Spring naar inhoud

Continuïteitsparagraaf

B.7.1 Meerjarenverkenning

A1. Aantallen leerlingen en studenten

Ontwikkeling aantallen leerlingen en studenten

    2023 2024 2025 2026 2027 2028
               
aantal leerlingen vmbo    4.905   4.914   4.793   4.757   4.758   4.777 
studenten mbo bol    2.218   2.406   2.559   2.618   2.592   2.617 
studenten mbo bbl    776   664   609   604   621   605 
Totaal aantal    7.899   7.984   7.961   7.979   7.971   7.999 

Ondanks dat al jaren gesproken wordt over een mogelijke demografische krimp, met betrekking tot de (verwachte) leerling- en studentenaantallen in het werkgebied van Zone.college, is tot op heden sprake van een groei. Het is de verwachting dat de leerling- en studentaantallen tot en met 2024 blijven stijgen, waarna een stabilisatie optreedt van de leerling- en studentaantallen. Deze stabilisatie is toe te schrijven aan een verwachte groei in de doorlopende leerlijnen. 

A1. Personele bezetting

    2023 2024 2025 2026 2027 2028
onderwijsgevend personeel    611   622   607   604   602   603 
onderwijsondersteunend personeel    190   198   200   194   188   185 
management    10   11   12   12   12   12 
Totaal personeel in fte    812   831   818   810   802   800 

De ontwikkeling van het aantal fte kan niet los gezien worden van de ontwikkeling van leerling- en studentaantallen. De Fte’s lopen op tot met 2024, daarna zullen de fte’s licht dalen in lijn met leerling- en studentaantallen en doordat de door OC&W bepaalde bestedingstermijn van de NPO middelen afloopt per einde kalenderjaar 2024 en schooljaar 2024-2025 voor respectievelijk het mbo en vmbo.

A2. Meerjarenbegroting; staat van baten en lasten

Meerjarenverkenning staat van baten en lasten

    2023 2024 2025 2026 2027 2028
               
rijksbijdragen    86.631   88.729   88.640   88.265   88.518   88.613 
subsidies    10.915   8.223   6.209   6.152   6.129   6.119 
cursusgelden    406   489   489   489   489   489 
bedrijven    2.819   3.764   3.641   3.691   3.577   3.657 
overige    1.645   1.533   1.549   1.549   1.549   1.546 
Totaal baten    102.416   102.739   100.528   100.146   100.262   100.425 
               
personeel    74.559   81.232   79.002   78.855   78.892   79.263 
afschrijvingen    3.805   4.186   4.171   4.184   4.617   4.546 
huisvesting    7.353   8.486   9.039   8.685   8.185   8.185 
overige    11.648   11.305   10.735   10.524   10.525   10.542 
Totaal lasten    97.364   105.208   102.947   102.248   102.219   102.536 
               
Saldo baten en lasten    5.052   -2.469   -2.419   -2.102   -1.957   -2.111 
saldo financiële baten en lasten    101   150   50   -50   -150   -150 
Resultaat voor belasting    5.152   -2.319   -2.369   -2.152   -2.107   -2.261 
belastingen    -   -   -   -   -   - 
resultaat deelneming    -   -   -   -   -   - 
Netto resultaat    5.152   -2.319   -2.369   -2.152   -2.107   -2.261 
Resultaat NPO    -10   -2.619   -1.212       
Gecorrigeerd resultaat NPO    5.162   300   -1.156   -2.152   -2.107   -2.261 
               
Begrote inzet overige bestemmingreserves      463         
Netto resultaat gecorrigeerd op impulsgelden en reserves    5.162   762   -1.156   -2.152   -2.107   -2.261 
               

Belangrijke ontwikkelingen in de meerjarenverkenning zijn:

  • In 2020 is een start gemaakt met de planvorming omtrent de vernieuwbouw van het schoolgebouw in Almelo. In de meerjarenverkenning is rekening gehouden met een oplevering van de nieuwe school begin 2027, met een totale investeringswaarde van 20 mln. Dit resulteert in structureel hogere afschrijvingslasten in 2027 ten opzichte van de jaren daarvoor. De financiële lasten zullen vanaf 2025 significant stijgen naar aanleiding van het besluit tot verbouw/nieuwbouw in Almelo, aangezien het de verwachting is dat vreemd vermogen (ad € 10 mln.) aangetrokken gaat worden ter financiering van de vernieuwbouw. Ook zijn er tijdelijke huisvestingskosten ingerekend die gepaard gaan met de verbouwing van het schoolgebouw.
  • Vanuit het strategisch HR-beleid is de ambitie opgenomen om het carrièreperspectief van docenten te verbeteren. In het verlengde hiervan zijn functiemix-ratio’s vastgesteld ten aanzien van de docentschalen (lb/lc). De financiële impact, jaarlijks ca. € 270K, van het toewerken naar de vastgestelde ratio’s binnen de functiemix zijn doorgerekend in de personeelslasten zoals opgenomen in de meerjarenverkenning.
  • Vanuit positieve resultaten in het verleden zijn bestemmingsreserves gevormd. In de begroting 2024 zijn er onder andere bestemmingsreservegelden gealloceerd voor het faciliteren van de (groene) groei, NPO, passend onderwijs en het strategisch personeelsbeleid. Zodoende blijven deze gelden beschikbaar teneinde de gestelde (strategische) doelen te realiseren. Ook gedurende 2023 zijn uitgevoerde activiteiten gefinancierd vanuit de bestemmingsreserves, zie hiervoor de jaarrekening.
  • De Corona pandemie heeft sinds 2020 grote impact op het onderwijs in het algemeen en daarmee ook op Zone.college. Dit zal de komende jaren ook nog merkbaar blijven. Vanuit het Rijk zijn regelingen in het leven geroepen en is het NPO opgezet. Zodoende zijn daarmee middelen beschikbaar gesteld om de negatieve effecten van de pandemie tegen te gaan of te verzachten. Tot en met kalenderjaar 2022 is het niet gelukt om alle NPO gerelateerde baten volledig om te zetten in geplande activiteiten (kosten). Het verschil tussen de ontvangen NPO gerelateerde baten en de daaraan gerelateerde kosten wordt toegevoegd aan een daarvoor gevormde bestemmingsreserve zodat gedurende de looptijd van de regelingen deze gelden beschikbaar blijven om in te zetten ten behoeve van het wegwerken van (leer)achterstanden. Zoals eerder aangegeven loopt de bestedingstermijn met betrekking tot de NPO gelden voor het vmbo tot en met einde schooljaar 2024-2025 en voor het mbo is dat eind kalenderjaar 2024. In bovenstaande tabel is dit zichtbaar gemaakt als resultaat. Op concern niveau bedroeg het resultaat 2023 met betrekking tot het NPO -/- € 10K.
  • De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs heeft samen met de sociale partner het onderwijsakkoord “Samen voor het beste onderwijs” afgesloten. Daarin is onder andere afgesproken om te investeren in de aanpak van de werkdruk in het voortgezet onderwijs. Dit heeft geresulteerd in een aanvullende bekostiging voor werkdrukverlichting in het voortgezet onderwijs, voor Zone.college is dat jaarlijks ca. € 1.8 mln. jaarlijks. Hiervan kunnen activiteiten uitgevoerd worden die verlaging van de werkdruk tot doel hebben. In de meerjarenverkenning is rekening gehouden met deze additionele middelen en de uit te voeren activiteiten.
  • De gelden voor Strategisch Personeelsbeleid (SHRM) zijn in 2024 volledig beschikbaar gesteld voor de scholen. Vanaf 2025 is er waarschijnlijk een geheel of gedeeltelijke andere bestemming voor deze gelden. Vanaf schooljaar 2025 is rekening gehouden met 50% van de middelen, dit is een afname van ca. € 311K ten opzichte van 2024.
  • Binnen het mbo is naast de reguliere lumpsum sprake van aanvullende bekostiging, namelijk werkagenda mbo (ca. € 5.6 mln. jaarlijks). Deze baten zijn ingerekend in de meerjarenverkenning, hier staan ook lasten tegenover.    
  • In 2024 zijn de zogenaamde Mbo 2 middelen op de post subsidies begroot, deze middelen komen binnen via de regeling kwaliteitsafspraken. Vanaf 2025 worden de Mbo 2 middelen (ca. € 1.1 mln.) toegevoegd aan de rijksbijdragen mbo. De toevoeging van de Mbo 2 middelen (€ 1.1 mln.) is niet direct zichtbaar bij de rijksbijdragen 2025, omdat er sprake is van een daling in de mbo- studentaantallen t.o.v. bekostigingsjaar 2024 (76 ongewogen studenten minder, impact ca. € 1.2 mln. minder rijksbijdragen).
  • Met betrekking tot het groot onderhoud werkte Zone.college een voorziening groot onderhoud volgens de egalisatiemethode. De RJ stel stelt dat vanaf boekjaar 2024 de verwerking van groot onderhoud plaats moet vinden via de componentenbenadering. Voor de verslaggevingsjaren 2020 tot en met 2023 is een zogenaamde overgangsregeling van kracht. Vanaf 2024 zal Zone.college overgaan naar het activeren en afschrijven van (groot) onderhoud. Deze stelselwijziging aanpassing is nog niet verwerkt in de cijfers van de meerjarenverkenning, zodat aansluiting gehouden wordt met de goedgekeurde begroting 2024. In het jaarverslag 2024 zal de impact inzichtelijk gemaakt worden en worden de consequenties hiervan verwerkt worden in de meerjarenverkenning.
  • De contractactiviteiten die vanuit de stichting Groei.zone worden ontplooid kennen in de meerjarenverkenning een lichte omzetgroei. De beoogde omzetgroei zal nagenoeg geen effect hebben op de verhouding tussen de publieke en private omzet.

A2. Meerjarenbegroting; balans

Meerjarenverkenning balans

    2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028
materiële vaste activa   63.177  62.560   61.518   68.005   69.646   76.336   74.481 
immateriële vaste activa      -   -   -   -     - 
financiële vaste activa   2.182  2.182   2.182   2.182   2.182   2.182   2.182 
vlottende activa   3.180  4.143   3.500   3.500   3.500   3.501   3.500 
Liquide middelen   31.701  31.449   29.804   25.699   26.406   17.108   16.203 
Totaal activa   100.241  100.334   97.005   99.386   101.734   99.127   96.366 
                 
eigen vermogen   72.172  77.325   75.005   72.636   70.484   68.377   66.116 
Algemene reserve   45.981  49.351   50.560   50.127   48.668   46.886   44.803 
Bestemmingsreserve publiek   23.243  24.882   21.338   19.360   18.620   18.270   18.020 
Bestemmingsreserve privaat   2.948  3.091   3.107   3.149   3.196   3.221   3.293 
voorzieningen   7.714  8.009   8.000   8.000   8.000   8.000   8.000 
langlopende schulden   2.458  -   -   4.750   9.250   8.750   8.250 
kortlopende schulden   17.897  15.001   14.000   14.000   14.000   14.000   14.000 
Totaal passiva   100.241  100.334   97.005   99.386   101.734   99.127   96.366 

Meerjarenverkenning kengetallen

Meerjarenverkenning kengetallen   2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028
liquiditeit   1,9  2,4   2,4   2,1   2,1   1,5   1,4 
rentabiliteit   4% 5% -2% -2% -2% -2% -2%
huisvesting   9,7% 10,1% 10,4% 11,1% 10,8% 10,8% 10,6%
solvabiliteit 2   80% 85% 86% 81% 77% 77% 77%
ratio eigen vermogen tov normatief vermogen   95% 99% 95% 85% 76% 73% 70%

Het Ministerie hanteert sinds 2020 een signaleringswaarde om bovenmatig publieke vermogens binnen onderwijsinstellingen te detecteren. Volgens de rekenformule, zoals opgesteld door het Ministerie, is het (publieke) eigen vermogen van Zone.college lager dan het normatieve vermogen. Er is derhalve geen sprake van een bovenmatig publiek eigen vermogen. Het normatieve publieke eigen vermogen is bepaald op € 74.768K. Het daadwerkelijke publieke eigen vermogen bedroeg ultimo 2023 € 74.233K, de ratio bedraagt 99%. 

B.7.2 Risicoparagraaf

B1. Aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem

In het strategisch beleidsplan 2020-2023 zijn de missie, visie, de kernwaarden en de strategische doelen voor Zone.college beschreven. Naast het bepalen van de strategische doelen is er tegelijkertijd sprake van risico’s die het realiseren van de gestelde doelen in de weg kunnen staan. Goed risicomanagement geeft inzicht in de risico’s die de organisatie loopt en de effectiviteit van de beheersmaatregelen die de organisatie inzet om betreffende risico’s te mitigeren. In het kader hiervan wordt periodiek een risico-inventarisatie uitgevoerd. De strategiekaart die hieronder wordt gepresenteerd is daarvan afgeleid.  

De risico-inventarisatie heeft geleid tot 24 strategische risico’s. Daarbij is per risico de (gepercipieerde) kans van optreden en de impact vastgesteld. De strategische risico’s (A t/m X) zijn in bovenstaande afbeelding gekoppeld aan het de strategische doelen. Hierbij is bepaald welke beheersmaatregelen, in opzet aanwezig zijn (of zou moeten zijn), om de gespecificeerde risico’s te mitigeren. In 2024 zal een nieuw strategisch beleidsplan in werking treden. Hierbij zullen ook de daarbij behorende strategische risico’s en beheersmaatregelen in ogenschouw genomen worden.

B2. Beschrijving belangrijkste risico's en onzekerheden

Voor 2023 zijn de meest urgente risico’s oranje gemarkeerd en zijn onder te verdelen naar drie risicogebeurtenissen. Hieronder wordt kort ingegaan op de risicogebeurtenissen:

  • (M/L) Krimp en betaalbaarheid van de opleidingen. Ondanks dat de ontwikkeling van de leerling- en studentenaantallen de komende jaren niet direct tot zorgen leiden wordt er uiteindelijk rekening gehouden met demografische krimp en daarmee wordt de betaalbaarheid van de opleidingen als meest urgent risico aangemerkt. De verwachte toekomstige krimp wordt onder andere opgevangen door onderwijsvernieuwingen, flexibilsering van het personeelsbestand (toekomstbestendig maken organisatie) en flexibilisering van de huisvesting. In de strategiekaart zijn deze risico’s gealloceerd aan Centraal aangezien de Rijksbijdragen toegekend wordt op instellingsniveau, echter dit risico is van toepassing op alle onderdelen binnen Zone.college.
  • (X) De disbalans tussen gevraagde en aanwezige competenties. Dit risico hangt nauw samen met het risico krapte op de arbeidsmarkt. Het voeren van goed HR-beleid, waarin onder andere leiderschap/coaching-trajecten, scholingsaanbod en het bouwen aan een inspirerende werkomgeving beschreven zijn opgenomen, dragen bij aan het reduceren van het risico. Ondanks de arbeidskrapte en dat er sprake is van moeilijk vervulbare vacatures blijft Zone.college erin slagen om nieuwe goede medewerkers aan zich te binden
  • (J/F/K) Onvoldoende integraliteit in de sturing van de organisatieonderdelen.  Adequate interne communicatie, het optimaliseren van de processen binnen de ondersteuningsorganisatie, het opzetten van een leiderschapsprogramma en meer integrale besturing (door periodieke dialoog directeuren versus bestuur) zijn beheersmaatregelen die de kans op uiting van dit risico verkleinen. 

Zoals hierboven bij risico 3 is beschreven wordt ingezet op een meer integrale besturing waarbij de strategische doelen en strategische risico’s expliciet betrokken worden in de periodieke rapportages en gesprekken tussen het bestuur en de directeuren. Hierdoor is er niet alleen aandacht voor de lopende zaken, betrekking hebbende op de korte termijn zoals financiële verantwoording, maar is er ook aandacht voor de realisatie van de strategische doelen op lange termijn.  

In bijlage 7 is de risico control matrix opgenomen waarin van de drie bovengenoemde risico’s de beheersmaatregelen zijn beschreven die betreffende risico’s dienen te mitigeren.

Operationele activiteiten

De operationele en tactische risico’s worden beoordeeld en gemonitord door middel van activiteiten die voortkomen uit de reguliere planning en control cyclus en maken daarmee onderdeel uit van het risico-raamwerk. Verplichtingen door wet- en regelgeving (compliance risico’s) worden hierbij meegenomen. 

Financiële positie

Zone.college voert een prudent beleid en is mede daardoor in staat tegenslagen op te vangen. De liquiditeit en solvabiliteit zijn goed op orde. Voor de belangrijkste risico’s met impact op de resultaten zijn bestemmingsreserves gevormd, zoals de terugloop van de middelen voor passend onderwijs, de krimp in leerlingen- en studentenaantallen, NPO en calamiteiten. Voor deze risico’s is een inschatting gemaakt van de mogelijke impact om te komen tot een omvang van de bestemmingsreserve. Daarnaast zijn voor de grootste risico’s beheersmaatregelen geformuleerd.

B.7.3 Planning en control

B3. Rapportage en verantwoording

Naast de per risico benoemde beheersmaatregelen is de planning & control cyclus versterkt door de strategische doelen uit het strategisch beleidsplan hierin explicieter op te nemen. De tertiaalrapportages en -gesprekken van directie en bestuur zijn hierdoor niet alleen gericht op jaarplannen maar ook op lange termijn doelen en risico’s. Doel hiervan is ook dat in de dialoog teamleider-directeur meer aandacht is voor de lange termijn doelen en risico’s. De tertiaalrapportages dienen ook als verantwoording richting de RvT, als toezichthoudend orgaan, en medezeggenschap (Ondernemingsraad). In het verslag van de RvT geeft de RvT aan op welke wijze zij het bestuur ondersteunt en/of adviseert over de beleidsvraagstukken en de financiële situatie.

Allocatie middelen

De ontvangen bekostiging wordt door het College van Bestuur volledig gealloceerd aan het onderwijs. Dat wil zeggen dat de bekostiging wordt verdeeld op basis van leerling- en studentaantallen naar de onderwijsgevende organisatieonderdelen. Daarbij wordt ook een afdrachtmodel gehanteerd waarmee de bovenschoolse organisatieonderdelen gefinancierd worden.

B.7.4 Treasury

Naar aanleiding van een wijziging in de Regeling Beleggen, Lenen en Derivaten (OC&W) is in 2021 het treasurystatuut van Zone.college aangepast. Deze is eind 2021 vastgesteld door het college van bestuur en goedgekeurd door de raad van toezicht en heeft een geldigheid van 5 jaar. In het treasurystatuut is het treasurybeleid en de daaraan gerelateerde taken en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd. Het gevoerde treasurybeleid vindt plaats binnen de kaders van de regeling van het Ministerie van OC&W. Hiermee wordt de Regeling beleggen, belenen en derivaten OC&W (gewijzigd d.d. 19 december 2018) nageleefd.

Het treasurystatuut heeft betrekking op de publieke middelen die Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland beheert en de leningen die ze vanuit genoemde stichting ten behoeve van haar publieke taak aangaat. Tevens zijn beleidskaders vastgelegd voor diegenen die bij deze taken en verantwoordelijkheden betrokken zijn. Daarnaast zijn in het treasurystatuut afspraken vastgelegd over de beheersing van rentekosten en risico’s, financierings- en beleggingsvraagstukken. 

Treasury heeft bij Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland primair als doel het beheersen van financiële risico’s en het optimaliseren van financieringsopbrengsten. Een secundair doel is het reduceren van financieringskosten. De primaire doelstelling van Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland is het verzorgen van goed onderwijs, zoals vastgelegd in de statuten van de stichting. Als gevolg hiervan is het financieren en beleggen ondergeschikt en dienend aan de primaire doelstelling. De algehele doelstelling voor de treasury-functie bij Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland is dat deze de financiële continuïteit van de organisatie waarborgt. Gedurende het verslagjaar hebben zich geen liquiditeitsproblemen voorgedaan.

In 2023 zijn de voorbereidingen getroffen om over te gaan op schatkistbankieren. Begin 2024 zal dit geëffectueerd worden, waarbij de (overtollige) liquide middelen aangehouden gaan worden bij het Ministerie van Financiën.  Deelnemende instellingen, waaronder Zone.college, regelen het betalingsverkeer via de eigen (huis)banken.

Gedurende 2023 is bij Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland sprake van de volgende beleggingen en leningen:

  • Beleggingen: Er is geen sprake van beleggingen. De liquide middelen zijn in het verslagjaar in eerste instantie belegd in rekening courant en spaarrekeningen bij banken met dubbel A status (Rabobank, ING en ABN-Amro). Er is geen sprake van derivaten of overige financiële producten.
  • o/g Leningen: Voor de financiering van de nieuwbouw Doetinchem in 2018 zijn hypothecaire leningen aangetrokken met een looptijd van 10 jaar. Jaarlijks wordt op deze leningen afgelost. Gedurende 2023 zijn deze leningen volledig afgelost. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar de jaarrekening.

De uitvoering van de treasury-functie is door het college van bestuur belegd bij de manager financiën. Daarnaast wordt het college van bestuur, bij treasury aangelegenheden, geadviseerd door de treasury-commissie. De samenstelling van deze commissie bestaat uit het lid college van bestuur met de portefeuille financiën en de concern controller. 

Versie:
v6.2.23

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report