B.3.1 Mbo studentenaantal, (redelijk) stabiel
Het totaal aantal (ongewogen) mbo-studenten is enigszins gedaald van 3.111 naar 3.106. Het totaal aantal BOL-studenten (studenten die een beroepsopleidende leerweg volgen) is gedaald van 2.429 naar 2.355. Het aantal BBL-studenten (studenten die een beroepsbegeleidende leerweg volgen) is gestegen van 682 naar 751.
Ontwikkeling totaal aantal mbo-studenten
| 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | |
|---|---|---|---|---|---|
| BOL | 2421 | 2424 | 2392 | 2429 | 2355 |
| BBL | 680 | 698 | 654 | 682 | 751 |
| Totaal | 3101 | 3122 | 3046 | 3111 | 3106 |
Ontwikkeling aantal BOL-studenten per opleidingsniveau
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| BOL 1 | BOL 2 | BOL 3 | BOL 4 | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | 6 | 458 | 688 | 1269 | 2421 |
| 2019 | 9 | 416 | 645 | 1354 | 2424 |
| 2020 | 4 | 425 | 622 | 1341 | 2392 |
| 2021 | 7 | 422 | 686 | 1314 | 2429 |
| 2022 | 4 | 347 | 679 | 1325 | 2355 |
Verdeling aantal BOL-studenten over de opleidingen in percentages
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Werkveld Bloem | 4% |
|---|---|
| Werkveld Dierverzorging | 0.2696390658174098 |
| Werkveld Doorlopende leerroutes | 0.07303609341825902 |
| Werkveld Groen, Grond en Infrastructuur | 0.08152866242038216 |
| Werkveld Groene ruimte | 0.04925690021231423 |
| Werkveld Natuur, Water & Recreatie | 0.07261146496815286 |
| Werkveld Paard | 0.05690021231422505 |
| Werkveld Paraveterinair | 0.1749469214437367 |
| Werkveld Sociaal Domein | 0.001698513800424629 |
| Werkveld Teelt & Technologie | 0.008067940552016985 |
| Werkveld Veehouderij | 0.1494692144373673 |
| Werkveld Voeding | 0.0208067940552017 |
B.3.2 Onderwijskwaliteit
Tevredenheid studenten
Studenten zijn in 2022 gemiddeld iets meer tevreden dan in 2020: voor de opleiding geven studenten een 6,9 (t.o.v. 6,8 in 2020) en een 6,6 voor de school (in 2020 was dit een 6,5). 35% van de studenten geeft aan dat de rapportcijfers hoger zouden zijn zonder corona.
| Thema | Score 2020 | Score 2022 |
|---|---|---|
| Informatie | 3,0 | 3,1 |
| Lesmateriaal en toetsen | 3,2 | 3,3 |
| Lessen | 3,2 | 3,2 |
| Medezeggenschap | 2,2 | 2,1 |
| Omgeving, sfeer en veiligheid | 3,6 | 3,6 |
| Onderwijs en begeleiding | 3,4 | 3,4 |
| Stage (bol) - leerbedrijf | 4,1 | 4,0 |
| Stage (bol) - school | 3,1 | 3,1 |
| Studeren met een beperking | 2,9 | 2,9 |
| Werkplek (bbl) - school | 3,5 | 3,5 |
| Werkplek (bbl) - werkplek | 4,2 | 4,2 |
BBL-studenten zijn met name tevreden over wat zij op de werkplek leren. BOL-studenten zijn met name tevreden over de begeleiding door het leerbedrijf en over wat zij tijdens de stage leren. Wel zijn studenten iets minder tevreden over de begeleiding dan in 2020.
Ten opzichte van 2020 zijn studenten meer tevreden over de informatievoorziening: met name over het feit dat zij door docenten meer worden bevraagd op hun mening, de informatievoorziening over de lessen en de wijze waarop de school met de klachten van studenten omgaat. Ook zijn studenten meer tevreden over het lesmateriaal en de keuzedelen. De informatievoorziening over de schoolkosten, rechten en plichten is te verbeteren, evenals de begeleiding van school tijdens de stage en de aansluiting van de opdrachten bij het werk op de stageplek van studenten.
Onderwijsresultaten
De Inspectie van het Onderwijs waardeert de onderwijsresultaten van het merendeel (15) van onze beroepsopleidingen als voldoende.
Onderwijsresultaten
| Beroepsopleiding (bc-code) | niveau | Jaarresultaat | Diplomaresultaat | Startersresultaat |
|---|---|---|---|---|
| Driejaarsgemiddelde 2018-2021 | Driejaarsgemiddelde 2018-2021 | Driejaarsgemiddelde 2018-2021 | ||
| Agro productie, handel en technologie | 2 | 78,4 | 74,6 | 90,6 |
| Agro productie, handel en technologie | 3 | 81,7 | 83,9 | 86,2 |
| Agro productie, handel en technologie | 4 | 84,6 | 86,7 | 92,3 |
| Dierverzorging | 2 | 72,8 | 66,0 | 84,6 |
| Dierverzorging | 3 | 70,0 | 71,2 | 79,5 |
| Dierverzorging | 4 | 64,1 | 67,2 | 79,7 |
| Bloem, groen en styling | 2 | 73,3 | 71,4 | 75,3 |
| Bloem, groen en styling | 3 | 77,7 | 80,9 | 81,4 |
| Bloem, groen en styling | 4 | 84,7 | 87,1 | 84,8 |
| Groene ruimte | 2 | 76,7 | 72,4 | 84,8 |
| Groene ruimte | 3 | 69,7 | 76,8 | 86,5 |
| Groene ruimte | 4 | 79,2 | 79,5 | 87,6 |
| Hoefsmederij | 3 | 64,5 | 69,0 | 86,1 |
| Management retail | 4 | 72,6 | 72,6 | 80,4 |
| Paardensport en -houderij | 3 | 57,8 | 59,8 | 69,9 |
| Paardensport en -houderij | 4 | 61,9 | 62,4 | 76,6 |
| Verkoop | 2 | 78,9 | 75,0 | 88,9 |
| Voeding | 2 | 89,5 | 89,1 | 98,1 |
| Voeding | 3 | 72,4 | 76,4 | 83,0 |
| Voeding | 4 | 57,9 | 67,4 | 80,0 |
Extra aandacht nodig
De opleiding Hoefsmederij niveau 3 voldoet niet aan de norm van de Inspectie van het Onderwijs op het gebied van de onderwijsresultaten. Wel gaat het om een ‘kleine’ opleiding qua studentenaantallen, dus het effect van één student die de instelling zonder diploma verlaat is groot op de rendementscijfers. Er lijkt een stijgende lijn te zijn in de resultaten. De hogere uitstroom komt door het specifieke karakter van de opleiding. Veel studenten stromen uit vanwege de fysieke arbeid die moet worden uitgevoerd. Uitstroom naar een ander niveau is binnen deze opleiding niet mogelijk. Daarnaast verlaten sommige studenten de opleiding eerder, omdat zij als ZZP’er aan het werk gaan.
Ook de opleidingen Paardensport en Paardenhouderij niveau 3 en 4 voldoen niet aan de norm van de Inspectie van het Onderwijs op het gebied van de onderwijsresultaten. Bij beide opleidingen is een dalende lijn zichtbaar in de resultaten. De uitstroomredenen zijn divers, waardoor het moeilijk is om eenduidige oplossingsrichtingen te vinden.
De beroepsopleiding Voeding niveau 4 voldoet eveneens niet aan de norm van de Inspectie van het Onderwijs op het gebied van de onderwijsresultaten. Over de jaren heen is in 2019-2020 een dip te zien. Dit komt, zoals in het voorgaande jaarverslag is vermeld, doordat binnen de leerweg BBL van deze opleiding bij een bedrijf niet de juiste maatwerkopleiding is verkocht. Het aanbod is daarom omgezet naar een cursorisch opleidingstraject, waardoor sprake was van ongediplomeerde uitstroom. Via het afstemmingsoverleg Groei.zone en Voeding BBL is hier nu nadrukkelijk aandacht voor en wordt het onderwijs nauwer betrokken bij de advisering aan klanten. Binnen de leerweg BOL gaat het vooral om ongediplomeerde uitval van studenten voor wie de werkelijkheid niet overeenkomt met de verwachtingen die ze vooraf van de opleiding hadden. In de voorlichting schenken we hier nu extra aandacht aan.
Tenslotte voldoet de beroepsopleiding Dierverzorging niveau 4 niet aan de norm van de Inspectie van het Onderwijs op het gebied van de onderwijsresultaten. Om de onderwijsresultaten te verbeteren, scherpen we de studieadviesgesprekken aan, om zo de instroom te reguleren. Daarnaast hebben we met stagebedrijven en met de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) afstemming over de vraag hoe om te gaan met de steeds complexere instroom van studenten in het werkveld Dier.
B.3.3 Kwaliteitsagenda
Inleiding
In het Bestuursakkoord 2018-2022 heeft de minister van OCW iedere mbo-instelling gevraagd een Kwaliteitsagenda op te stellen. Het doel van de Kwaliteitsagenda is verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Hierbij moet het regionale werkveld worden betrokken. Ook moeten de onderwijsinstellingen invulling geven aan de landelijk gestelde speerpunten ter verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.
In augustus 2018 is Zone.college ontstaan uit een fusie tussen de Groene Welle en AOC-Oost. De Kwaliteitsagenda die we in 2018 en 2019 opstelden, gaf een impuls aan het meerjarenplan voor ons mbo. In 2019 keurde de Commissie Kwaliteitsafspraken MBO onze Kwaliteitsagenda goed. In 2020, 2021 en 2022 hebben we op alle fronten gewerkt aan de uitvoering ervan. In deze paragraaf lichten we de resultaten op hoofdlijnen toe. Daarbij staan we ook stil bij de resultaten op de landelijke indicatoren die voor elk speerpunt zijn vastgesteld.
Drie pijlers, 21 maatregelen
Aan onze Kwaliteitsagenda liggen drie pijlers ten grondslag:
- Co-creatie met partnerbedrijven;
- Lokaalloos of praktijk-rijk leren;
- Zelforganiserende onderwijsteams.
Bij het opstellen van de Kwaliteitsagenda hebben de werkvelden 21 maatregelen geformuleerd. Dat gebeurde in samenspraak met studenten, bedrijven, docenten en partnerorganisaties. Alle maatregelen hebben in meer of mindere mate impact op de landelijke speerpunten:
- Jongeren in kwetsbare posities;
- Gelijke kansen;
- Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst;
- Doelmatige en duurzame organisatie van groene opleidingen.
Goede resultaten
Voor elk van de 21 maatregelen zijn een of meer doelen geformuleerd. Van veertien maatregelen zijn de doelen volledig of grotendeels behaald. Van vijf maatregelen zijn de doelen beperkt behaald en van twee maatregelen zijn de doelen nagenoeg niet behaald. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mate waarin de doelen van maatregelen zijn gerealiseerd.
Het geheel overziend zijn we uitermate tevreden over de mate waarin we onze doelen hebben gerealiseerd. Zeker als in ogenschouw wordt genomen welke inspanning onze medewerkers hebben geleverd; daaraan heeft het niet gelegen. Van de zeven maatregelen waarvan de doelen nagenoeg niet of in beperkte mate zijn behaald, liggen de hoofdoorzaken voor een groot deel buiten onze directe invloed.
- COVID-19. Maatregel 14 betrof het opzetten en uitvoeren van een internationaal programma paraveterinair. Maatregelen 11 en 12 richtten zich op bij- en nascholing van de beroepsgroep (groen, grond en infra, paard). Door de (gedeeltelijke) lockdown tijdens corona heeft de uitvoering van deze maatregelen flinke vertraging opgelopen.
- Samenwerking met externe partijen. Om de doelen van de maatregelen 2 (doorstroom dier) en 6 (bijscholen waterschappen) te realiseren was samenwerking met anderen noodzakelijk. Voor maatregel 2 geldt dat de samenwerking meer tijd blijkt te vergen dan was voorzien. Voor maatregel 6 bleek de samenwerking, ondanks alle goede intenties, toch te complex om voldoende prioriteit te krijgen bij alle betrokkenen. Voor maatregel 20 is de discrepantie tussen het dossier en de praktijk een belangrijke oorzaak van het behaalde resultaat.
- Reputatie arbeidsmarkt. We doen er alles aan om opleidingen aan te bieden en studenten te interesseren in de sector Teelt (Maatregel 12). Daarin trekken we op met het bedrijfsleven, ook gedurende de looptijd van de Kwaliteitsagenda. Door de slechte reputatie van de arbeidsmarkt in deze sector is het nog niet gelukt de schaarste aan arbeidskrachten te verminderen.
Bijlage 10 geeft per maatregel een gedetailleerde beschrijving van de mate waarin de doelen zijn gerealiseerd en een reflectie daarop.
| Nr. | Werkveld | Maatregel | Volledig behaald | Grotendeels behaald | Beperkt behaald | Nagenoeg niet behaald |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Bloem | Opleiding herinrichten met een specifieke hotspot | x | |||
| 2 | Dierverzorging | N4 Dierverzorging naar een hoger plan brengen | x | |||
| 3 | Dierverzorging | Praktijklocaties uitbreiden | x | |||
| 4 | Dierverzorging | Aanbod softskills versterken | x | |||
| 5 | Groen | Uitbreiden entree- en N2- opleiding | x | |||
| 6 | Groen | Bijscholen Waterschappen | x | |||
| 7 | Groen | Hotspot groen creëren | x | |||
| 8 | Groen | Opzetten Urban Green | x | |||
| 9 | GGI | Herbezinning opleidingslocaties | x | |||
| 10 | GGI | Opleidingsprogramma vernieuwen | x | |||
| 11 | GGI | Bij- en nascholingsprogramma | x | |||
| 12 | Paard | Bij- en nascholingsprogramma | x | |||
| 13 | Paard | Maatwerk | x | |||
| 14 | Paraveterinair | Internationalisering | x | |||
| 15 | Paraveterinair | Honoursprogramma | x | |||
| 16 | Teelt | Vernieuwing aanbod | x | |||
| 17 | Veehouderij | Leren in de praktijk | x | |||
| 18 | Veehouderij | Praktijklocaties en docenten | x | |||
| 19 | Voeding | Praktijklocatie | x | |||
| 20 | Voeding | N4 Voeding & voorlichting ontwikkelen | x | |||
| 21 | Organisatiebreed | Professionalisering docenten | x |
Speerpunt 'Jongeren in kwetsbare posities'
Elf van onze maatregelen (de maatregelen 1, 3, 4, 5, 6, 8, 13, 16, 17, 19 en 21 in bovenstaande tabel) hebben impact op jongeren in kwetsbare posities. Van negen maatregelen zijn de doelen gerealiseerd of in grote mate gerealiseerd. Dat geldt niet voor maatregel 6 (bijscholen waterschappen). Zoals beschreven in de voorgaande paragraaf heeft de aanvankelijke samenwerking met externe partijen geen succesvol vervolg gekregen. Maatregel 16 (vernieuwing aanbod teelt) heeft last van een impopulaire arbeidsmarkt.
Indicatoren bij dit speerpunt zijn het aantal voortijdig schoolverlaters en het arbeidsrendement van de N2-opleidingen. De ontwikkeling van deze indicatoren toont het volgende beeld:
Indicator voortijdig schoolverlaters 2021-2022 (Bron: Dashboard VSV - JIKP DUO/ministerie OCW, 4 april 2023)
| Niveau | Nulmeting | Resultaat | Landelijke norm |
|---|---|---|---|
| N1 | 10,00% | 16,22% | 22,60% |
| N2 | 6,80% | 11,19% | 9,58% |
| N3 | 2,35% | 3,54% | 3,89% |
| N4 | 1,90% | 2,30% | 3,25% |
Op alle opleidingscategorieën zijn onze resultaten afgenomen ten opzichte van de nulmeting. Voor 3 van de 4 categorieën blijven we voldoen aan de landelijke norm. De toename in voortijdig schoolverlaters wordt veroorzaakt door een groeiende zorgvraag van studenten die in de corona periode hun onderwijs hebben genoten. Juist nu we de pandemie achter ons hebben liggen komt het langdurige effect meer naar boven. Mbo breed ligt het VSV aantal van het mbo nog steeds onder de landelijke norm, maar de stijging geeft wel reden tot zorg.
Voor de interpretatie van deze cijfers is het van belang dat bij met name niveau 1 het is gebaseerd op kleine aantallen, waardoor weinig studenten een groot verschil in percentage betekenen. We blijven de VSV uiteraard monitoren.
Indicator arbeidsmarktrendement N2-opleidingen 2020-2021 (Bron: DUO kwaliteitsafspraken 2023)
| Werkveld | Nulmeting | Resultaat | Signaalwaarde |
|---|---|---|---|
| Agro | >70% | 85,00% | 70,00% |
| Groen | >70% | 85,00% | 70,00% |
| Bloem | 70,00% | ||
| Voeding | 63,00% | 70,00% | |
| Dier | 60,00% | 44,00% | 70,00% |
Ons arbeidsmarktrendement binnen Agro en Groen is gestegen en ligt boven de signaalwaarde. Dat geldt niet voor het arbeidsrendement van Dier. Naar de redenen daarvan wordt onderzoek gedaan. De opleiding zet sterk in op softskills (maatregel 4). Dit moet leiden tot een bredere maatschappelijke opleiding die optimaal bijdraagt aan het vinden van een baan, binnen maar ook buiten het de sector dier.
Speerpunt 'Gelijke kansen'
Twaalf van onze maatregelen (de maatregelen 1, 2, 3, 4, 5, 9, 13, 14, 15, 16, 17 en 20 in bovenstaande tabel) hebben enige impact op gelijke kansen. Bij negen van deze maatregelen zijn de doelen gerealiseerd of grotendeels gerealiseerd. Dat geldt niet voor de maatregelen 2, 14 en 16. Maatregel 2 heeft vertraging opgelopen, omdat de accreditatie van de Associate Degree (Dierverzorging N4 betere doorstroom) meer tijd vergde dan verwacht. Bij maatregel 14 (internationalisering Paraveterinair) heeft COVID-19 gezorgd voor vertraging. Maatregel 16 (vernieuwing aanbod Teelt) heeft te maken met een slechte reputatie van de arbeidsmarkt waardoor de doelen niet zijn gehaald.
Aan het speerpunt 'Gelijke kansen' zijn vijf indicatoren gekoppeld. De resultaten op de indicatoren 'startersresultaat' en 'kwalificatiewinst' zijn niet gepubliceerd op de datum dat het jaarverslag is gemaakt. Hierna tonen we de ontwikkeling van de overige drie indicatoren en worden die toegelicht.
Opstroom na diploma 2021-2022 (Bron: Duo kwaliteitsafspraken 2023)
| Niveau | Nulmeting | Resultaat | Landelijk gemiddelde nulmeting |
|---|---|---|---|
| E | 53% | 72% | 66% |
| N2 | 36% | 48% | 37% |
| N3 | 19% | 26% | 16% |
| N4 | 34% | 38% | 33% |
De prestaties op het gebied opstroom na diploma liggen boven de gemiddelde landelijke score en zijn verbeterd sinds de nulmeting. Hiervoor kunnen wij op dit moment geen eenduidige verklaring vinden. De inschatting is dat de verandering in de arbeidsorganisatie, waarin er gewerkt wordt met kleine zelforganiserende onderwijsteams, heeft bijgedragen aan betere begeleiding van studenten en betere afstemming op de individuele behoefte van de studenten in hun loopbaan.
Indicator doorstroom naar mbo/hbo 2020-2021 (Bron: Duo kwaliteitsafspraken 2023)
| Jaar | Aantal |
|---|---|
| 2013 | 108 |
| 2014 | 102 |
| 2015 | 116 |
| 2018 | 116 |
| 2019 | 112 |
| 2021 | 110 |
De doorstroomcijfers geven een te globaal beeld om conclusies aan te verbinden. Elk jaar diplomeren ongeveer 1000 studenten binnen het mbo van Zone.college en daarvan lijkt ruim 10% door te stromen. Binnen de werkvelden Dier en Paraveterinair heeft doorstroom onze speciale aandacht, omdat de kansen op werk in deze sectoren beperkten zijn dan in andere sectoren. De maatregelen uit de Kwaliteitsagenda die daarmee verband houden zijn:
- Maatregel 2: Dierverzorging, aanbod N4 naar een hoger plan brengen;
- Maatregel 15: Paraveterinair, honoursprogramma.
Conclusies aan de werking van deze maatregelen verbinden is nog niet mogelijk aangezien de studenten waar met name op ingezet is nog binnen de opleidingen zitten.
Succes doorstromers eerste jaar HBO 2020-2021 (Bron: Duo kwaliteitsafspraken 2023)
| Nulmeting | Resultaat |
|---|---|
| 81% | 81% |
Zie voor een toelichting de voorgaande alinea (doorstroom naar mbo/hbo).
Speerpunt 'Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst'
Vijftien van onze maatregelen (de maatregelen 1, 3, 4, 6, 7, 10, 11, 12, 14, 16, 17, 18, 19, 20 en 21 in bovenstaande tabel) hebben enige impact op het landelijke speerpunt 'Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst’. Van tien maatregelen zijn de doelen behaald of grotendeels behaald. Van vijf maatregelen zijn doelen niet in voldoende mate behaald. Maatregel 6 (bijscholen waterschappen) is niet tot uitvoering gekomen omdat de beoogde samenwerking met partners niet tot wasdom is gekomen. De maatregelen 11 en 12 (Bij- en nascholingsprogramma's GGI en Paard) hebben door Covid vertraging opgelopen. Maatregel 16 (Vernieuwing aanbod Teelt) heeft zoals eerder gezegd te maken met een slechte reputatie van de arbeidsmarkt.
Bij het speerpunt 'Arbeidsmarkt van de toekomst' horen twee indicatoren: het arbeidsmarktrendement en het aandeel BBL-studenten. Hieronder tonen we deze en lichten we ze toe.
Indicator arbeidsmarktrendement alle niveaus 2020-2021 (Bron: Duo kwaliteitsafspraken 2023)
| Niveau | Nulmeting | Resultaat | Signaalwaarde |
|---|---|---|---|
| E | 95% | 70% | |
| N2 | 57% | 75% | 70% |
| N3 | 83% | 84% | 70% |
| N4 | 82% | 84% | 70% |
Voor N3 en N4 geldt dat het rendement iets is toegenomen ten opzichte van de nulmeting. Het rendement bij N2 is flink gestegen. Ons arbeidsmarktrendement van alle opleidingsniveaus ligt boven de signaalwaarde. Onze verklaring voor deze stijging is tweeledig. Aan de ene kant hebben wij sterk ingezet op de samenwerking met het bedrijfsleven door hen mee te laten denken over de inhoud van de opleidingen en delen van het onderwijs door het bedrijfsleven te laten uitvoeren. Aan de andere kant is de krapte op de arbeidsmarkt hoog en is er voor veel studenten werk te vinden in de sectoren waar ze voor worden opgeleid.
Indicator aandeel BBL’ers 2022-2023 (Bron: Duo kwaliteitsafspraken 2023)
| Niveau | Nulmeting | Resultaat | Landelijk gemiddelde nulmeting |
|---|---|---|---|
| E | 89% | ||
| N2 | 31% | 33% | 40% |
| N3 | 33% | 37% | 43% |
| N4 | 6% | 10% | 9% |
Het aandeel BBL is toegenomen maar ligt net iets onder het landelijk gemiddelde van de nulmeting. Dit lijkt met name te kunnen worden toegeschreven aan de landelijke tendens van de krapte op de arbeidsmarkt en de wens van bedrijven om BBL studenten in dienst te hebben in plaats van via de BOL te wachten tot de student is afgestudeerd. Er is in de kwaliteitsagenda niet specifiek ingezet op het veranderen van de verdeling BOL/BBL.
Doelmatige en duurzame organisatie van groene opleidingen
Zestien van onze maatregelen (de maatregelen 1, 2, 3, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 16, 17, 18, 19 en 21 in bovenstaande tabel) hebben enige impact op het speerpunt ‘Doelmatige en duurzame organisatie van groene opleidingen’. Van elf maatregelen zijn de beoogde resultaten behaald of grotendeels behaald. Voor vijf maatregelen is dat niet het geval, te weten de maatregelen 2, 6, 11, 12, 16. In de voorgaande paragraven van dit hoofdstuk worden daarvoor de verklaringen beschreven.
Feedback van studenten
Met de JOB-monitor meten we de studenttevredenheid. Studenten zijn in 2022 gemiddeld iets meer tevreden dan in 2020: voor de opleiding geven studenten een 6,9 (t.o.v. 6,8 in 2020) en voor de school een 6,6 (in 2020 was dit een 6,5). 35% van de studenten geeft aan dat de rapportcijfers hoger zouden zijn zonder corona. In paragraaf B.3.2. wordt een nadere toelichting gegeven op de meting van de studenttevredenheid.
Behalve via de JOB-monitor vragen onderwijsteams ook op andere manieren feedback aan studenten, zoals via:
- Studentarena's. Bij deze methode vragen we studenten, per onderwijsperiode, hoe zij de (door henzelf voorgestelde) onderwijsverbeteringen ervaren. Twee afgevaardigden per klas delen de feedback die ze tijdens de arena uit de klas hebben opgehaald. Studenten uit verschillende jaargangen gaan hierover met elkaar in gesprek. Het onderwijsteam is hierbij slechts toehoorder en neemt de feedback mee.
- Feed Me-app. Met deze app halen docenten anoniem feedback op bij studenten over het lesgeven. Dit levert input op voor onder andere lesontwerpen binnen het onderwijsteam.
- Retrospective. Wat mag weg, wat mag minder, wat mag meer, waarmee starten en wat moet blijven? Studenten geven feedback over hoe zij de gang van zaken binnen het onderwijsteam ervaren. De onderwerpen variëren van loopbaangesprekken tot communicatie en van lessen tot stagebezoeken.
Betrokkenheid bedrijfsleven
Het aantal bedrijven dat met ons wil samenwerken neemt toe. Inmiddels werken we in allerlei vormen met meer dan 150 bedrijven samen, dit gaat van onderwijsontwikkeling en langdurige uitvoer van onderwijs tot gastlessen en excursies. De inhoud van de samenwerkingen en de professionaliteit van zowel de bedrijven als ons eigen mbo is gegroeid door de ervaring die met praktijkrijkleren is opgedaan. Met de bedrijven waarmee langdurig wordt samengewerkt sluiten we samenwerkingsovereenkomsten af over het gebruik van bedrijfslocaties en de inzet van vakmensen uit de praktijk in ons onderwijs. De toename van het aantal bedrijven dat met ons samenwerkt is voor ons een signaal dat bedrijven onze koers omarmen.
In alle werkvelden is het bedrijfsleven betrokken bij de uitvoering van de Kwaliteitsagenda. De omvang en intensiteit van die betrokkenheid verschilt en hangt samen met de aard van het werkveld. Het gaat om tientallen bedrijven, zoals melkvee- en varkenshouders, loonwerkbedrijven, dierentuinen, hoveniers, bloemisten, dierenartspraktijken, enzovoort. Verder werken we nauw samen met brancheorganisaties zoals de Koninklijke Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG), Cumela, Glastuinbouw Nederland, Talentboom, LTO Noord en Vereniging Bloemist Winkeliers (VBW).
Bestuurlijke reflectie
Het college van bestuur is tevreden met de resultaten die zijn geboekt met de uitvoering van de Kwaliteitsagenda. Zeker in het licht van de transitie die binnen ons mbo plaatsvindt. Maar ook hadden we rekening te houden met de lockdown als gevolg van COVID-19 en fusies en verregaande samenwerking tussen collega-instellingen, zoals die tussen Aeres en Nordwin, Terra en het Drenthe College en de instellingen die zijn opgegaan in Yuverta. De tweede genoemde ontwikkeling heeft ons er niet van weerhouden onze koers te blijven volgen en samenwerking met de nieuwe samenwerkingsverbanden te blijven zoeken. En dat is wederzijds waardoor we in gezamenlijkheid meerwaarde kunnen leveren aan onze studenten.
We zijn met name trots op ons praktijk-rijke onderwijs, waardoor er een betere aansluiting is met de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Inmiddels werken we met meer dan 150 bedrijven op basis van langdurige afspraken samen. Het aantal lesuren dat wordt verzorgd door vakmensen uit de praktijk is toegenomen, evenals het aantal uren dat de lessen worden verzorgd op praktijklocaties. Maar ook worden meer vakmensen uit de praktijk betrokken bij de ontwikkeling van ons onderwijs. Daarmee worden onze studenten beter voorbereid op de arbeidsmarkt van de toekomst. Een andere ontwikkeling waarbij de Kwaliteitsagenda een sturende rol heeft gespeeld en die we graag in het licht zetten, is het opzetten van Entreeopleidingen. Daar waar we enkele jaren geleden nog geen eigenstandig entreeaanbod hadden, bieden we nu voor jongeren in kwetsbare posities op al onze mbo-locaties Entreeonderwijs aan dat is gericht op plant, dier of groene leefomgeving. Een derde resultaat waar we trots op zijn, en die van betekenis is voor de kansen van al onze studenten, is de ontwikkeling van zelforganiserende teams. Door te werken met zelforganiserende teams is de verbinding tussen studenten en docenten versterkt. Daardoor kennen we onze studenten goed en weten we wat nodig is om studenten verder te helpen in hun schoolloopbaan. Maar ook gedurende de coronaperiode is de sterkere binding tussen student en een vast team docenten van grote betekenis geweest.
De uitvoering van de Kwaliteitsagenda heeft ons opnieuw getoond dat de wereld niet maakbaar is. Gedurende de uitvoering van de Kwaliteitsagenda zijn we geconfronteerd met omstandigheden die niet waren voorzien bij het maken van de agenda. Het meest in het oog springende voorbeeld daarvan is de lockdown als gevolg van COVID-19. Vanzelfsprekend heeft die impact gehad op bijvoorbeeld onze ambities op het gebied van internationalisering. Maar ook op kleinere schaal heeft dat plaatsgevonden, zoals samenwerking met partners die tussentijds een andere onvoorziene wending hebben genomen. Dat heeft ons geleerd dat een continue dialoog tussen de binnenwereld en buitenwereld, tussen plannen en realisatie en tussen de leefwereld en systeemwereld van essentieel belang is in de ontwikkeling en uitvoering van ons onderwijs.
Terugkijkend komt het college van bestuur tot de conclusie dat het opstellen en uitvoeren van de Kwaliteitsagenda heeft geholpen in het versnellen van het fusieproces tussen Groene Welle en AOC-Oost. In augustus 2018 is Zone.college gestart en enkele maanden later is een richtinggevende Kwaliteitsagenda ingediend bij het CKMBO. Een richting die paste bij de ontwikkeling van Zone.college en de landelijke speerpunten. Het college is zeer tevreden met de resultaten die zijn geboekt en heeft er alle vertrouwen in dat het vervolgen van de ingeslagen weg zal leiden tot nog beter onderwijs en tevredener studenten.
B.3.4 Maximering aantal studenten
Sinds 1 augustus 2017 is voor het mbo de Wet vroegtijdige aanmelddatum voor en toelatingsrecht tot het beroepsonderwijs van kracht. Deze wet stelt voorwaarden aan het instellen van een gelimiteerd aantal opleidingsplaatsen. Binnen onze instelling geldt dat voor de opleidingen Dierenartsassistent Paraveterinair en Wildlife. Op basis van een evaluatie van de aanmeldprocedure van vorig jaar hebben we de procedure aangepast. De toeleverende scholen hebben we hierover geïnformeerd en we vermelden de instroombeperking op onze website.
Wildlife
Voor de opleiding Wildlife (in Zwolle) beperken we de instroom tot een maximum van 50 studenten. Plaatsing in de opleiding Wildlife gebeurt op volgorde van aanmelding.
Dierenartsassistent Paraveterinair
Voor de opleiding Dierenartsassistent Paraveterinair (in Almelo, Deventer, Doetinchem, Hardenberg en Zwolle) geldt per opleidingslocatie een instroombeperking tot een maximumaantal van 30 studenten. Studenten worden op deze opleiding geplaatst op volgorde van aanmelding.
Procedure
De procedure voor intake en plaatsing is voor de opleidingen Dierenartsassistent Paraveterinair en Wildlife als volgt:
- De opleidingen maken vóór 1 februari voorafgaand aan de start van het schooljaar in het beleid duidelijk hoe ze omgaan met het beperkte aantal opleidingsplaatsen;
- Plaatsing in de opleiding gebeurt op basis van volgorde van aanmelding;
- Aanmeldingen na 1 april worden in volgorde van aanmelding aan de plaatsingslijst toegevoegd;
- De aangemelde studenten doorlopen direct na 1 april de toelatingsprocedure, zodat snel komt vast te staan of de aanmelding ook tot plaatsing kan leiden. Als dit niet het geval is, kan de plaats worden ingevuld door de volgende op de plaatsingslijst.
B.3.5 Passend onderwijs mbo
Visie op passend onderwijs
Vanuit onze kernwaarden is het uitgangspunt dat iedere student de kans en mogelijkheid moet krijgen om (ongeacht problematiek) ambities te kunnen waarmaken, met uitzicht op een realistisch toekomstperspectief. Studenten schrijven zich in om een opleiding te volgen en uiteindelijk zo mogelijk een diploma te behalen. Bij aanmelding proberen wij in te schatten welke ondersteuning de student nodig heeft. Dit doen we door de inzet van diverse screeningtools en studieadviesgesprekken.
Organisatie passend onderwijs
Het onderwijsteam (docenten en coaches) zorgt zoveel mogelijk zelf voor de begeleiding van studenten (eerste lijn). Het ondersteuningsteam geeft de docenten waar nodig ondersteuning en advies (tweede lijn). Het raadplegen van externe hulp (derde lijn) gebeurt altijd in overleg met het ondersteuningsteam op locatie. Wanneer een coach een ondersteuningsvraag heeft voor zijn student, dient hij deze schriftelijk in bij de trajectbegeleider van de locatie. De trajectbegeleider bespreekt de ondersteuningsvraag met het team op de locatie en in gezamenlijkheid bepalen ze welke ondersteuning er vanuit school wordt geboden.
Nadat we gedurende de COVID-19 periode passend onderwijs hadden geboden in lock-down omstandigheden was het afgelopen jaar weer een jaar van veel fysiek onderwijs en contact met elkaar. De jaren van afstandsleren hebben mooie dingen opgeleverd, maar ook achterstanden veroorzaakt, zowel vakinhoudelijk als sociaal. Met name jongeren in kwetsbare posities bleken meer moeite te hebben met deze onderwijsvorm. Gebrek aan zelfstandigheid en motivatie en een toename van problemen met het psychisch welbevinden speelden hierbij een rol. We merken het in de huidige tijd steeds meer en het vraagt veel van ons om steeds adequater te kunnen inspelen op de veranderende regelgeving.
Inrichting van de ondersteuning
De basisondersteuning is verankerd in ons primaire proces. Denk aan toets- en examenfaciliteiten, een (sociaal) veilig schoolklimaat, een schoolveiligheidsplan, een rouwprotocol en een studentenservicepunt. Extra ondersteuning wordt geboden onder regie van het ondersteuningsteam. Denk aan de inzet van een schoolpsycholoog, schoolmaatschappelijk werker, jeugdarts , plusklasmedewerker, ProFarm-casemanager en trajectbegeleider. Ook zijn maatwerktrajecten mogelijk, zoals een training sociale vaardigheden en/of weerbaarheid of een traject van school naar werk. Voor elke student die in beeld is bij het ondersteuningsteam wordt een plan van aanpak gemaakt. Dit plan komt in het leerlingvolgsysteem te staan. We werken daarbij met de PDCA-cyclus.
Omvang ondersteuning
De onderwijslocaties kennen verschillende vormen en arrangementen van (extra) ondersteuning. We werken in de organisatie onverminderd hard aan locatie-overstijgende afstemming van de ondersteuning. Inmiddels hanteren de verschillende locaties nu ruwweg dezelfde werkwijze. Gemiddeld is zo'n 15% van de studenten op de een of andere manier onder de aandacht van het expertiseteam. Sinds COVID-19 is dat ongeveer 18%. We constateren een groeiende belangstelling voor extra ondersteuning in de plusklassen, doordat studenten motivatieproblemen ondervinden en/of behoefte hebben aan hulp bij de planning en organisatie van schoolse vaardigheden. Daarnaast is er een groeiende problematiek op het gebied van het welzijn van de student. De extra inzet voor deze studenten halen we momenteel deels uit de subsidiegelden (NPO).
Financiële verantwoording
De financiële input verschilt per locatie/regio. In een aantal gevallen zorgen betrokken samenwerkende gemeenten voor een gedeeltelijke financiering van trajectbegeleiders, jeugdartsen en schoolmaatschappelijk werkers. Ook de beschikbare VSV-gelden verschillen per regio. De gelden voor passend onderwijs zijn versleuteld in de lumpsum en daardoor niet eenvoudig vast te stellen.
B.3.6 Examenproducten, keuzedelen en onderwijstijd
Examenproducten
De examenproducten die we in 2022 hebben ingezet voor het examineren van het beroepsspecifieke deel in de mbo-opleidingen, kochten we in bij stichting Groene Norm. Voor het examineren van de generieke taal- en rekeneisen kochten we examens in bij Bureau ICE. In enkele uitzonderingsgevallen examineerden we met binnen Zone.college ontwikkelde examens. Het ging daarbij om examens voor de keuzedelen, waarop de (overgangsperiode voor de) valideringsroute voor het ontwikkelen van examens volgens de collectieve afspraken in de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO) nog niet van toepassing was. De examenprogramma’s en (ingekochte) producten zijn vastgesteld volgens onze procedures op basis van de procesarchitectuur examinering van het Kennispunt Onderwijs en Examinering Mbo. Zie verder het examenverslag in bijlage 7.
Aanbodverplichting keuzedelen
Wij geven onze studenten de mogelijkheid om uit een breed aanbod van keuzedelen een keuze te maken om te voldoen aan de keuzedeelverplichting. Wij hebben er niet voor gekozen om af te wijken van de keuzedeelverplichting ten behoeve van persoonlijk, cultureel of levensbeschouwelijk onderwijs. In schooljaar 2021-2022 zijn er bij de examencommissie 36 verzoeken ingediend voor niet-gekoppelde keuzedelen. Hiervan zijn 26 verzoeken gehonoreerd en tien afgewezen. In geen enkel geval was de reden dat het keuzedeel overlapte met de kwalificatie van de student. In alle tien de gevallen werd het verzoek afgewezen om organisatorische redenen. Uit het totale aanbod van 98 keuzedelen zijn 73 keuzedelen gerealiseerd.
Opleidingsaanbod en arbeidsmarktperspectief
Vanuit arbeidsmarktperspectief is in 2022 het opleidingsaanbod niet gewijzigd.
Afwijking wettelijke onderwijstijd
In 2015 gold al een verkorting van de wettelijke onderwijstijd voor de niveau-2-opleidingen van Veehouderij en Loonwerk. In 2016 besloot het college van bestuur deze verkorting van onderwijstijd ook door te voeren voor onze overige niveau-2-opleidingen. Dit besluit kwam tot stand met input en ondersteuning vanuit de studentenraad, de betreffende sectorraden en het management van de opleidingen. In 2022 is de verkorting van de onderwijstijd opnieuw vastgesteld en opgenomen in de opleidingsplannen voor de niveau-2-opleidingen. Reguliere onderwijstijd krijgt meestal vorm in theorie en gesimuleerde werksituaties. Studenten van niveau-2-opleidingen zullen in de toekomst vooral uitvoerende werkzaamheden verrichten. Deze studenten hebben dan ook veel baat bij leren in authentieke praktijksituaties, waar zij zich een veelheid aan praktische handelingen eigen kunnen maken. Met deze invulling draagt verkorting van de onderwijstijd voor deze groep studenten bij aan de kwaliteit van de opleiding.
B.3.7. Mbo studentenfonds
In 2022 zijn 27 aanvragen gedaan voor financiële ondersteuning vanuit het studentenfonds. Alle aanvragen zijn toegekend.
| Omschrijving | Aantal aanvragen | Aantal toekenningen | Totaal van de toekenningen | Gemiddelde hoogte van de toekenningen |
|---|---|---|---|---|
| Mbo-studenten die lid zijn van een studentenraad als bedoeld in artikel 8a.1.2 WEB, van een andere door het bevoegd gezag ingestelde medezeggenschapsstructuur of van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Mbo-studenten die activiteiten verrichten op bestuurlijk of maatschappelijk gebied die naar het oordeel van het bevoegd gezag mede in het belang zijn van de instelling of van het onderwijs dat de student volgt | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Mbo-studenten, die of waarvan diens wettelijk vertegenwoordigers, aantoonbaar onvoldoende financiële middelen hebben voor de aanschaf van onderwijsbenodigdheden waarover de student geacht wordt zelf te beschikken | 27 | 27 | 10498,69 | 388,84 |
| Mbo-studenten die in verband met de aanwezigheid van een bijzondere omstandigheid studievertraging hebben opgelopen | 0 | 0 | 0 | 0 |