B.7.1 Meerjarenverkenning
A1. Aantallen leerlingen en studenten
Naar aanleiding van het tegengaan en dempen van de negatieve effecten van de coronapandemie op de leerlingen en studenten zijn er veel gelden beschikbaar gesteld vanuit het Rijk (o.a. Nationaal Programma Onderwijs (in deze paragraaf voortaan NPO) en diverse regelingen). Deze baten en de kosten die ermee gepaard gaan, geven een vertekend beeld van de verwachte financiële cijfers en resultaten. Dit wordt verderop toegelicht.
Ontwikkeling aantallen leerlingen en studenten
| 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal leerlingen vmbo | 4.780 | 5.001 | 5.001 | 4.859 | 4.890 | 4.901 | |
| Studenten mbo bol | 2.355 | 2.356 | 2.416 | 2.536 | 2.567 | 2.585 | |
| Studenten mbo bbl | 751 | 781 | 775 | 778 | 765 | 747 | |
| Totaal aantal | 7.886 | 8.138 | 8.192 | 8.173 | 8.222 | 8.233 |
Ondanks dat al jaren gesproken wordt over een mogelijke demografische krimp met betrekking tot de (verwachte) leerling- en studentenaantallen in het werkgebied van Zone.college, is tot op heden sprake van een groei. Het is de verwachting dat de leerling- en studentaantallen tot en met 2024 blijven stijgen. Daarna treedt een stabilisatie van de leerling- en studentaantallen op.
NB: in de tabel opgenomen leerlingaantallen wijkt af met de aantallen vermeld in paragraaf B.2.1. aangezien in de continuïteitsparagraaf uitgegaan wordt van de aantallen waarmee begroot is voor de vastgestelde meerjarenverkenning.
A1. Personele bezetting
| 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Onderwijsgevend personeel | 597 | 611 | 631 | 627 | 617 | 620 | |
| Onderwijsondersteunend personeel | 182 | 186 | 184 | 183 | 181 | 180 | |
| Management | 12 | 12 | 12 | 12 | 12 | 12 | |
| Totaal personeel in fte | 791 | 810 | 827 | 821 | 810 | 812 |
De ontwikkeling van het aantal fte kan niet los worden gezien van de ontwikkeling van leerlingen- en studentenaantallen. De fte's lopen op tot en met 2024, daarna een lichte afname en vervolgens zullen de fte's zich stabiliseren in lijn met leerlingen- en studentaantallen. Tot en met schooljaar 2024-2025 worden nog medewerkers betaald vanuit NPO-middelen.
A2. Meerjarenbegroting; staat van baten en lasten
Meerjarenverkenning staat van baten en lasten
| 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| rijksbijdragen | 80.867 | 81.354 | 81.722 | 82.000 | 81.152 | 82.049 | |
| subsidies | 6.325 | 7.635 | 8.166 | 8.089 | 8.007 | 8.020 | |
| cursusgelden | 316 | 655 | 655 | 655 | 655 | 655 | |
| bedrijven | 3.281 | 3.226 | 3.244 | 3.262 | 3.362 | 3.462 | |
| overige | 1.594 | 1.250 | 1.146 | 1.146 | 1.146 | 1.146 | |
| Totaal baten | 92.383 | 94.120 | 94.934 | 95.152 | 94.322 | 95.332 | |
| personeel | 68.450 | 73.239 | 74.812 | 74.953 | 74.437 | 75.052 | |
| afschrijvingen | 3.763 | 3.716 | 3.683 | 3.655 | 3.655 | 4.256 | |
| huisvesting | 6.181 | 6.679 | 6.689 | 7.190 | 7.190 | 6.690 | |
| overige | 10.129 | 10.584 | 9.966 | 9.726 | 9.494 | 9.499 | |
| Totaal lasten | 88.524 | 94.219 | 95.150 | 95.524 | 94.776 | 95.498 | |
| Saldo baten en lasten | 3.859 | -99 | -216 | -372 | -453 | -166 | |
| Saldo financiële baten en lasten | 143 | 108 | 108 | 258 | 408 | 558 | |
| Resultaat voor belasting | 3.717 | -207 | -324 | -630 | -861 | -724 | |
| Belastingen | |||||||
| Resultaat deelneming | |||||||
| Netto resultaat | 3.717 | -207 | -324 | -630 | -861 | -724 | |
| Resultaat NPO | 174 | -2.266 | -1.225 | ||||
| Gecorrigeerd resultaat NPO | 3.717 | -380 | 1.942 | 595 | -861 | -724 | |
| Inzet impulsgelden algemene reserve | 115 | ||||||
| Inzet bestemmingreserve UI&FG | 572 | ||||||
| Netto resultaat gecorrigeerd op impulsgelden en reserves | 3.717 | 307 | 1.942 | 595 | -861 | -724 |
Belangrijke ontwikkelingen in de meerjarenverkenning zijn:
- In 2020 is een start gemaakt met de planvorming omtrent de verbouw/nieuwbouw van het schoolgebouw in Almelo. In de meerjarenverkenning is rekening gehouden met een (eventuele) oplevering van de nieuwe school begin 2027. Dit resulteert in structureel hogere afschrijvingslasten in 2027 ten opzichte van de jaren daarvoor. Ook de financiële lasten zullen vanaf 2025 significant stijgen naar aanleiding van het besluit tot verbouw/nieuwbouw in Almelo.
- De inzet van impulsgelden en bestemmingsreserves. Impulsgelden zijn gelden die vanuit het eigen vermogen kunnen worden toegekend om de strategische agenda sneller en/of beter uit te voeren. Dit is vanwege de sterke solvabiliteitspositie van Zone.college mogelijk. Voor 2023 zijn impulsgelden gealloceerd met betrekking tot onder andere de doorontwikkeling van de doorlopende leerlijnen en het ontwikkelen van modulair onderwijs.
- De coronapandemie heeft sinds 2020 grote impact op het onderwijs in het algemeen en daarmee ook op Zone.college. Dit zal de komende jaren ook nog merkbaar blijven. Vanuit het Rijk zijn regelingen in het leven geroepen en is het NPO opgezet. Zodoende zijn middelen beschikbaar gesteld om de negatieve effecten van de pandemie tegen te gaan of te verzachten. Voor 2022 is het niet gelukt om alle NPO-gerelateerde baten volledig om te zetten in geplande activiteiten (kosten). Het verschil tussen de ontvangen NPO-gerelateerde baten en de daaraan gerelateerde kosten wordt toegevoegd aan een daarvoor gevormde bestemmingsreserve, zodat gedurende de looptijd van de regelingen deze gelden beschikbaar blijven om in te zetten ten behoeve van het wegwerken van (leer)achterstanden. De bestedingstermijn met betrekking tot de NPO-gelden voor het vmbo loopt tot en met schooljaar 2025 en voor het mbo is dat eind 2024. In bovenstaande tabel is dit zichtbaar gemaakt als 'Resultaat NPO'.
- Op 22 april 2022 heeft de minister voor het primair en voortgezet Onderwijs samen met de sociale partner het onderwijsakkoord 'Samen voor het beste onderwijs' afgesloten. Daarin is onder andere afgesproken om te investeren in de aanpak van de werkdruk in het voortgezet onderwijs. Dit heeft geresulteerd in een aanvullende bekostiging voor werkdrukverlichting in het voortgezet onderwijs. Hiervan kunnen activiteiten worden uitgevoerd die verlaging van de werkdruk tot doel hebben. In de meerjarenverkenning is rekening gehouden met deze additionele middelen en uit te voeren activiteiten.
- De financiële impact van de werkagenda mbo. Vanuit de werkagenda zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor niveau 2, carrièreperspectief en overige coalitieakkoordgelden. De baten zijn ingerekend en hier staan lasten tegenover.
- Met betrekking tot het groot onderhoud heeft Zone.college een voorziening groot onderhoud gevormd volgens de egalisatiemethode. Vanaf boekjaar 2024 moet een nieuwe systematiek worden toegepast op basis van componenten. Voor de verslaggevingsjaren 2020 tot en met 2023 is de overgangsregeling van kracht. In de loop van boekjaar 2023 gaat de impact van deze omschakeling in beeld worden gebracht.
- Naast impulsprojecten zijn er vanuit de bestemmingsreserve gelden gealloceerd voor het faciliteren van de groei in het vmbo, profilering groen, duurzaamheid en doorontwikkeling van de onderwijsteams (mbo).
A2. Meerjarenbegroting; balans
Meerjarenverkenning balans
| 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| materiële vaste activa | 63.177 | 61.648 | 59.973 | 66.426 | 81.379 | 78.981 | |
| financiële vaste activa | 2.182 | 2.182 | 2.182 | 2.182 | 2.182 | 2.182 | |
| Vorderingen | 3.180 | 3.500 | 3.500 | 3.500 | 3.500 | 3.500 | |
| Liquide middelen | 31.701 | 28.811 | 29.662 | 27.078 | 20.764 | 21.188 | |
| Totaal activa | 100.241 | 96.141 | 95.317 | 99.187 | 107.825 | 105.851 | |
| eigen vermogen | 72.172 | 71.965 | 71.641 | 71.011 | 70.149 | 69.425 | |
| Algemene reserve | 45.981 | 46.892 | 49.080 | 49.437 | 48.226 | 47.072 | |
| Bestemmingsreserve publiek | 23.243 | 21.858 | 19.046 | 17.696 | 17.650 | 17.650 | |
| Bestemmingsreserve privaat | 2.948 | 3.215 | 3.515 | 3.877 | 4.273 | 4.703 | |
| voorzieningen | 7.714 | 8.218 | 8.218 | 8.218 | 8.218 | 8.218 | |
| langlopende schulden | 2.458 | 1.958 | 1.458 | 5.958 | 15.458 | 14.208 | |
| kortlopende schulden | 17.897 | 14.000 | 14.000 | 14.000 | 14.000 | 14.000 | |
| Totaal passiva | 100.241 | 96.141 | 95.317 | 99.187 | 107.825 | 105.851 |
Het ministerie hanteert sinds 2020 een signaleringswaarde om bovenmatige publieke vermogens binnen onderwijsinstellingen te detecteren. Volgens de rekenformule, zoals opgesteld door het ministerie, is het (publieke) eigen vermogen van Zone.college lager dan het normatieve vermogen. Er is derhalve geen sprake van een bovenmatig publiek eigen vermogen.
Meerjarenverkenning kengetallen
| Meerjarenverkenning kengetallen | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| liquiditeit | 1,9 | 2,3 | 2,4 | 2,2 | 1,7 | 1,8 | |
| rentabiliteit | 4% | -0% | -0% | -1% | -1% | -1% | |
| huisvesting | 9,7% | 9,5% | 9,4% | 9,8% | 9,8% | 9,9% | |
| solvabiliteit 2 | 80% | 83% | 84% | 80% | 73% | 73% | |
| ratio eigen vermogen tov normatief vermogen | 96% | 93% | 92% | 85% | 73% | 72% |
B.7.2 Risicoparagraaf
B1. Aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem
In het strategisch beleidsplan 2020-2023 zijn de missie, de visie, de kernwaarden en de strategische
doelen voor Zone.college beschreven. Naast het bepalen van de strategische doelen is er tegelijkertijd sprake van risico’s die het realiseren van de gestelde doelen in de weg kunnen staan. Goed risicomanagement geeft inzicht in de risico’s die de organisatie loopt en de effectiviteit van de beheersmaatregelen die de organisatie inzet om betreffende risico’s te mitigeren. In het kader hiervan wordt periodiek een risico-inventarisatie uitgevoerd. De strategiekaart die hieronder wordt gepresenteerd is daarvan afgeleid.
De risico-inventarisatie heeft geleid tot 24 strategische risico’s. Daarbij is per risico de (gepercipieerde) kans van optreden en de impact vastgesteld. De strategische risico’s (A t/m X) zijn in bovenstaande afbeelding gekoppeld aan de strategische doelen. Hierbij is bepaald welke beheersmaatregelen in opzet aanwezig zijn (of zou moeten zijn) om de gespecificeerde risico’s te mitigeren. In 2023 zal een nieuw strategisch plan worden opgesteld. Hierbij zullen ook de daarbij behorende strategische risico’s en beheersmaatregelen in ogenschouw worden genomen.
B2. Beschrijving belangrijkste risico's en onzekerheden
Voor 2022 zijn de meest urgente risico’s oranje gemarkeerd. Ze zijn onder te verdelen naar drie risicogebeurtenissen. Hieronder wordt kort ingegaan op de risicogebeurtenissen:
- Hoewel de ontwikkeling van de leerlingen- en studentenaantallen de komende jaren er gunstig uitziet, wordt er uiteindelijk rekening gehouden met demografische krimp. Daarmee wordt de betaalbaarheid van de opleidingen als meest urgent risico aangemerkt. De verwachte toekomstige krimp wordt onder andere opgevangen door onderwijsvernieuwingen, flexibilisering van het personeelsbestand (toekomstbestendig maken organisatie) en flexibilisering van de huisvesting. In de strategiekaart zijn deze risico's gealloceerd aan Centraal, aangezien de rijksbijdragen worden toegekend op instellingsniveau. Dit risico is echter van toepassing op alle onderdelen binnen Zone.college.
- De disbalans tussen gevraagde en aanwezige competenties. Dit risico hangt nauw samen met het risico krapte op de arbeidsmarkt. Het voeren van goed HR-beleid, waarin onder andere leiderschap/coachingtrajecten, scholingsaanbod en het bouwen aan een inspirerende werkomgeving zijn opgenomen, dragen bij aan het reduceren van het risico.
- Onvoldoende integraliteit in de sturing van de organisatieonderdelen. Adequate interne communicatie, het optimaliseren van de processen binnen de ondersteuningsorganisatie, het opzetten van een leiderschapsprogramma en meer integrale besturing (door periodieke dialoog directeuren versus bestuur) zijn beheersmaatregelen die de kans verkleinen dat dit risico werkelijkheid wordt.
Zoals hierboven bij risico 3 is beschreven, wordt ingezet op een meer integrale besturing waarbij de strategische doelen en strategische risico’s expliciet worden betrokken in de periodieke rapportages en gesprekken tussen het bestuur en de directeuren. Hierdoor is er niet alleen aandacht voor de lopende zaken – betrekking hebbende op de korte termijn zoals financiële verantwoording – maar ook voor de realisatie van de strategische doelen op de lange termijn.
In bijlage 8 is de risico-controlmatrix opgenomen waarin van de drie bovengenoemde risico’s de beheersmaatregelen zijn beschreven die betreffende risico’s dienen te mitigeren.
Operationele activiteiten
De operationele en tactische risico’s worden beoordeeld en gemonitord door middel van activiteiten die voortkomen uit de reguliere planning & control-cyclus en maken daarmee deel uit het risico-raamwerk. Verplichtingen op grond van wet- en regelgeving (compliancerisico’s) worden hierbij meegenomen.
Financiële positie
Zone.college voert een prudent beleid en is mede daardoor in staat tegenslagen op te vangen. De liquiditeit en solvabiliteit zijn goed op orde. Voor de belangrijkste risico’s met impact op de resultaten zijn bestemmingsreserves gevormd, zoals de terugloop van de middelen voor passend onderwijs, de krimp in leerlingen- en studentenaantallen, NPO en calamiteiten. Voor deze risico’s is een inschatting gemaakt van de mogelijke impact om te komen tot een omvang van de bestemmingsreserve. Daarnaast zijn voor de grootste risico’s beheersmaatregelen geformuleerd.
B.7.3 Planning en control
B3. Rapportage en verantwoording
Naast de per risico benoemde beheersmaatregelen is de planning & control-cyclus versterkt door de strategische doelen uit het strategisch beleidsplan hierin explicieter op te nemen. De tertiaalrapportages en -gesprekken van directie en bestuur zijn hierdoor niet alleen gericht op jaarplannen maar ook op langetermijndoelen en -risico’s. Doel hiervan is ook dat in de dialoog teamleider-directeur meer aandacht is voor de langetermijndoelen en -risico’s. De tertiaalrapportages dienen ook als verantwoording richting de rvt, als toezichthoudend orgaan, en medezeggenschap (ondernemingsraad). In paragraaf A.2 geeft de rvt aan op welke wijze hij het bestuur ondersteunt en/of adviseert over de beleidsvraagstukken en de financiële situatie.
De middelen die worden toegekend aan het bevoegd gezag worden door middel van een vastgesteld allocatiemodel budgettair toegekend aan de verschillende onderwijsonderdelen.
B.7.4 Treasury
Naar aanleiding van een wijziging in de regeling Beleggen, Lenen en Derivaten (OC&W) is in 2021 het Treasurystatuut van Zone.college aangepast. Het statuut is eind 2021 vastgesteld door het college van bestuur en goedgekeurd door de raad van toezicht en heeft een geldigheid van vijf jaar. In het treasurystatuut zijn het treasurybeleid en de daaraan gerelateerde taken en verantwoordelijkheden vastgelegd. Het gevoerde treasurybeleid vindt plaats binnen de kaders van de regeling van het ministerie van OC&W. Hiermee wordt de regeling beleggen, belenen en derivaten OC&W 2016 (gewijzigd d.d. 19 december 2018) nageleefd.
Het treasurystatuut heeft betrekking op de publieke middelen die Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland beheert en de leningen die ze vanuit genoemde stichting ten behoeve van haar publieke taak aangaat. Tevens zijn beleidskaders vastgelegd voor diegenen die bij deze taken en verantwoordelijkheden betrokken zijn. Daarnaast zijn in het treasurystatuut afspraken vastgelegd over de beheersing van rentekosten en risico’s, financierings- en beleggingsvraagstukken.
Treasury heeft bij Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland primair als doel het beheersen van financiële risico’s en het optimaliseren van financieringsopbrengsten. Een secundair doel is het reduceren van financieringskosten. De primaire doelstelling van Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland is het verzorgen van goed onderwijs, zoals vastgelegd in de statuten van de stichting. Als gevolg hiervan is het financieren en beleggen ondergeschikt en dienend aan de primaire doelstelling. De algehele doelstelling voor de treasuryfunctie bij Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland is dat deze de financiële continuïteit van de organisatie waarborgt. Gedurende het verslagjaar hebben zich geen liquiditeitsproblemen voorgedaan.
Bij Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland is sprake van de volgende beleggingen en leningen:
- Beleggingen: er is geen sprake van beleggingen. De liquide middelen zijn in het verslagjaar belegd in rekening courant en spaarrekeningen bij banken met dubbel A-status (Rabobank, ING en ABN-Amro (cf. voorgaande jaren). Er is geen sprake van derivaten of overige financiële producten.
- o/g Leningen: voor de financiering van de nieuwbouw Doetinchem zijn hypothecaire leningen aangetrokken (2018) met een looptijd van 10 jaar. Jaarlijks wordt deze lening afgelost. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar de jaarrekening.
De uitvoering van de treasuryfunctie is door het college van bestuur belegd bij de manager financiën. Daarnaast wordt het college van bestuur, bij treasuryaangelegenheden, geadviseerd door de treasurycommissie. Deze commissie bestaat uit het lid college van bestuur met de portefeuille financiën en de concern controller.