mw. A. Reumer Vmbo Twello
Mw. M. Piggen Vmbo Almelo

Bijlage 6: Examenverslag mbo 2021-2022

Examenorganisatie

Zone.college heeft de organisatie van de examinering zodanig ingericht dat de kwaliteitsdoelstellingen van Zone.college ten aanzien van de examinering kunnen worden verwezenlijkt en dat wordt voldaan aan de wettelijke eisen. Het gaat hierbij om de organisatorische vormgeving van het proces van examinering en tevens om verdeling van taken en verantwoordelijkheden over de verschillende actoren in het examineringsproces, rekening houdend met kwaliteitswaarborgen. Voor de kwaliteitsborging heeft het bevoegd gezag van Zone.college examencommissies ingesteld met vastgestelde taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Eindverantwoordelijke voor het proces van examinering is het bevoegd gezag. In de examenstructuur bij Zone.college zijn voor het mbo te onderscheiden:

  • het college van bestuur (cvb) als bevoegd gezag;
  • de examencommissie mbo, ondersteund door een werkgroep examinering mbo (WEM), productauditoren (inhoudelijke vaststellers) en het examenbureau mbo;
  • een commissie van beroep voor de examens.

Om de kwaliteit van de examencyclus te waarborgen, is geïnvesteerd in de deskundigheidsbevordering van iedereen die hierin een rol speelt.

Valide examinering

Voor de instellingsexamens worden valide exameninstrumenten ingezet, die worden afgenomen in de voorgeschreven examenomstandigheden. De examenproducten die wij in het schooljaar 2021-2022 hebben ingezet voor het examineren van het beroepsspecifieke deel in de mbo-opleidingen, zijn ingekocht bij de Groene Norm. Voor het examineren van de generieke taal- en rekeneisen hebben we examens ingekocht bij ICE. In enkele uitzonderingsgevallen is geëxamineerd met examens die binnen Zone.college zijn ontwikkeld. Het betreft hier examens die zijn afgenomen voor de keuzedelen. De (overgangsperiode voor de) valideringsroute voor het ontwikkelen van examens volgens de collectieve afspraken in de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO), is op deze examens nog niet van toepassing.

De examenprogramma’s en (ingekochte) producten zijn vastgesteld volgens onze procedures op basis van de procesarchitectuur examinering van het Kennispunt Onderwijs en Examinering Mbo. Voor de Centrale Examens (CE’s) Taal en Rekenen zijn procedures en instructies vastgesteld voor de afname en de logistieke processen rond die afname.

Resultaten beroepsspecifieke examens

Bij de afname van de beroepsspecifieke examens worden de kerntaken van de kwalificatie beoordeeld. Deze examens zijn beoordeeld in de digitale examentool van de Groene Norm. Van deze examens wordt in de volgende tabel weergegeven hoe vaak het eindoordeel van een kerntaak (evt. na herkansing) met goed, voldoende of onvoldoende is beoordeeld.

Resultaten beroepsspecifieke examens

Totaal aantal beoordelingen goed voldoende onvoldoende
2400 1243 1677 110
100% 41% 55% 4%

Resultaten centrale examens taal en rekenen

In onderstaande tabel staan de resultaten voor Nederlandse taal en Rekenen in het schooljaar 2021-2022 die we met de examensoftware Facet hebben afgenomen. Hieruit valt op dat onze kandidaten voor Engels B1 duidelijk onder het landelijk gemiddelde zitten, maar daarentegen de kandidaten voor Engels B2 hoger scoren dan het landelijk gemiddelde. Nog een kanttekening is dat veel onvoldoendes na één of twee herkansingen zijn omgezet in voldoendes.

Resultaten centrale examens taal en rekenen

Mbo niveau Vak aantal kandidaten gemiddeld percentage voldoendes gemiddelde score Zon.college range gemiddelde score landelijk
1, 2 en 3 Nederlands 2F 337 6,6 84% 60 60-62
1 en 2 Rekenen 2A 7 5,6 57% Voor deze examenvarianten publiceert het college voor toetsen en examens geen vaardigheidsscores  
1 en 2 Rekenen 2AER 5 6 100% Voor deze examenvarianten publiceert het college voor toetsen en examens geen landelijke vaardigheidsscores  
1,2 en 3 Rekenen 2F 610 5,2 41% 40 Voor deze examenvarianten publiceert het college voor toetsen en examens geen landelijke vaardigheidsscores
1,2 en 3 Rekenen 2ER 24 4,4 38% Voor deze examenvarianten publiceert het college voor toetsen en examens geen landelijke vaardigheidsscores  
4 Nederlands 3F 484 5,6 54% 47 46-48
4 Rekenen 3F 473 5 33% 39 Voor deze examenvarianten publiceert het college voor toetsen en examens geen landelijke vaardigheidsscores
4 Rekenen 3ER 9 4,3 33% Voor deze examenvarianten publiceert het college voor toetsen en examens geen landelijke vaardigheidsscores  
4 Engels B1 500 7,2 85% 482 505-511
4 Engels B2 115 6,6 78% 582 554-570

Opmerkelijke zaken

  • Het beleidsdocument ‘Uitvoering examinering mbo tijdens Corona’ is vastgesteld door bevoegd gezag.
  • Aanpassingen in de (uitvoering) van de examinering t.g.v. COVID-19 zijn goedgekeurd door de examencommissie.
  • Van het totale aantal van 1028 gediplomeerden, hadden slechts enkele kandidaten niet voldaan aan de keuzedeelverplichting. Doordat dit het gevolg was van COVID-19, kwamen deze kandidaten wel in aanmerking voor een diploma.
  • Vanwege de situatie als gevolg van COVID-19 is voor twaalf niet-geslaagde studenten een positief afrondingsadvies afgegeven naar een hbo-instelling.
  • Er is in dit schooljaar één bezwaarschrift ingediend en afgehandeld door de examencommissie. Deze kandidaat is na afhandeling van het bezwaar niet in beroep gegaan.

Bijlage 7: Risico-controlmatrix

De risico-controlmatrix is een overzicht dat inzichtelijk maakt:

  • welke (top)risico’s we lopen op (sturings)aspecten, te weten klant, onderwijs, personeel en middelen/budget;
  • welke beheersmaatregelen zijn genomen, gecategoriseerd naar de vier onderscheiden (sturings)aspecten;
  • op welke risico’s een beheersmaatregel impact heeft.

Bijlage 8: Nationaal Programma Onderwijs (NPO)

Inleiding

Het Nationaal Programma Onderwijs is het investeringsprogramma dat door het kabinet is ingezet om de gevolgen van de coronacrisis voor leerlingen/studenten op te vangen.

In eerste instantie zou dit programma in 2021 en 2022 moeten worden ontwikkeld en ingezet. Door de aanhoudende pandemie en de moeite met het vinden van extra personeel om vorm en inhoud te geven aan de NPO-programma’s zijn plannen echter getemporiseerd of uitgesteld. Daarom is begin 2022 de bestedingstermijn van het Nationaal Programma verlengd. Voor het vo met twee schooljaren, dus ook in 2023/2024 en 2024/2025 mogen de middelen nog worden besteed aan de interventies van de menukaart. Voor het mbo is de bestedingstermijn met een jaar verlengd. De middelen kunnen in het mbo tot eind 2023 worden besteed, met 2024 als uitloopjaar. 

In april 2021 hebben alle scholen een schoolscan gemaakt: een analyse van de impact van corona op de ontwikkeling van leerlingen, zowel op cognitief gebied, waaronder praktijkvorming, als op sociaal-emotioneel gebied en welbevinden. Deze schoolscan was de basis voor de keuze die onze vmbo-scholen hebben gemaakt uit een menukaart met maatregelen die bewezen effectief en kansrijk zijn. In mei 2021 zijn deze maatregelen verwerkt in schoolplannen per vmbo-locatie, binnen het mbo zijn plannen per onderwijsteam gemaakt en de ondersteunende dienst heeft een overkoepelend plan geschreven. Deze schoolplannen zijn verwerkt tot een plan voor heel Zone.college en dit plan is op 24 juni 2021 vastgesteld door het college van bestuur. 

Inmiddels lopen de plannen ruim 1,5 jaar, waarbij 2021 nog vooral een opstartjaar was en in 2022 echt van start is gegaan met de uitvoering van de plannen.

Wat is er financieel gebeurd?

Per 31-12-2021 is er een bestemmingsreserve gevormd voor de NPO-gelden die nog te besteden waren. In 2022 zijn er NPO-gelden ontvangen voor zowel het vmbo als het mbo en in 2023 ontvangen wij alleen voor het vmbo nog NPO-gelden. In totaal voor de hele NPO-periode ontvangt Zone.college 12,9 miljoen euro om de achterstanden aan te pakken (9,9 miljoen voor het vmbo en 3 miljoen voor het mbo). Tot en met 31-12-2022 is er in totaal € 4.771.039 uitgegeven aan NPO-gelden (€ 3.394.518 voor het vmbo en € 1.376.521 voor het mbo). Hiervan is ruim 18% besteed aan personeel niet in loondienst. Op basis daarvan kunnen we zeggen dat we redelijk op schema lopen met het besteden van de middelen. Dit uitgavepatroon komt overeen met het landelijke beeld, zoals is geschetst in de derde voortgangsrapportage van het ministerie. Het ministerie van OCW volgt de voortgang van het NPO en de opbrengsten op stelselniveau. Op verzoek van de Tweede Kamer wordt twee keer per jaar gerapporteerd over de voortgang van het programma. 

Wat is er inhoudelijk gebeurd?

Cognitieve vertragingen 

De cognitieve vertragingen van leerlingen en studenten worden vooral gezien bij rekenen en taal. Dit komt overeen met het landelijke beeld zoals geschetst in de landelijke voortgangsrapportages. Deze vertragingen worden aangepakt door het onderwijs kleinschaliger en gedifferentieerder aan te bieden met behulp van:

  • onderwijsassistenten;
  • huiswerkbegeleiding;
  • bijlesprogramma’s;
  • extra inzet docenten voor groeps- en individuele begeleiding;
  • maatwerkweken.

Vertragingen sociaal-emotioneel

De corona-effecten die lastiger met goede interventies zijn tegen te gaan, zijn de zorgen over het welzijn van leerlingen en studenten op sociaal-emotioneel vlak. Zoals gebrek aan motivatie, moeilijkheden in de groepsvorming en moeite met plannen en organiseren. Interventies die hierbij worden ingezet zijn o.a.:

  • schoolactiviteiten, evenementen en uitjes (bijv. schoolkamp, sportactiviteiten, theatervoorstellingen, Zone.radio, festival organiseren);
  • versterken van de ondersteuningsstructuur/expertisepunt (uitbreiding uren school maatschappelijk werk, orthopedagoog, uren plusklasmedewerkers);
  • inzet van (weerbaarheids)trainingen als Rots en Water en Top Dog. Maar ook het trainen van medewerkers, zodat deze methodieken blijvend kunnen worden ingezet door eigen personeel;
  • inrichten van een bureau/loket leerlingenzaken. 

Organisatie NPO-programma

De volgende rollen en taken worden onderscheiden:

Projectleider NPO-programma 

De projectleider jaagt de planvorming, uitvoering, monitoring en evaluatie van het NPO-programma aan en zorgt voor de borging in financieel opzicht en qua governance.

Lokale projectverantwoordelijken NPO 

De lokale projectverantwoordelijke zorgt voor planvorming, uitvoering, monitoring en evaluatie van het lokale NPO-programma en is aanspreekpunt voor de locatie en de centrale projectleider NPO. Op veel locaties is deze functie belegd bij de directeur vmbo. Binnen het mbo is een projectteam geformeerd, waar deze rol overkoepelend voor het mbo is belegd. Soms is een decentraal werkende onderwijskundige als lokaal aanspreekpunt aangesteld.

Opdrachtgever NPO-programma 

De opdrachtgever faciliteert, stuurt de projectleider aan en zorgt waar nodig voor verbinding en afstemming met interne en externe stakeholders.

Projectloket en control NPO 

Het projectloket is aanspreekpunt en zorgt voor de administratieve vastlegging en afhandeling van alle financiële handelingen rondom het NPO-programma. Afdeling control heeft aanvullende taken gekregen uit hoofde van de NPO als het gaat om de P&C-cyclus.

Begin 2022 wordt een update gemaakt van het bestaande schoolplan. Dit document is bedoeld om een tussentijdse balans op te maken over hoe we ervoor staan. Waar kunnen we in de laatste periode nog effectief op inzetten? Kunnen we leren van elkaars voorbeelden, door het delen van ervaringen en succesvolle (coaching)trajecten?

Specifieke informatie MBO

Het is gebleken dat mbo-instellingen op verschillende manieren rapporteren over de inzet van NPO-middelen. Daardoor was het niet mogelijk om een compleet sectorbeeld weer te geven in de voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer. We hebben daarom een set minimumvereisten gekregen van het ministerie die elke instelling duidelijk herkenbaar dient op te nemen in de coronaparagraaf als onderdeel van het jaarverslag. In onderstaand overzicht worden de NPO-gelden van het mbo volgens de set aan minimumvereisten verantwoord.

  Bestemingsreserve 2021 Te ontvangen 2022 Besteed 2022 Te besteden 23/24
Bekosting: corona-enveloppe 919 1231 735 1415
Bekostiging: compensatie verlagen cursusgeld   200   200
  Gepland 2022 Besteed 2022 Gepland 2023 Gepland 2024 Totaal
1. Soepele in- en doorstroom 465.505 464.547 465.505   465.505
2. Welzijn studenten en sociale binding opleiding 206.711 141.268 206.711   206.711
3. Ondersteuning en begeleiding op het gebied van stages 49.139 27.659 49.139   49.139
6. Jeugdwerkloosheid 45.000 0 45.000   45.000
7. Overige thema's   101.525 84.125   84.125
Nog te bestemmen       764.563 764.563
Totaal 766.355 735.009 850.480 764.563 1.615.043

Bijlage 9: Notitie Helderheid

Om de doelmatige en rechtmatige besteding van de rijksbijdrage te ondersteunen, nemen we in deze bijlage een toelichting op over de onderwerpen die in de Notitie Helderheid 2004 zijn vermeld. Jaarlijks wordt beoordeeld of we voldoen aan de wet- en regelgeving op het gebied publiek-private samenwerkingen (vanaf 1 augustus 2022 beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten).

Thema 1: Uitbesteding

Wij hebben 36 uitbestedingen gerapporteerd die voldoen aan de gestelde eisen. Dit is aantoonbaar met behulp van afgesloten contracten. Het betreft de uitbestedingen aan de volgende instellingen:

  • Attendiz, locatie Het Fundament
  • Boerderij de Huppe
  • Bonhoeffer College
  • De Weiden
  • Het Stedelijk Lyceum, locatie Innova
  • Kwaliteitsrijke zorg
  • Maatschap ter Weele-van Voorst
  • MaxX Onderwijs
  • Roessingh arbeid
  • Stayble
  • Stichting de Ulebelt
  • Stichting Leren door Sport
  • SWV 23-01 Passend Onderwijs VO Regio Almelo
  • SWV VO 2505

Thema 2: Investeren van publieke middelen in private activiteiten

Wij investeren geen publieke middelen in private activiteiten.

Thema 3: Het verlenen van vrijstellingen

Voor studenten met vrijstellingen is de regel dat de onderwijstijd alternatief wordt ingevuld. In incidentele gevallen lukt dat door persoonlijke omstandigheden niet volledig; in die gevallen is altijd overleg met een leerplichtambtenaar respectievelijk het regionaal meld- en coördinatiepunt (RMC)

Thema 4: Les- en cursusgelden niet betaald door deelnemer zelf

Wij maken geen gebruik van een fonds om les- en cursusgeld voor deelnemers te vergoeden. Wij hebben voor geen enkele deelnemer meer dan één keer les- en/of cursusgeld in rekening gebracht.

Thema 5: In- en uitschrijven van studenten en leerlingen

Uitstroom studenten en leerlingen tussen 1 okt. 2021 en 1 feb. 2022

  vmbo mbo totaal
Uitval met diploma 0 29 29
Uitval zonder diploma 26 111 137
Totaal 26 140 166
       
Redenen van vertrek      
Geografische afstand, verhuizing, ziekte, overlijden 2 1 3
Persoonsgebonden, geen invloed   48 48
Persoonsgebonden, geen invloed wel opvang   7 7
Geen uitval   7 7
School gebonden redenen: inhoud, vormgeving opleiding, relatie docenten   2 2
Situatie op de arbeidsmarkt, BPV-markt, ontslag, in dienst bij BPV   2 2
Sociaal-emotioneel, leervermogen, psychische stoornis, thuissituatie   3 3
Instellingsgebonden factoren   1 1
Studie- en beroepskeuze gebonden factoren   19 19
Verkeerde studie, beroepskeuze 23 12 35
Onbekend 9 10
Totaal 26 111 137

Thema 6: De student/leerling volgt een andere opleiding dan waarvoor hij/zij ingeschreven is

Verandering Aantal studenten 2021/2022
Van leerweg vmbo 25
Van leerweg mbo 25
Van opleidingscluster 22
Van niveau 100

Bijlage 10: Kwaliteitsagenda verantwoording

Inleiding

Paragraaf B.3.3. van het jaarverslag 2022 beschrijft op hoofdlijnen de evaluatie van de implementatie van de Kwaliteitsagenda. In die paragraaf is onder andere de onderstaande tabel opgenomen over de resultaten. Deze bijlage geeft een gedetailleerde beschrijving van de resultaten en de achtergronden daarvan.

Leeswijzer

De Kwaliteitsagenda bevat 21 maatregelen. Voor elke maatregel wordt in dit document apart beschreven:

  • in hoeverre de doelen die in 2018 zijn geformuleerd voor de betreffende maatregel zijn gerealiseerd;
  • een reflectie op de maatregel.

In de laatste paragraaf wordt de realisatie van de indicatieve begroting weergegeven, inclusief een toelichting.

Tabel met overzicht resultaten

Nr. Werkveld Maatregel Volledig behaald Grotendeels behaald Beperkt behaald Nagenoeg niet behaald
1 Bloem Opleiding herinrichten met een specifieke hotspot x      
2 Dierverzorging N4 Dierverzorging naar een hoger plan brengen     x  
3 Dierverzorging Praktijklocaties uitbreiden x      
4 Dierverzorging Aanbod softskills versterken x      
5 Groen Uitbreiden entree- en N2- opleiding x      
6 Groen Bijscholen Waterschappen       x
7 Groen Hotspot groen creëren   x    
8 Groen Opzetten Urban Green   x    
9 GGI Herbezinning opleidingslocaties x      
10 GGI Opleidingsprogramma vernieuwen   x    
11 GGI Bij- en nascholingsprogramma     x  
12 Paard Bij- en nascholingsprogramma       x
13 Paard Maatwerk x      
14 Paraveterinair Internationalisering     x  
15 Paraveterinair Honoursprogramma   x    
16 Teelt Vernieuwing aanbod     x  
17 Veehouderij Leren in de praktijk x      
18 Veehouderij Praktijklocaties en docenten x      
19 Voeding Praktijklocatie   x    
20 Voeding N4 Voeding & voorlichting ontwikkelen     x  
21 Organisatiebreed Professionalisering docenten   x    

Maatregel 1: Bloem, opleiding herinrichten met een specifieke locatie (hotspot)

Doel 1: Stabiele en toonaangevende opleiding voor professionals in binnengroen

In schooljaar 22-23 zijn alle jaargangen van de vernieuwde opleiding gevuld. De studentaantallen zijn stabiel en afgelopen jaren licht gegroeid. Voor het tweede jaar opereert de opleiding grotendeels vanuit een eigenstandige (zicht)locatie. De inhoud van de opleiding is aangepakt en het concept van de inhoud staat. Op dit moment wordt de inhoud uitgewerkt in modules. Leerjaar 1 en leerjaar 3 (grotendeels) zullen dit schooljaar klaar zijn in modules.

We hebben het keurmerk Floral Education Center (FEC: via de Vereniging Bloemisten Winkeliers > VBW). Daarmee zijn we hotspot in Oost-Nederland. Vanuit deze hotspot wordt samen met andere opleiders en de VBW gewerkt aan o.a. het organiseren van evenementen, het ontwikkelen van modules, de inzet van gastdocenten etc. We zien wel dat in coronatijd de samenwerking binnen FEC wat moeizamer is verlopen.

Het inhoudelijk ontwikkelen van modules en doorontwikkelen van het zelforganiserende onderwijsteam zal nog meer tijd vragen en loopt door in 2023.

Doel 2: Betere afstemming tussen niveaus van de opleidingen 

De opleidingen niveau 2, 3 en 4 vallen onder de verantwoordelijkheid van één en hetzelfde onderwijsteam. Daarnaast zijn ontwikkelaars verantwoordelijk voor het ontwikkelen van de modules. Onderscheid en afstemming tussen niveau 2 en 3 zijn redelijk helder. Onderscheid en afstemming tussen niveau 3 en 4 behoeven nog aandacht.

Doel 3: Goede aansluiting bij de werkpraktijk  

Via inspiratiesessies is met stakeholders de toekomst verkend en op basis daarvan zijn de opleidingen ontwikkeld. In de werkpraktijk zijn steeds meer bedrijven actief in de brede scope van binnengroen. Veel van deze bedrijven zijn ook verbonden aan de opleidingen Green design (middels co-creatiegroep, gastlessen, excursies etc.). Nadeel is dat nog weinig van deze bedrijven als erkend leerbedrijf voor de betreffende crebo’s geregistreerd staan bij S-BB. Daarin moet nog een slag worden gemaakt.

Doel 4: Doelmatige benutting van de locaties  

In drie jaar tijd is gerealiseerd dat de vernieuwde opleiding op één centrale plek in Oost-Nederland (Zwolle) wordt aangeboden. Op de opleidingslocaties Doetinchem en Almelo zijn de opleidingen Bloem > Green design uitgefaseerd. Het vakdeel van de opleiding wordt vanaf 1-8-21 grotendeels verzorgd vanaf één zelfstandige locatie (Lübeckplein Zwolle). Voor avo-lessen en enkele andere onderdelen wordt nog gebruik gemaakt van faciliteiten op de hoofdlocatie (Koggelaan).

Reflectie op de maatregel

Er is veel gebeurd in de afgelopen vier jaar. Vanuit inspiratiesessies met stakeholders is een toekomstbeeld geschetst, op basis waarvan vervolgens de opleiding is vormgegeven. Gaandeweg het traject is gebleken dat de route soms via een wegomleiding moest lopen. De hoofdweg is echter niet uit het oog verloren. Studenten ervaren dat er meer in de wereld is dan ‘bloemschikken’ en dat groen meerdere functies vervult, waardoor het arbeidsperspectief ook breder wordt.

Omdat erkende leerbedrijven vaak nog ‘traditionele’ bloemisten zijn, ervaren zij dat studenten anders gemotiveerd binnen komen en een breder perspectief hebben dan ze gewend waren. Dat leidt soms nog tot onbegrip.

Er staat een stevig concept (visie) en van daaruit wordt de opleiding verder uitgebouwd. Er zal nog extra tijd nodig zijn om de inhoud volledig uitgewerkt te hebben in modules.

Binnen een dergelijke grootscheepse verandering (inhoud opleiding en locatie) hebben we moeten constateren dat dit wel heeft geleid tot relatief veel personeelswijzigingen. Dit betekent dat we scherp moeten blijven op het vasthouden van de ontwikkelde visie, maar vooral ook oog moeten hebben voor een evenwichtige en stabiele samenstelling van het onderwijsteam. Het werken in de Emergente School (zelforganiserende teams) is bij dit onderwijsteam een groot aandachtspunt.

Maatregel 2. Samen met Hogeschool van Hall Larenstein het aanbod van Dierverzorging niveau 4 naar een hoger plan brengen

Doel 1:  Minder uitval mbo-doorstromers eerste jaar hbo

De ontwikkelingen van het Ad -traject zijn voltooid. De eerste metingen van aantallen studenten in doorstroom naar AD kunnen worden uitgevoerd na de zomer 2023. Docenten van Zone.college zijn betrokken geweest bij de ontwikkeling hiervan. De komende periode worden meerdere mogelijke doorstroomroutes geïnventariseerd en verkend. Het plan is om samen met deze onderwijsinstellingen doorstroommogelijkheden in te richten, zodat we dit laagdrempelig kunnen aanbieden bij onze studenten. Daarnaast wordt de kopopleiding niveau 4 aangeboden in Deventer en doorontwikkeld. Deze opleiding wordt meer projectmatig aangeboden en is meer voorbereidend op het hbo.

Reflectie op de maatregel

In de praktijk blijkt dat we studenten nieuwsgierig moeten maken om zich breder te oriënteren dan alleen de vakinhoud. Aandacht binnen het werkveld Dierverzorging zal er moeten zijn om studenten te prikkelen om zich breder te oriënteren in de studieroute. Het is van essentieel belang om daarna met de onderwijsteams vast te stellen hoe we dit een onderdeel van het curriculum kunnen laten worden.

Maatregel 3: Praktijklocaties Dierverzorging uitbreiden op alle mbo-locaties van Zone.college

Doel 1: Meer onderwijs in en met de praktijk en minder (alleen) theorie. Daardoor betere intrinsieke motivatie van de studenten en betere aansluiting op de arbeidsmarkt 

Alle locaties hebben samenwerkingsverbanden met praktijklocaties. In Q4 2022 is er een samenwerkingsovereenkomst mbo goedgekeurd voor het mbo. Zodat we met alle praktijklocaties onder dezelfde condities werken. Daarnaast worden onze keuzedelen veelal op locatie of door praktijkdocenten verzorgd. Teams hebben projectweken opgestart. Deze weken staan volledig in het teken van de praktijk. De arbeidsmarkt ontvangt onze studenten of komt op locatie om lezingen te verzorgen. Daarnaast zijn onze dierverblijven op locatie doorontwikkeld, zodat lessen ook op locatie in de praktijk kunnen worden verzorgd. Zeven van de acht onderwijsteams hebben twee keer per jaar studentenarena’s, waarin de stem van de student wordt gehoord. De verwerking van de input krijgt de komende periode aandacht.

Doel 2: Minder kosten voor opzet, beheer en bij de tijd houden van eigen opstallen 

Doordat we meer lessen extern zijn gaan verzorgen, worden daar meer kosten voor gemaakt. Praktijk-rijkleren betekent ook lessen in de dierverblijven op locatie verzorgen. Wel kunnen we de dierverblijven delen (en zo ook de kosten) met het vmbo. Dierverblijf Zwolle heeft hiervoor een reorganisaties ondergaan, om het dierverblijf geschikt te maken voor vmbo en mbo. Deze plannen liggen er ook voor Almelo en Doetinchem.

Doel 3: Goed bereikbaar onderwijs, thuisnabij 

Alle praktijklocaties waarmee wordt samengewerkt liggen in de regio van onze scholen en zijn daarmee goed bereikbaar. Als de bereikbaarheid lastig is, wordt gebruik gemaakt van busjes om de studenten op de locatie te krijgen.

Reflectie op de maatregel

De combinatie theorie en praktijk is goed op orde binnen de opleidingen Dierverzorging. Onder praktijklessen worden ook lessen op het dierverblijf op locatie verstaan. Studenten ervaren veel praktijk in hun opleiding. Bedrijven worden goed onderdeel van onze opleiding en Zone.college biedt ook de bedrijven begeleiding aan. Elke locatie heeft een samenwerking met een praktijklocatie zoals we hebben beoogd. Een volgende stap is de borging van het praktijk-rijk opleiden, in zowel organisatorische en inhoudelijke als financiële zin.

Maatregel 4: Versterken van het opleidingsdeel softskills bij Dierverzorging

Doel 1: Beter kunnen inspelen op wat de individuele student kan en nodig heeft

Alle opdrachten omtrent softskills zijn geschreven en beschikbaar voor docenten. Docenten zijn op meerdaagse training geweest om softskills aan te kunnen bieden. Softskills zijn daarmee een geïntegreerd onderdeel van het onderwijs en hebben een sterke link met LOB. Een kernteam ontfermt zich over de borging in de opleidingen. 

Daarnaast zijn de onderwijsresultaten van de opleiding Dierverzorging negatief, er vallen veel studenten uit waarvan 78% van deze studenten uitvalt vanwege psychische klachten. De vraag is of dit corona gerelateerd is, maar in ieder geval geeft dit een duidelijke aanleiding om te blijven inzetten op soft skills.

Doel 2: Een betere voorbereiding van (kwetsbare) studenten op de arbeidsmarkt

We streven naar betere onderwijsresultaten van de opleiding Dierverzorging. De opleiding kampt met een te grote uitval waarvan 78% wordt veroorzaakt door psychische klachten. Mogelijk is dit corona gerelateerd maar dat is niet met zekerheid te zeggen. Zonder meer is dit gegeven voor ons juist een aanleiding om te blijven inzetten op soft skills.

Reflectie op de maatregel

Gezien de huidige flexibele arbeidsmarkt en de aantal beschikbare arbeidsplaatsen versus studenten dierverzorging is Softskills een essentiële toevoeging aan de opleiding. We zullen moeten zorgen dat studenten hun horizon willen verbreden om daarmee eigenaarschap over eigen leerroute te stimuleren. Borging blijft een punt van aandacht. Het effect van de maatregel blijft lastig te duiden doordat de coronapandemie ertussendoor kwam en de zorgvraag van studenten complexer is geworden. Het onderzoek dat nu loopt naar de zorgvraag  van studenten kan hier mogelijk een antwoord op geven.

Maatregel 5: Opzetten en uitbreiden Niveau 2- en Entreeopleidingen

Doel 1: Vergroten van de kans van kwetsbare jongeren op een baan of doorstroming naar hogere niveaus.  

Op alle mbo-locaties van Zone.college bieden we nu Entreeonderwijs aan dat is gericht op plant, dier of groene leefomgeving. Twee onderwijsteams zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de lessen van de studenten plant, dier of groene leefomgeving. De lessen worden op drie locaties aangeboden, waarmee deze opleidingen in alle regio’s bereikbaar zijn. Er is een projectleider Entree aangesteld en in het land zoeken we verbinding met verschillende partijen. We  sluiten bijvoorbeeld aan bij de BTG Entree van de MBO raad. We nemen deel aan het onderwijscluster en de algemene ledenvergaderingen. Naast het regulier bekostigde onderwijs bieden wij als Zone.college ook maatwerktrajecten aan binnen de VSO-PRO-scholen in het werkgebied van Zone.college.  Er is vanuit de VHG een branche-opleiding assistent hovenier, die wordt aangeboden op verschillende locaties. Als werkveld zijn we volop bezig met Praktijkverklaringen MBO. Dit wordt op dit moment in samenwerking met Groei.zone onderzocht en uitgewerkt in de regio Zwolle en Achterhoek. Studenten die uitvallen binnen het onderwijs, maar nog wel zicht hebben op een diploma, kunnen gebruik maken van ProFarm (Maatwerk op zorgboerderij). Op alle locaties is dit vertegenwoordigd. Verschillende collega’s binnen het Entreeonderwijs sluiten aan bij externe projecten, zoals WILS en Start.route, projecten ter verbetering van het passend onderwijs en begeleiding van studenten die dreigen uit te vallen in de reguliere Entreeopleiding. Op alle Entreelocaties is er een vangnet voor studenten die niet op een reguliere werkplek terecht komen. Voor de locatie Zwolle is er ook nog een samenwerkingstraject met Tiem. Binnen Tiem kunnen studenten stagelopen in een 'veilige omgeving'. Er kan binnen deze setting een arbeidsmogelijkheden onderzoek worden gedaan om te kijken wat goed is voor de student. We vervolgen na de afrondingsfase  het proces met continu verbeteren.

Doel 2: Getalsmatig verder versterken van de opleidingen Bos- & natuurbeheer en Sportvisserij & waterbeheer

Het aantal studenten dat deze opleidingen volgt neemt jaarlijks toe. In 2021-2022 rapporteerden we een groei met vijftien studenten tot een totaal van circa 150. Inmiddels is dat aantal in het schooljaar 2022-2023 gegroeid naar circa 180 studenten.

Reflectie op de maatregel

Het is in vier jaar tijd gelukt om voor kwetsbare jongeren de kans op een baan of doorstroming naar een hoger niveau te vergroten binnen de regio’s van Zone.college. De contouren van de opleidingsplaatsen en opleidingsvarianten staan. Belangrijk is dat we tijd en ruimte hebben om ons continu te kunnen verbeteren, zodat docenten zich verder kunnen professionaliseren en kunnen zorgen voor een pedagogisch-didactisch sterke opleiding binnen de groene context. Daarnaast is het van belang om ervoor te zorgen dat we met onze groene opleidingen voldoende zichtbaar zijn binnen het totale scholingsaanbod van Oost-Nederland. 

Maatregel 6: Bijscholen van jonge medewerkers binnen de waterschappen (BBL). Dit samen met de waterschappen in Noordoost-Nederland en met de AOC’s in dit gebied.

Zoals aangegeven in de verantwoording van de Kwaliteitsagenda in het jaarverslag van 2020 verwachtten wij dat het bijscholen van jonge medewerkers binnen de waterschappen voorlopig niet zou plaatsvinden. Om hieraan vervolg te geven, zal eerst een herijking van de samenwerking tussen de onderwijspartners moeten plaatsvinden, zo verklaarden wij in 2020. Dat is gebeurd en heeft in 2021 geleid tot een gezamenlijk besluit het project te stoppen. 

Maatregel 7: Hotspot groen creëren

Doel 1: Optimaliseren van de aansluiting van onderwijs op de praktijk

Inmiddels is Zone.college een van de landelijke hotspots waar samen met het bedrijfsleven onderwijs wordt gemaakt. Door kennis uit te wisselen en actief te participeren binnen verschillende thema’s en vraagstukken, kunnen bedrijven en onderwijs het groen onderwijs samen vormgeven. Op deze plek komen vraag en aanbod rondom werk, stage, opleidingen en cursussen samen. Aan de hand van het Masterplan Groen 1.0 heeft de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven verder vorm gekregen op de volgende zeven resultaatgebieden:

1. Samenwerking van docenten en branchegenoten in het curriculum

De inhoud van het opleidingsprogramma is afgestemd met het bedrijfsleven. In samenwerking met de VHG-commitmentbedrijven zijn nieuwe thema’s in het programma verwerkt. In de uitvoering wordt het bedrijfsleven inmiddels volop ingezet als vakspecialist of gastdocent. Studenten zijn erg tevreden over het verrijken van het leren met praktijk door het bedrijfsleven. 

2. Professionele ontwikkeling van docenten (zie doel 2)

In samenwerking met VHG wordt jaarlijks een docentenscholing georganiseerd. Binnen de hotspots/CIV Groen is een netwerk tussen groene scholen ontstaan. Door samenwerking in onderwijsuitvoering ontstaat er een kennisuitwisselingen tussen vakspecialisten/gastdocenten en docenten. 

3. Het verkennen van nieuwe specialisaties en opleidingen

In samenwerking met het bedrijfsleven worden innovaties verkend en indien wenselijk in nieuwe content uitgewerkt. Dit is een proces van ontwikkelen op basis van gesprekken met studenten en bedrijven. Voorbeelden hiervan zijn diverse e-learnings en lesmateriaal in het opleidingsplan: zwemvijver, dak en gevelgroen

4.  Het organiseren van bijeenkomsten en evenementen

In samenwerking met de provincie Overijssel en VHG wordt kennis gedeeld in bijeenkomsten en nieuwsbrieven. Voorbeelden zijn: BPV nieuwsbrief voor Tuin & Landschap, Groendag Achterhoek, Groenbeurs Hardenberg en Hovenierscafé’s.

5.  Het werven van studenten voor mbo samen met vmbo

Inmiddels levert het bedrijfsleven een bijdrage aan het verzorgen van voorlichting aan vmbo-leerlingen. Men is aanwezig op de open dagen, ontvangt belangstellende leerlingen op het bedrijf en verzorgt gastlessen bij keuzevakken vmbo.

6.  Het verder ontwikkelen van een gewild aanbod voor zij-instromers en voor bijscholing

Samen met Groei.zone worden VHG branche-opleidingen ontwikkeld en uitgevoerd. In Switch-trajecten wordt maatwerk geleverd in opleiden voor bedrijven. 

7.  Het vergroten van de zichtbaarheid voor externe en interne doelgroepen

Dit doen we door het gebruik van social media, het deelnemen aan beurzen en evenementen, en het deelnemen aan projecten in de regio in samenwerking met het bedrijfsleven.

Doel 2: Leven Lang Ontwikkelen optimaal faciliteren 

Voor het ontwikkelen van de docenten is volop aandacht geweest. Door de docentenstages, landelijke VHG-docentendagen en inspiratiesessies met de hotspots van andere scholen is nu een samenwerking met het bedrijfsleven tot stand gekomen waarbij met een mix van opleiders in een mix van opleidingscontexten een praktijk-rijke leeromgeving voor de studenten en docenten is ontstaan. Voor het bedrijfsleven verzorgen we inmiddels een palet VHG-brancheopleidingen en Switch-trajecten en Praktijkverklaringen MBO. Het uitrollen van een Leven Lang Ontwikkelen is weerbarstig. Door de krapte op de arbeidsmarkt is er minder ruimte voor scholing.

Doel 3: Co-creatie van onderwijs met partnerbedrijven en brancheorganisaties faciliteren

Co-creatie vindt plaats op verschillende niveaus. De sectormanager heeft met enige regelmaat contact met de VHG, en zowel in Almelo als Zwolle vindt overleg met de commitmentbedrijven plaats. Dit is ontstaan vanuit het Masterplan voor Hotspots VHG. Hoe dit zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld is onderzocht in een Actiescan. Daarin staan conclusies en aanbevelingen. 

Reflectie op de maatregel

De drie doelen zijn bereikt. Deze doelen zijn geëvalueerd door middel van een Actiescan. Op basis van resultaten uit deze Actiescan wordt er gewerkt aan een doorstart met de titel 'Masterplan Tuin en landschap 2.0'. In dit Masterplan worden de doelen ten aanzien van de samenwerking met het bedrijfsleven voor de komende jaren vastgelegd. Alleen wanneer opleidingen samenwerken met het bedrijfsleven kan er blijvend worden geïnnoveerd en geïnvesteerd in talentontwikkeling in de groene sector.  

Maatregel 8: Opzetten opleiding Urban Green (Niveau 3 en 4)

Doel 1: Toekomstbestendigheid van Groen versterken door focus op (ook) de stedelijke groene omgeving 

Op basis van uitgevoerd onderzoek hebben we besloten dat we geen aparte opleiding Urban Green gaan aanbieden, maar dat we de stedelijke omgeving deel laten uitmaken van de opleiding Tuin & Landschap. Door wijzigingen in het kwalificatiedossier is duurzaamheid een prominente rol gaan spelen binnen het werkveld Tuin & Landschap. We ontwikkelen hiervoor zelf lesmateriaal en maken gebruik van landelijk ontwikkelde materialen, zoals het in samenwerking met de branchevereniging VHG opgestelde materiaal van De Levende Tuin, Het Levende Gebouw en De Levende Openbare Ruimte.

Doel 2: Interesseren van nieuwe doelgroepen voor de opleiding Groen 

Het onderzoek naar nieuwe doelgroepen binnen de groenopleidingen heeft geresulteerd in de opleiding Geo, Data & Design. Deze opleiding is in samenwerking met drie andere mbo-instellingen in ontwikkeling.  Met studenten in het eerste en tweede jaar staat het curriculum voor de drie jaar durende opleiding. De examinering is afgerond samen met Stichting Praktijkleren. Naar verwachting zal in samenwerking met het bedrijfsleven een BBL-opleiding starten voor de zij-instroom.

Reflectie op de maatregel

Het onderzoek naar een opleiding stedelijk groen heeft een vernieuwende impuls gegeven aan de bestaande opleiding Tuin & Landschap. Door de geplande herschikking van het dossier Groene Ruimte zal opnieuw moeten worden gekeken naar de plaats van grootschalig groen binnen de opleidingen van Groene Ruimte; dit mede in relatie tot het te ontwikkelen kwalificatiedossier Groen, Grond, Infra. Het onderzoek naar nieuwe doelgroepen heeft een cross-over Geo, Data en Design opgeleverd. Het kwalificatiedossier voor deze opleiding is waarschijnlijk beschikbaar voor schooljaar 2024-2025. Het is belangrijk om voortdurend alert te blijven op ontwikkelingen in de beroepssector en de noodzaak voor nieuwe opleidingen, zoals Adviseur Duurzame Leefomgeving.

Maatregel 9: Herbezinning opleidingslocaties (locatie én accent van de opleiding)

Doel 1: Aard en ligging van school- en praktijklocaties richten op de vraag uit het bedrijfsleven in de regio

Het werkveld Loonwerk bestond uit vier kleine onderwijsteams. Vanwege de kleine omvang van de teams en de efficiëntie hebben we besloten er twee teams van te maken (Team Noord en Team Zuid). Doordat in team Noord drie uitvoeringslocaties zijn bijeengebracht, wordt een optimalisatie van opleidingsniveaus en efficiëntie van het opleidingsaanbod verwacht.  

Tegelijkertijd willen we inzetten op harmonisatie tussen Team Noord en Team Zuid door onder leiding van de werkveldregiegroep de inhoud van de opleiding te bepalen en vorm te geven. Het werkveld bepaalt het 'wat', de onderwijsteams het 'hoe'. Docenten van de twee teams zijn verdeeld in vakexpertteams en werken tijdens studiedagen samen aan de inhoud van de opleiding.  

Doel 2: Versterken van samenwerking met het bedrijfsleven (co-creatie)

Co-creatie vindt plaats op verschillende niveaus. De sectormanager heeft zitting in BTG GGI, we leveren de voorzitter van de LOL, de locaties Doetinchem en Zwolle hebben een Cumela-adviesraad en we hebben een Groene Leerwerkplaats Achterhoek. Daarnaast loopt er een gezamenlijk RIF-Agro project voor Veehouderij en Loonwerk. 

Binnen het werkveld is praktijk-rijk leren erg belangrijk. Het werken met grote machines vraagt veel leertijd in een praktische oefensituatie. In de BPV hebben de studenten een grote verantwoordelijkheid en moeten daarbij zelfredzaam zijn. 

Binnen het werkveld is de afgelopen jaren veel geëxperimenteerd met praktijk-rijk leren op een praktijkleerlocatie. Naast goede ervaringen, hebben we ook moeten concluderen dat deze vorm van praktijk-rijk leren hoge kosten met zich meebracht, niet altijd het beoogde effect had en dat het niet altijd eenvoudig was om betrouwbare partners te vinden voor een langdurige samenwerking. Op Zone-breed niveau is besloten om praktijk-rijk leren voortaan te definiëren als 'het leren van de student verrijken met praktijk'. Aan de hand van deze nieuwe definitie en de opgedane ervaringen wordt het praktijk-rijk leren-programma aangepast, waarbij kritisch wordt gekeken naar de doelen die we met het praktijk-rijk leren willen bereiken en welke opleider hiervoor het meest geschikt is. Het nieuwe praktijk-rijk leren-programma moet passen binnen het beschikbare budget, de ratio en de kaders voor begeleiding praktijk-rijk leren.

Reflectie op de maatregel

De onderzoeksresultaten hebben ertoe geleid dat we hebben besloten de vier uitvoeringslocaties te handhaven om de opleidingen lokaal te kunnen blijven aanbieden. Wel is er vanwege de kleine omvang van de teams en de efficiëntie gekozen voor twee uitvoeringsteams. Het werken binnen deze nieuwe structuur behoeft met name voor team Noord nog veel aandacht. Door in te zetten op harmonisatie van de opleiding over alle locaties willen we mogelijkheden creëren voor vergaande samenwerking. Praktijk-rijk leren vormt een essentieel onderdeel van de GGI-opleidingen, vooral omdat de studenten binnen de BPV een grote verantwoordelijkheid hebben en al snel zelfredzaam moeten zijn. Aan het evalueren van het praktijk-rijke programma en het doorvoeren van verbeteringen zullen we nog nadrukkelijk aandacht moeten besteden. Om de samenwerking met de brancheorganisatie en het bedrijfsleven nog verder te versterken, gaan we toewerken naar een Cumela Academie 2.0 waarbij alle locaties zijn aangesloten.

Maatregel 10: Vernieuwen van het opleidingsprogramma

Doel 1: Het werkveld heeft een actueel en toekomstgericht opleidingsplan

We hebben gewerkt aan een harmonisatie en actualisatie van de inhoud van de opleiding rekening houdend met de geformuleerde kaders voor onderwijskwaliteit. Deze harmonisatie kostte hier en daar meer tijd dan van tevoren ingeschat, waardoor we niet alle acties volgens planning hebben kunnen realiseren. Gezien de maatschappelijke/politieke ontwikkelingen zal duurzaamheid een zeer prominente rol gaan spelen binnen het werkveld. We ontwikkelen hiervoor zelf lesmateriaal en maken gebruik van landelijk ontwikkelde materialen. Mede op initiatief van Zone.college wordt er op dit moment gewerkt aan een nieuw kwalificatiedossier GGI waarin het agrarische en het cultuurtechnische deel binnen de loonwerksector worden opgenomen. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat toekomstige loonwerkers duurzaam inzetbaar zijn binnen een bedrijf.

Reflectie op maatregel

Onder maatschappelijke en politieke druk zullen er de komende jaren veel veranderingen plaatsvinden binnen de sectoren waarin loonwerkbedrijven hun diensten aanbieden Dit zal ook effect hebben op het werk van de toekomstige loonwerker. Het is belangrijk dat we als Zone.college de ontwikkelingen blijven volgen en onze opleidingen hier steeds op aanpassen. Daarbij zal de komst van het nieuwe kwalificatiedossier waarin agrarisch en cultuurtechnisch loonwerk gecombineerd worden, aanpassingen in het curriculum noodzakelijk maken. 

Maatregel 11: Ontwikkelen en uitvoeren van een bij- en nascholingsprogramma. Dit samen oppakken met ROC’s, andere AOC’s en hbo’s

Doel 1: Het werkveld heeft een na- en bijscholingsprogramma dat aansluit bij de vraag uit de markt

We zijn er niet in geslaagd om voor personeel in de sector Groen, Grond, Infra een bij- en nascholingsprogramma te ontwikkelen waarnaar voldoende vraag is. Wel is er voor docenten een bijscholingsprogramma uitgevoerd in samenspraak met de Zone.academie en ook binnen het Landelijk Overleg Loonwerkdocenten (LOL) worden scholingen gevolgd. Bovendien is kennis opgehaald en gedeeld binnen de Groene leerkenniswerkplaats Achterhoek en de RIF Agro.

Reflectie op de maatregel

De ontwikkeling van LLO voor personeel in de sector Groen, Grond, Infra is weerbarstig. Er zijn gelden beschikbaar, maar men leert vooral door te doen. Er is onvoldoende vraag naar het huidige aanbod. Hierdoor kunnen we als Zone.college niet zoveel betekenen. Temeer omdat IPC Groene ruimte en Cumela vanouds een cursusaanbod hebben. We zijn over het fenomeen LLO in gesprek binnen de BTG Groen, Grond, Infra. Dit onderwerp zal ook onderdeel worden van de inrichting van de Cumela Academie 2.0.

Maatregel 12: Bij- en nascholingsprogramma Paard

Doel 1: Kansen bieden aan het beroepenveld om door te leren ná het afstuderen (Leven Lang Leren) 

Er zijn drie cursussen aangeboden: 


1. Begeleiden voortplanting bij het paard georganiseerd: 

In 2021 met 23 deelnemers, van wie er 15 examen hebben gedaan. 

In 2022 met 9 deelnemers. 

2. Voor Koepel Fokkerij: Paarden beoordelen voor stamboekjuryleden. 

In 2022 met 26 deelnemers.  

3. Smeedvaardigheid: 

Uiteindelijk niet aangeboden als gevolg van corona. 

In 2022 was de groep voor Begeleiden voortplanting gekrompen qua deelnemers. Dit kwam mede doordat mensen zich wel hadden aangemeld, maar later de STAP-subsidie niet kregen toegekend en daardoor afhaakten. Daarnaast is de prijs flink verhoogd (+ 60%), wat de cursus minder toegankelijk maakt. 

Reflectie op de maatregel

Helaas is het aanbod aan cursussen in aantal zoals in de Kwaliteitsagenda aangegeven niet behaald. Er zijn drie cursussen aangeboden. Dit is mede het gevolg van de coronaperiode. Met het wegvallen van de STAP-subsidie en de nieuwe tarieven van Groei.zone was het niet mogelijk om een goede aanbieding in te markt te zetten. De cursussen waren hierdoor niet concurrerend genoeg in de markt. Ook had de paardensector bij Groei.zone geen prioriteit, wat op het moment dat de kwaliteitsmaatregelen werden geschreven niet bekend was.  

Maatregel 13: Maatwerk Paard

Doel 1: Aansluiten bij de studenten die al actief zijn in de paardensport 

Er is meer maatwerk aangeboden. Studenten kunnen meer hybride hun lessen volgen; op school, op de praktijklocaties of online. Er wordt individueel met de student een onderwijstraject uitgezet. De studenten lopen 50% meer stage, wat betekent dat ze meer bezig zijn in de praktijk. Dit sluit aan bij de studenten die al actief zijn in de paardensport voordat ze aan de opleiding beginnen. Er worden per schooljaar vijf wedstrijden georganiseerd waaraan de studenten actief deelnemen. De individuele trajecten maken het ook gemakkelijker voor de studenten om te versnellen, waardoor ze eerder hun diploma kunnen behalen. 

Doel 2: Voorkomen van uitval (met name) van (top)sporters 

Er is minder uitval onder de topsportruiters, omdat de lesstof en de praktijk meer gericht zijn op de wedstrijdsport. In de manage kan de student zich professioneel richten op zowel dressuur als springen. De eigenaren van de manege werken daarbij nauw samen met het docententeam. Voor de topsporters blijkt de nominale duur van de opleiding heel realistisch. Van de 30 studenten van de afgelopen drie jaren zijn er drie vertraagd en drie versneld. 

Reflectie op de maatregel

De studenten zijn zeer tevreden over het maatwerk dat het werkveld Paard biedt. Ze geven aan dat ze daadwerkelijk meer tijd en vrijheid krijgen om te werken aan hun sportcarrière in combinatie met hun opleiding. Er is een beter contact met de praktijkopleiders en er wordt goed samengewerkt om de student tot een hoger niveau te krijgen. Dit is terug te vinden in de behaalde sportstanden van de studenten. De studenten die echter niet aan dit niveau kunnen voldoen, stromen sneller door naar de paardenhouderijopleiding. Omdat de beide opleidingen veel samenwerken en veelal dezelfde docenten hebben, is de overstap klein. Studenten die het hoge wedstrijdniveau niet aankunnen, hebben daardoor een passend alternatief.

Maatregel 14: Internationalisering Paraveterinair

Doel 1:  Paraveterinairs van Zone.college zijn kansrijker voor een baan in het buitenland 

In samenwerking met Terra en Aeres/Nordwin College wordt gewerkt aan een driejarig internationaal KA-2-project Internationalisering. Dat wordt samen gedaan met drie scholen in Europa (Denemarken, Slovenië en Finland). Allemaal bieden ze de opleiding op hetzelfde EQF-level aan. De opstart van het project (september 2020) verliep anders dan gepland vanwege COVID-19. In het eerste jaar zijn er geen uitwisselingen geweest. In 21-22 en in 22-23 is en wordt dit alsnog gerealiseerd. Met name de studentuitwisselingen in oktober 2021 en oktober 2022 waren succesvol: uit de evaluaties bleek dat we voor studenten drempels hebben weggenomen die belemmerend zijn voor een internationale carrière. De drempel om Engels te spreken, naar een ander land te gaan, over je eigen hobbels heen stappen, ook in een andere school toch de overeenkomsten zien met je eigen opleiding: dat is allemaal als verrijkend ervaren. Wat het project ons ook heeft gebracht, is kennis van internationaal samenwerken met scholen in Finland, Slovenië en Denemarken, wat een vervolg en nauwere samenwerking weer makkelijker maakt. Het stimuleren van studenten om op KA-1 (internationale BPV) te gaan, is voorzichtig weer opgepakt. Tijdens de zogenaamde 'BPV met mogelijkheden' in september 2022 (40 studenten) waren er alweer meer studenten in het buitenland dan in september 2021 (28 studenten). De mogelijkheden voor studenten zijn versterkt en de interne international office kan daar steeds beter een bijdrage aan leveren. Het effect op het vinden van een baan in het buitenland is niet eerder dan vier jaar na beëindiging van de coronaperiode te meten.

Reflectie op de maatregel 

Voor dit project heeft corona een enorme impact gehad, zowel op studentmobiliteit als op de gezamenlijke ontwikkeling van de producten. Toch heeft de samenwerking met internationale partners het inzicht gegeven dat het van grote meerwaarde is om de internationale component te behouden en ook voor de nieuwe Kwaliteitsagenda een internationaal project te starten. We zien om ons heen een (groot) tekort aan menskracht in de dierenartsenpraktijken en tegelijkertijd de opkomst van grote internationale werkgevers. De werkgever van de toekomst is onderdeel van een internationale keten. Door het weghalen van de drempels bij een klein aantal studenten hebben we een kleine en belangrijke stap gezet in het behalen van het doel. 

Maatregel 15: Honoursprogramma Paraveterinair

Doel 1:  Kansen op doorstroming en/of een baan voor talentvolle studenten zijn vergroot 

In de praktijk doen sommige leerlingen meer ervaringen op dan in het curriculum staat voorgeschreven. Daar waar die ervaringen van toegevoegde waarde zijn voor het diploma, wordt dit gewaardeerd met certificaten.

In het originele plan was het streven dat vanaf ’22 minimaal 10>span class="NormalTextRun SpellingErrorV2Themed SCXW80786645 BCX8"###eXtra programma. Doel daarvan was een grotere kans op doorstroming of een baan door deelname aan het eXtra programma. Bekendheid onder studenten en het werkveld was daarvoor een voorwaarde.

In ’22 heeft een iets groter aantal studenten deelgenomen aan het eXtra-programma dan in ‘21. In ’23 is dat aantal nog weer iets gestegen. Het eXtra-programma is bekend bij studenten. Het percentage van 10% is niet bereikt, maar studenten zijn enthousiast over de mogelijkheid deel te nemen aan het programma en zoeken actief naar mogelijkheden die aansluiten bij de drie domeinen. Deelnemers zijn trots.

Door de coronaperiode hebben eXtra-activiteiten niet zo kunnen plaats vinden als vooraf gedacht. In 2021 zijn drie online eXtra-events georganiseerd met resp. 20, 21, en 83 deelnemers. In ’22 is er geen eXtra-event georganiseerd vanwege de lockdown en daardoor onvolledige teams en achterstanden van reguliere lessen.

In september ’22 is een nieuwe groep docenten gestart als miniteam van het eXtra-programma. Deze groep is wel actief en betrokken.

Om de achterstand rondom bekendheid van eXtra bij studenten in te halen, hebben studenten tijdens de Zone-Eventdag in de Apenheul (december '22) informatie gegeven over eXtra. Het eerstvolgende eXtra-event staat gepland op 17 maart ’23.

Momenteel zien we een groot tekort aan medewerkers in de dierenartsenpraktijken. De werkgelegenheid is optimaal, sollicitatieprocedures nauwelijks selectief. Veel dierenartsenpraktijken zijn overgenomen door grote internationale ketens. We zien een wat negatiever beeld ten aanzien van het werken bij zo’n keten. Dat maakt dat studenten terughoudend zijn in het accepteren van een functie daar.

Een eventueel positief effect van eXtra-certificaten op doorstroom en baankansen zal groter zijn naarmate het aantal vacatures minder is. Dit zal ook het geval zijn als het werkveld op de hoogte is van het eXtra-programma, en mogelijk zelfs realistische opdrachten geeft.

Reflectie op de maatregel 

Het honoursprogramma (eXtra) heeft de afgelopen jaren een aanzienlijk aantal studenten de mogelijkheid gegeven om zich extra te profileren in hun opleidingsrichting. Ondanks de terugslag die corona heeft gegeven, is dit binnen de onderwijsteams bekend als een mogelijkheid om studenten uit te dagen. Binnen de Kwaliteitsagenda is het mogelijk geweest om dit te ontwikkelen en hiermee te experimenteren. De aankomende jaren zal dit zich verder in de haarvaten van de opleiding doorzetten en als een extracurriculair pakket staan.  

De verwachting dat ook andere werkvelden binnen Zone.college dit pakket zouden kunnen gebruiken en uitrollen, is lastig gebleken. Wanneer er initiatief vanuit andere werkvelden is, kan dit alsnog worden onderzocht. 

Maatregel 16: Vernieuwing aanbod opleiding Teelt & Technologie

Doel 1:  Zone.college draagt met afgestudeerden meer bij aan het opvullen van vele vacatures in de glastuinbouw en de boomteelt dan nu 

Onder regie van Talentboom zijn met een select aantal groene opleiders modulaire brancheopleidingen ontwikkeld. Via deze opleidingstrajecten kunnen potentiële medewerkers sneller in de basis worden geschoold, zodat ze ook sneller kunnen worden ingezet in de bedrijven. Het blijkt echter lastig om potentiële deelnemers in de opleiding te krijgen. Omdat het brancheopleidingen betreft, is ook Groei.zone betrokken. Groei.zone heeft de afgelopen jaren in (financieel) zwaar weer gezeten. Prijsstellingen waren daarom zeer commercieel aangevlogen en in bemensing waren er weinig mogelijkheden op het gebied van acquisitie.

Doel 2: De continuïteit van het werkveld Teelt & Technologie is verzekerd 

De verwachte en gehoopte stijging van deelnemers is uitgebleven. De vraag van het bedrijfsleven naar goed opgeleide medewerkers blijft onverminderd hoog. Ook heeft het bedrijfsleven volop vertrouwen in de kwaliteit van de opleidingen Teelt & Technologie. Alle sectoren in Nederland staan op dit moment echter te springen om mensen. De vraag is veel groter dan het aanbod.

Doel 3: Co-creatie met het bedrijfsleven is bij Teelt & Technologie georganiseerd 

Het bedrijfsleven is ‘kind aan huis’ bij de CiV-ruimte Tuinbouw en Uitgangsmaterialen op de locatie in Zwolle. Bedrijven leveren onderzoeksopdrachten aan die door studenten worden uitgevoerd op deze locatie. Er zijn voortdurend proefopstellingen aanwezig. Bedrijven en studenten monitoren samen periodiek de resultaten van deze onderzoeken. Het bedrijfsleven komt daarvoor naar school om met groepjes studenten het gesprek te hebben.

Reflectie op de maatregel 

Op inhoud zijn mooie modulaire trajecten ontwikkeld die kunnen worden aangeboden aan zij-instromers. Het blijkt bijzonder moeilijk om deze zij-instromers in deze opleidingen te krijgen. Dit is een uitdaging voor de brancheverenigingen, voor Groei.zone en voor Zone.college. Overal is grote vraag naar mensen.

Maatregel 17: Leren in de praktijk Veehouderij

Twee doelen liggen ten grondslag aan deze maatregel:

  • De opleidingen Veehouderij (niveau 2, 3 en 4) sluiten goed aan op de (regiospecifieke) vraag;
  • Onze studenten kunnen diverse bedrijfsopzetten in de veehouderij aan.

Beide doelen zijn gerealiseerd in 2020, zoals staat beschreven in de verantwoording in ons jaarverslag van 2020.

Reflectie op de maatregel 

De maatregel is afgerond. De komende jaren blijven we ons verbinden met bedrijven in de regio. Mogelijk komen we nog nichebedrijven tegen die we willen binden aan onze opleiding. Voor de komende jaren gaan we ons nog meer richten op innovaties die in de praktijk plaatsvinden. Daartoe werken we intensief samen met proefboerderij De Marke, die is verbonden aan Wageningen University & Research (WUR) en diverse innovatieve bedrijven.

Maatregel 18: Vijftien praktijklocaties en praktijkdocenten Veehouderij

Deze maatregel had tot doel het opleidingsprogramma op niveau 3 en 4 beter te verbinden met de praktijk. Dat is gelukt in 2020, zoals staat beschreven in de verantwoording in ons jaarverslag van 2020.

Reflectie op de maatregel 

In de afgelopen jaren werd het curriculum verder ontwikkeld om praktijkleren nog beter te kunnen wegzetten. De samenwerking met loonwerk werd verder uitgebouwd en om het curriculum up-to-date te houden, werden meer bedrijven aangesloten voor input en innovatie.

Maatregel 19: Praktijklocatie Voeding

Doel 1:  Het BOL-onderwijs wordt vooral in en met de praktijk verzorgd 

In de sector levensmiddelentechnologie is het vanuit BOL uiterst moeilijk om de praktijk in het bedrijfsleven vorm te geven. Vaak geldt een minimale leeftijdsgrens van 18 jaar en daarnaast staat in de dagelijkse praktijk bij deze bedrijven ‘productie’ centraal. Dat betekent dat het in de praktijk bij ‘kijken naar’ blijft. Daarom wordt een grote inspanning geleverd om via PCPT (PraktijkCentrumProcesTechnologie; coöperatie met leden vmbo, mbo, hbo en ca. 45 bedrijven groen/grijs procestechnologie) een fysieke praktijklocatie te creëren, waarin studenten met machines kunnen werken zonder dat productieprocessen worden verstoord. Verwachte realisatiedatum is september 2023.

Doel 2: Het onderwijs van de opleidingen V&T sluit nog beter aan bij wat in de markt wordt gevraagd. 

Vanuit het bedrijfsleven is vooral veel vraag om in het onderwijs meer aandacht aan techniek te besteden. Dit is nu ook in het KD onvoldoende aanwezig en vooral gekoppeld aan een keuzedeel. Met de realisatie van een praktijkcentrum (inclusief apparatuur) kunnen studenten meer onderwijs krijgen op de techniek, zonder dat machines in het productieproces stil komen te staan. Daarnaast is er op dit moment een voorziening bij een machineproducent waar studenten onderwijs in de techniek kunnen krijgen. Landelijk is er energie in gestoken om bij de herziening van het KD meer aandacht voor techniek te vragen. Dit lijkt te lukken. In het huidige concept (ingangsdatum 2024) zijn techniek en het kunnen verhelpen van storingen aan productielijnen expliciet opgenomen (en dat is nieuw).

Reflectie op de maatregel

Vanuit een relatief lange onderzoeksfase lijkt nu de versnelling te komen. De verwachting is dat per 1 augustus 2023 een fysiek praktijkcentrum zal zijn gerealiseerd. De oppervlakte van de hal bedraagt ca. 725 m2, en bovendien zijn er enkele instructieruimtes beschikbaar. Deze faciliteit zal worden gerealiseerd binnen een bestaande locatie van ROC van Twente (De Sumpel in Almelo), na een interne herverdeling en verbouwing.

Maatregel 20: Opleiding Voeding & Voorlichting N4 ontwikkelen

Doel 1:  Opleiding sluit aan bij de marktvraag naar voedingsvoorlichters met kennis van voedingsmiddelentechnologie 

De opleiding is volledig ontwikkeld en draait. Bij de ontwikkeling van de opleiding is input gevraagd vanuit het bedrijfsleven. We hebben de opleiding meer ingestoken/vormgegeven vanuit het idee van gezondheid/leefstijl en minder vanuit voorlichting gekoppeld aan voedingsmiddelentechnologie (dat is meer marketing). Het aantal bedrijven dat gekoppeld is aan de gezondheid en leefstijl is echter nog een stuk lager, wat de verbinding met het bedrijfsleven wat bemoeilijkt. Voor de doorontwikkeling volgen we de ontwikkeling van de cross-over-opleiding Voeding, Beweging en Leefstijl. Deze past beter bij onze ambitie. Bekend is dat deze cross-over-opleiding samen met Voeding en Voorlichting in een nieuw dossier wordt verwerkt.

Doel 2: Het werkveld verzorgt een opleiding Voeding & Voorlichting met voldoende studenten om continuïteit op lange termijn te verzekeren 

De opleiding wordt verzorgd. Het aantal studenten is echter nog niet heel hoog. Dit is een risico voor de langere termijn. We zien echter grote kansen in de ontwikkeling van het nieuwe dossier, waarin juist leefstijl een belangrijkere component wordt. Dit sluit veel beter aan bij de beleving en motivatie van jongeren. Daarmee spreken we een bredere doelgroep aan.

Reflectie op de maatregel

Het blijkt dat de beslissing om te starten met Voeding en Voorlichting is genomen zonder gedegen onderzoek op werkgelegenheid en doelgroep. Dit, gekoppeld aan de niet-aansprekende naam voor de opleiding, heeft het niet gemakkelijk gemaakt om de opleiding van de grond te krijgen. De bestaande cross-over-opleiding Voeding & Leefstijladviseur spreekt wat naamgeving betreft meer aan en past ook beter bij de invulling die Zone.college aan de opleiding Voeding en Voorlichting zou willen geven. Het dossier Voeding en Voorlichting is in onze ogen te veel gericht op bedrijven in de levensmiddelentechnologie en minder op gezondheid/vitaliteit en duurzaamheid. Daarin zien wij wel toekomst.

Maatregel 21: Professionalisering docenten organisatiebreed

Doel 1:  Jaarlijks volgt tenminste 50% van de docenten een bij hen passende ontwikkelprogramma 

Er is een onboardingprogramma voor startende docenten dat is gevolgd door het merendeel van de starters. Naast het kennis maken met elkaar en de organisatie bestaat het onboardingprogramma uit een aanbod van diverse trainingen/webinars (o.a. Cumlaude, Magister, Het Leren Organiseren) voor starters. Deze zijn door het merendeel van de startende docenten gevolgd. 

  • Het aanbod van een passend ontwikkelprogramma gericht op teamgecentreerd werken; 
  • Jaarlijks aanbod Het Leren Organiseren; 
  • Masterclass voor procesbegeleiders; 
  • Op maat gemaakte teamontwikkeltrajecten; 
  • 80% van de docenten werkt met de methodiek LeerKRACHT. Hierdoor is er sprake van een geborgd ontwikkelprogramma, waarbij er veel aandacht is voor formeel en informeel leren; 
  • RIF-scholing gericht op softskills (bedrijven en docenten) werkveld Veehouderij; 
  • Cinop-trajecten; 
  • Opdrachten vanuit onderwijsondersteuning: 113, ASS e.d.;  
  • Werkveldgerichte vragen: drieluik GGI; 
  • Team maatwerktrajecten; 
  • Training studieadviseurs; 
  • Assessorentraining en -certificering; 
  • LOB-trainingen. 

Er zijn werkvelden die vakinhoudelijk eigen professionaliseringsprogramma volgen. 

Reflectie op de maatregel 

Zone.academie heeft door middel van een bottom-up-programma professionalisering passende bij de vraag en fase van de teams, docenten en ondersteuning ingezet om een aanzet te geven voor veranderingen en verbetering van het onderwijs. Dit aanbod is maatwerkgericht, naast Het Leren Organiseren en LeerKRACHT als een breed uitgevoerd programma. De OT’s geven aan dat zij zich bekwamer voelen om de student centraal te stellen, onderwijs rondom de student te organiseren en steeds meer collectieve verantwoordelijkheid te ervaren. De uitdaging zit in de facilitering en het stimuleren van deze leercultuurverandering. Informeel leren is een belangrijk thema geworden, waarbij het leren van taken of van collega’s belangrijk is. Het expliciet maken hiervan lukt steeds beter doordat met docenten het gesprek/de dialoog wordt gevoerd over dit leren. Deze manier van leren vindt meer plaats en heeft ook grote effectiviteit naast het leren via opleidingen en trainingen. Bij Zone.college mbo-breed vindt dit in de meeste teams plaats. 

De ervaringen van de afgelopen jaren hebben inzicht gegeven in hoe verplichtend het scholingsaanbod van de Zone.academie moet zijn. In het begin van de Kwaliteitsagenda is hiervoor sterk de keuze bij onderwijsteams neergelegd. Er wordt nu gekeken in hoeverre er toch een meer verplichtend programma (in samenhang met of als uitvloeisel van het onboardingprogramma) moet komen. 

Dat 50% van de docenten mogelijk niet aan het aanbod heeft deelgenomen, of heeft aangegeven waar leervragen liggen, heeft mogelijk te maken met de hectiek van de dag waarin het verzorgen van onderwijs voorrang krijgt op het professionaliseren. Docenten geven aan hier (nog) niet altijd de ruimte voor te voelen. Regie op het scholingsplan vanuit het onderwijsteam en in samenwerking met het MT-mbo zal een vervolgstap hierin zijn. 

Financiële verantwoording

Bij het maken van de Kwaliteitsagenda is per maatregel een schatting gemaakt van de materiële kosten en de inzet van personeel. Eenzelfde inschatting is gemaakt voor vijf organisatiebrede posten die van belang zijn voor de realisatie van de Kwaliteitsagenda, te weten:

  • Internationale ervaringen;
  • Lokaalloos leren;
  • Ondersteuning startende docenten;
  • Ontwikkeling HR;
  • Ontwikkeling onderwijsteams.

In de onderstaande tabel is de realisatie ten opzichte van de begroting weergegeven.

Maatregel FTE gerealiseerd Materiele kosten gerealiseerd Totaal gerealiseerd Totaal begroot Verschil
1. Bloem 6,3 240.892  716.620  435.000  -281.620 
2. Dier, doorstroom HBO 1,8 135.000  187.500  52.500 
3. Dier praktijklocaties 3,2 116.000  356.000  525.000  169.000 
4. Dier, soft skills 3,3 177.005  424.505  292.500  -132.005 
5. Groen, entree en N2 1,0 78.750  187.500  108.750 
6. BBL waterbeheer 0,7 49.715  75.000  25.285 
7. Groen. Hotspot 3,5 26.112  285.612  187.500  -98.112 
8. Groen, opzetten urban Green 1,5 20.000  132.875  137.500  4.625 
9. GGI, herbezinning opl. locaties 1,0 30.000  102.750  165.000  62.250 
10. GGI vernieuwen programma 1,1 84.783  60.000  -24.783 
11. GGI Ont. Bij en nascholing 0,3 22.595  105.000  82.405 
12. Paard, bij en nascholing 0,8 58.666  105.000  46.334 
13. Paard, honneurs 1,9 25.383  165.482  135.000  -30.482 
14. Paraveterinair, internationalisering 1,9 7.203  147.392  262.500  115.108 
15. Parav. Honoursprogramma 1,0 2.703  77.170  95.000  17.830 
16. Teelt, vernieuwen aanbod, imago beroep 1,7 30.139  159.447  262.500  103.053 
17. Veehouderij aanbod innoveren 1,5 50.000  162.500  265.000  102.500 
18. Veehouderij praktijklocaties 2,8 210.000  127.500  -82.500 
19. Voeding, praktijklocatie 0,7 233.607  286.107  230.000  -56.107 
20. Nieuwe opleiding V en voorlichting N4 1,9 65.270  207.410  160.000  -47.410 
21. Professionaleren docenten 15,3 370.861  1.518.361  2.400.000  881.640 
RIF 0,0 -500.000  -500.000 
Internationaal 3,7 277.500  775.000  497.500 
Lokaalloos leren 1,1 241.046  323.546  367.500  43.954 
Ondersteuning startende docenten 11,3 44.160  891.660  1.312.500  420.840 
Begeleidingen ontwikkeling 5,9 215.711  658.211  550.000  -108.211 
Ontwikkeling onderwijsteams 18,0 69.606  1.419.606  2.150.000  730.394 
Totalen 93,2 1.965.696  8.452.264  11.055.000  2.602.736 

Wat direct in het oog springt is het verschil (2.602.736) tussen tussen de totale begroting (11.055.000) en totale realisatie (8.452.264). Dat wordt voor het grootste deel verklaard doordat de goedgekeurde begroting van de kwaliteitsagenda gaat over vijf schooljaren terwijl de realisatie het beeld geeft over vier kalanderjaren. Een verschil van een jaar tussen wat is begroot en wat is gerealiseerd. Indien zowel voor de begroting als de realisatie vier jaar als uitgangspunt wordt genomen is 391.736 minder gerealiseerd dan begroot. 

Realisatie vier jaar 8.452.264
Begroting vier jaar: 11.055.000/5 vermenigvuldigd met 4 8.844.000
Totaal van het verschil -391.736

Op een totaal van 8.840.0000 is een verschil van 391.736 acceptabel. Zeker als in ogenschouw wordt genomen dat de indicatieve begroting is ingediend direct na fusiedatum aan de vooravond van een transitie in het MBO en we nu constateren dat we tevreden zijn over de resultaten van de implementatie van de kwaliteitsagenda en de voortgang van de transitie.

Versie:
v6.1.1

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report