Spring naar inhoud

Mbo

​B.3.1 Mbo studentenaantal

Het totaal aantal (ongewogen) mbo-studenten is gedaald van 3.105 naar 2.994. Het totaal aantal BOL-studenten (studenten die een beroepsopleidende leerweg volgen) is gedaald van 2.355 naar 2.218. Het aantal BBL-studenten (studenten die een beroepsbegeleidende leerweg volgen) is gestegen van 751 naar 776.

Ontwikkeling totaal aantal mbo-studenten

  2019 2020 2021 2022 2023
BBL 698 654 682 751 776
BOL 2.424 2.392 2.428 2.354 2.218
Totaal 3.122 3.046 3.110 3.105 2.994

Ontwikkeling aantal BOL-studenten per opleidingsniveau

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  BOL 1 BOL 2 BOL 3 BOL 4 Totaal
2019 9 416 645 1354 2424
2020 4 425 622 1341 2392
2021 7 422 685 1314 2428
2022 4 347 677 1326 2354
2023 14 327 611 1266 2218

Verdeling aantal BBL-studenten over de opleidingen in percentages

2023 % BBL
werkveld bloem 5%
werkveld dierverzorging 1%
werkveld doorlopende leerroutes 0%
werkveld geo, data & design 1%
werkveld groen, grond en infrastructuur 11%
werkveld groene ruimte 49%
werkveld natuur, water & recreatie 2%
werkveld paard 10%
werkveld paraveterinair 0%
werkveld sociaal domein 3%
werkveld teelt & technologie 1%
werkveld veehouderij 1%
werkveld voeding 15%
Eindtotaal 100%

​B.3.2 Onderwijskwaliteit

Onderwijsresultaten

Het merendeel (15) van onze beroepsopleidingen voldoen aan de norm die de Inspectie van het Onderwijs hanteert voor de onderwijsresultaten.

Onderwijsresultaten

    Jaarresultaat Diplomaresultaat Startersresultaat
Beroepsopleiding (bc-code) niveau Driejaarsgemiddelde 2019-2022 Driejaarsgemiddelde 2019-2022 Driejaarsgemiddelde 2019-2022
Agro productie, handel en technologie 2 79,5 74,3 89,3
Agro productie, handel en technologie 3 80,1 82,2 84,0
Agro productie, handel en technologie 4 86,6 88,5 92,3
Dierverzorging 2 70,5 64,6 81,9
Dierverzorging 3 64,5 65,9 75,9
Dierverzorging 4 63,0 65,7 78,9
Bloem, groen en styling 2 80,5 77,5 77,6
Bloem, groen en styling 3 75,6 77,8 80,4
Bloem, groen en styling 4 77,0 77,0 77,5
Groene ruimte 2 75,0 71,4 81,2
Groene ruimte 3 67,1 72,8 82,7
Groene ruimte 4 74,4 75,1 85,8
Hoefsmederij 3 64,7 66,7 82,5
Management retail 4 78,2 78,2 81,5
Paardensport en -houderij 3 58,2 59,3 68,8
Paardensport en -houderij 4 59,2 59,0 78,4
Verkoop 2 72,2 68,8 92,3
Voeding 2 92,1 90,4 93,9
Voeding 3 71,3 71,4 82,2
Voeding 4 69,6 74,0 78,1

Extra aandacht nodig

De opleiding Hoefsmederij niveau 3 voldoet niet aan de norm van de Inspectie van het Onderwijs op het gebied van de onderwijsresultaten. Wel gaat het om een ‘kleine’ opleiding qua studentenaantallen, dus het effect van één student die de instelling zonder diploma verlaat is groot op de rendementscijfers.  De hogere uitstroom komt door het specifieke karakter van de opleiding. Veel studenten stromen uit vanwege de fysieke arbeid die moet worden uitgevoerd. Uitstroom naar een ander niveau is binnen deze opleiding niet mogelijk. Daarnaast verlaten sommige studenten de opleiding eerder, omdat zij als ZZP’er aan het werk gaan.

Ook de opleidingen Paardensport en Paardenhouderij niveau 3 en 4 voldoen niet aan de norm van de Inspectie van het Onderwijs op het gebied van de onderwijsresultaten. De uitstroomredenen zijn divers, waardoor het moeilijk is om eenduidige oplossingsrichtingen te vinden. In de eerste helft van 2023 heeft het onderwijsteam Paard (Zwolle en Lonneker) een verbeterplan 2023-2025 opgesteld. In de tweede helft van 2023 zijn vijf werkgroepen aan de slag gegaan om de resultaten per thema te verhogen. De 5 thema’s zijn: Voorlichting, Welkom!, Organisatie, Autonomie en Orde & structuur.

Tenslotte voldoen de beroepsopleidingen Dierverzorging niveau 3 en niveau 4 niet aan de norm van de Inspectie van het Onderwijs op het gebied van de onderwijsresultaten. Om de onderwijsresultaten te verbeteren, scherpen we de studieadviesgesprekken aan, om zo de instroom te reguleren.

​B.3.3 Kwaliteitsagenda

Inleiding

In het Bestuursakkoord 2018-2022 heeft de minister van OCW iedere mbo-instelling gevraagd een Kwaliteitsagenda op te stellen. Het doel van de Kwaliteitsagenda is verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Hierbij moet het regionale werkveld worden betrokken. Ook moeten de onderwijsinstellingen invulling geven aan de landelijk gestelde speerpunten ter verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.

In augustus 2018 is Zone.college ontstaan uit een fusie tussen de Groene Welle en AOC-Oost. De Kwaliteitsagenda die we in 2018 en 2019 opstelden, gaf een impuls aan het meerjarenplan voor ons mbo. In 2019 keurde de Commissie Kwaliteitsafspraken MBO onze Kwaliteitsagenda goed. In 2020, 2021 en 2022 hebben we op alle fronten gewerkt aan de uitvoering ervan. Onze nieuwe kwaliteitsagenda heeft de looptijd 2024-2027. In de nieuwe strategische agenda van Zone.college zullen speerpunten als (meer) maatwerk (LLO), inclusiever onderwijs, praktijkrijk onderwijs, technologie een plek krijgen, waarbij samenwerking (in- en extern) en de wendbaarheid (organisatie en personeel) belangrijke aspecten zijn. Deze speerpunten blijven goed aansluiten bij de prioriteiten van de kwaliteitsagenda. Dit betekent dat 2023 een overgangsjaar is geweest. Voor veel maatregelen betekent dit dat er inbedding en doorontwikkeling heeft plaats gevonden in 2023.In bijlage 10 is de verantwoording van de besteding van de middelen van de kwaliteitsagenda opgenomen. 

Drie pijlers, 21 maatregelen

Aan onze Kwaliteitsagenda 2018-2022 lagen drie pijlers ten grondslag:

  1. Co-creatie met partnerbedrijven;
  2. Lokaalloos of praktijk-rijk leren;
  3. Zelforganiserende onderwijsteams.

De maatregelen zijn vanuit en met de werkvelden geformuleerd en alle maatregelen hadden in meer of mindere mate impact op de landelijke speerpunten:

  • Jongeren in kwetsbare posities;
  • Gelijke kansen;
  • Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst;
  • Doelmatige en duurzame organisatie van groene opleidingen.

Goede resultaten; bestendigen en doorontwikkelen

Van veertien maatregelen zijn de doelen volledig of grotendeels behaald. In 2023 heeft verdere inbedding, doorontwikkeling plaats gevonden. Van vijf maatregelen zijn de doelen beperkt behaald en van twee maatregelen zijn de doelen nagenoeg niet behaald. De onderstaande tabel geeft aan wat ‘de opbrengst’ in 2022 was en wat er in 2023 op de maatregelen is gebeurd.

Van de zeven maatregelen waarvan de doelen in 2022 nagenoeg niet of in beperkte mate waren behaald, liggen de hoofdoorzaken voor een groot deel buiten onze directe invloed (bijvoorbeeld COVID-19, samenwerking met externe partijen, reputatie/imago van de sector). In 2023 is hier echter blijvend op ingezet, m.u.v. maatregel 6).

In de tabel hieronder een overzicht van het resultaat van de periode 2018-2022 en de acties in 2023 met een toelichting onder de tabel.

Nr. Werkveld Maatregel Resultaat 2018-2022 2023
1 Bloem Opleiding herinrichten met een specifieke hotspot Volledig behaald Doorontwikkeling lesmateriaal
2 Dierverzorging N4 Dierverzorging naar een hoger plan brengen Beperkt behaald Verder gewerkt aan kwaliteit
3 Dierverzorging Praktijklocaties uitbreiden Volledig behaald Continuering en bestendiging
4 Dierverzorging Aanbod softskills versterken Volledig behaald Continuering en bestendiging
5 Groen Uitbreiden entree- en N2- opleiding Volledig behaald Continuering
6 Groen Bijscholen Waterschappen Bijna volledig behaald Geen verdere actie
7 Groen Hotspot groen creëren Grotendeels behaald Doorontwikkelen
8 Groen Opzetten Urban Green Grotendeels behaald Doorontwikkelen
9 GGI Herbezinning opleidingslocaties Volledig behaald Bestendigd
10 GGI Opleidingsprogramma vernieuwen Grotendeels behaald Doorontwikkelen
11 GGI Bij- en nascholingsprogramma Beperkt behaald Blijvend aandacht en actie
12 Paard Bij- en nascholingsprogramma Bijna volledig behaald Blijvend aandacht en actie
13 Paard Maatwerk Volledig behaald Doorontwikkelen en bestendigen
14 Paraveterinair Internationalisering Bijna volledig behaald Blijvende aandacht en actie
15 Paraveterinair Honoursprogramma Grotendeels behaald Blijvende aandacht en actie
16 Teelt Vernieuwing aanbod Bijna volledig behaald Blijvende aandacht en actie
17 Veehouderij Leren in de praktijk Volledig behaald Continuering en bestendiging
18 Veehouderij Praktijklocaties en docenten Volledig behaald Continuering en bestendiging
19 Voeding Praktijklocatie Bijna volledig behaald Doorontwikkelen
20 Voeding N4 Voeding & voorlichting ontwikkelen Beperkt behaald Doorontwikkeling
21 Organisatiebreed Professionalisering docenten Beperkt behaald Blijvende aandacht en actie

Toelichting op de maatregelen in bovenstaande tabel

Bloem (maatregel 1)

1. Er staat een stevig concept (visie) en vandaaruit wordt de opleiding verder uitgebouwd. Er zal nog extra tijd nodig zijn om de inhoud volledig uitgewerkt te hebben in modules. De modulaire uitwerking loopt door tot en met schooljaar 2024-2025 en dan is de volledige opleiding modulair ingericht.

Dierverzorging (maatregel 2, 3 en 4)

2. In Deventer is de kop-opleiding ontwikkeld en deze zal in schooljaar 2024-2025 met een nieuwe groep starten. Hiervoor is tijdens de kwaliteitsagenda de start geweest.
3. Tijdens de kwaliteitsagenda is sterk ingezet op het verbinden van praktijklocaties aan de dieropleidingen en van deze locaties wordt nog veel gebruik gemaakt om de opleiding zo praktijkrijk mogelijk aan te bieden.
4. Het aanbod soft skills is geïmplementeerd in de opleiding en is ingebed in de continue doorontwikkeling van de opleiding.

Groen (maatregel 5, 6, 7 en 8)

5. Entree opleiding is aantal opleidingslocaties is toegenomen en het aantal scholen (PRO en VSO) die gebruikmaken van een convenant met betrekking tot examendeelnemers B is ook uitgebreid.
6. Er is een poging gedaan om een samenwerking tussen de onderwijspartners te herijken, maar dit is niet gelukt. Hiervoor is initiatief vanuit Zone.college genomen, maar heeft alleen niet geleid tot een vruchtbare samenwerking.
7. Hotspot is doorgezet en de resultaten zijn geïmplementeerd. Er wordt gewerkt aan een meerjarenplan voor de activiteiten binnen de Hotspot, met ondersteuning vanuit CIV Groen. Het onderzoek naar een opleiding stedelijk groen heeft een vernieuwende impuls gegeven aan de bestaande opleiding Tuin & Landschap, maar geen separate opleiding Urban Green.
8. Eind 2023 en met name in 2024 is gestart met het onderhoud aan het dossier Groene Ruimte, daar is Zone.college vanuit deze maatregel bij betrokken. Daarnaast heeft het onderzoek in deze maatregel de opleiding Geo, Data en Design als nieuwe opleiding binnen Zone.college opgeleverd.

GGI (maatregel 9, 10 en 11)

9. De onderzoeksresultaten hebben ertoe geleid dat we hebben besloten de vier uitvoeringslocaties te handhaven om de opleidingen lokaal te kunnen blijven aanbieden. Wel is er vanwege de kleine omvang van de teams en de efficiëntie gekozen voor twee uitvoeringsteams en zijn operationeel.
10. Er wordt nu gewerkt aan nieuw dossier Groen, Groen en Groene Infra (GGGI) en vanaf 1 augustus 2024 zijn de opleiding Groen en Cultuurtechniek en Agrarisch Loonwerk samengevoegd in GGGI.
11. De ontwikkeling van LLO voor personeel in de sector Groen Grond Infra is weerbarstig. Er zijn gelden beschikbaar, maar men leert vooral door te doen. Er is onvoldoende vraag naar het huidige aanbod. Hierdoor kunnen we als Zone.college niet zoveel betekenen. Temeer omdat IPC Groene ruimte en Cumela vanouds een cursusaanbod hebben. In 2023 is er hier verder geen energie meer op gezet binnen Zone.college.

Paard (maatregel 12 en 13)

12. De wens om op gebied van LLO in de paardensector blijft aanwezig en de ervaringen die daarin zijn opgedaan helpen bij het bepalen van de toekomstrichting, de samenwerking met Groei.zone vraagt veel aandacht waardoor het opzetten van nieuwe cursussen moeizaam verloopt.
13. Maatwerk is vormgegeven binnen Paard en de mogelijkheden voor studenten om in combinatie met hun sportcarrière een opleiding te volgen zijn aanwezig. Daarbij is de uitwisseling van de paardensport en paardenhouderij opleiding mogelijk waardoor studenten passend bij hun wensen een opleidingsrichting kunnen volgen.

Paraveterinair (maatregel 14 en 15)

14. Het internationaal project is in 2023 afgerond waarin materialen ontwikkeld zijn om internationaal en op afstand gezamenlijk onderwijs te kunnen geven. Daarnaast is de studentenmobiliteit weer een vast onderdeel van de opleidingen, waar veel studenten van gebruik maken en zo een waardevolle internationale leerervaring opdoen.
15. Het honoursprogramma eXtra programma is in 2023 doorgezet, waardoor circa tien studenten dit programma konden volgen als verdieping op hun opleiding Paraveterinair. De ambitie is en blijft om dit programma breder in het mbo aan te bieden, daarvoor biedt de nieuwe kwaliteitsagenda mogelijkheden.

Teelt (maatregel 16)

16. Op inhoud zijn mooie modulaire trajecten ontwikkeld die aangeboden kunnen worden aan zij-instromers. Het blijkt heel moeilijk om deze zij-instromers in deze opleidingen te krijgen. Dit is een uitdaging voor de branche- verenigingen, voor Groei.zone en voor Zone.college. Overal is grote vraag naar mensen.

Veehouderij (maatregel 17 en 18)

17. De maatregel is afgerond. Er is ook in 2023 ingezet op verbinden met bedrijven in de regio. Voor de komende jaren gaan we ons nog meer richten op innovaties die in de praktijk plaatsvinden.
18. In 2023 is het curriculum verder ontwikkeld op het thema praktijkrijkleren. De samenwerking met loonwerk is verder uitgebouwd en om het curriculum up-to-date te houden, zijn meer bedrijven aangesloten voor input en innovatie.

Voeding (maatregel 19 en 20)

19. De locatie voor het praktijkcentrum bij het ROC van Twente is niet doorgegaan, maar daarvoor in de plaats is een externe locatie gehuurd in samenwerking met het ROC van Twente. Bij elkaar gaat dit om 1.800 m2. Enkele verbouwingen hebben plaatsgevonden en het bedrijfsleven levert apparatuur. Deze ruimte wordt vanaf voorjaar 2024 officieel in gebruik genomen.

20. In 2023 is voortbordurend op de ontwikkeling een inhoudelijke overstap gemaakt naar leefstijl en gezondheid. In oktober 2023 is de cross-over voeding & leefstijl met voeding & voorlichting samengevoegd tot een nieuw kwalificatiedossier. Dit nieuwe dossier heet ‘Voeding en leefstijladviseur’. Dit sluit inhoudelijk goed aan bij de beweging die al was ingezet.

Organisatiebreed (maatregel 21)

21. Zone.academie krijgt een steeds betere plek in de organisatie, waar alle scholing en ontwikkeling bij elkaar komt. Elk jaar worden conferenties georganiseerd voor het gehele mbo die door Zone.academie vormgegeven worden, in opdracht van het managementteam van het mbo. Het standaardaanbod van cursussen wordt steeds groter en het regelen van maatwerk loopt ook steeds beter. De docenten weten Zone.academie beter te vinden en vanuit Zone.academie kan hierop een passend programma gemaakt worden.

Speerpunt 'Jongeren in kwetsbare posities'

Elf van onze maatregelen (de maatregelen 1, 3, 4, 5, 6, 8, 13, 16, 17, 19 en 21 in bovenstaande tabel) hadden en hebben impact op jongeren in kwetsbare posities.

Speerpunt 'Gelijke kansen'

Twaalf van onze maatregelen (de maatregelen 1, 2, 3, 4, 5, 9, 13, 14, 15, 16, 17 en 20 in bovenstaande tabel) hadden en hebben enige impact op gelijke kansen. Bij negen van deze maatregelen waren de doelen gerealiseerd of grotendeels gerealiseerd. Dat geldt niet voor de maatregelen 2, 14 en 16.

Speerpunt 'Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst’

Vijftien van onze maatregelen (de maatregelen 1, 3, 4, 6, 7, 10, 11, 12, 14, 16, 17, 18, 19, 20 en 21 in bovenstaande tabel) hadden en hebben enige impact op het landelijke speerpunt 'Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst’. Van tien maatregelen zijn de doelen behaald of grotendeels behaald.

Speerpunt ‘Doelmatige en duurzame organisatie van groene opleidingen’

Zestien van onze maatregelen (de maatregelen 1, 2, 3, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 16, 17, 18, 19 en 21 in bovenstaande tabel) hadden en hebben enige impact op het speerpunt ‘Doelmatige en duurzame organisatie van groene opleidingen’. Van elf maatregelen zijn de beoogde resultaten behaald of grotendeels behaald. Voor vijf maatregelen is dat niet het geval, te weten de maatregelen 2, 6, 11, 12, 16.

Feedback van studenten

Met de JOB-monitor meten we de studenttevredenheid 1x per twee jaar. In 2024 wordt dit weer uitgevoerd.

Behalve via de JOB-monitor vragen onderwijsteams ook op andere manieren feedback aan studenten, zoals via:

  • Studentarena's. Bij deze methode vragen we studenten, per onderwijsperiode, hoe zij de (door henzelf voorgestelde) onderwijsverbeteringen ervaren. Twee afgevaardigden per klas delen de feedback die ze tijdens de arena uit de klas hebben opgehaald. Studenten uit verschillende jaargangen gaan hierover met elkaar in gesprek. Het onderwijsteam is hierbij slechts toehoorder en neemt de feedback mee.
  • Feed Me-app. Met deze app halen docenten anoniem feedback op bij studenten over het lesgeven. Dit levert input op voor onder andere lesontwerpen binnen het onderwijsteam.
  • Retrospective. Wat mag weg, wat mag minder, wat mag meer, waarmee starten en wat moet blijven? Studenten geven feedback over hoe zij de gang van zaken binnen het onderwijsteam ervaren. De onderwerpen variëren van loopbaangesprekken tot communicatie en van lessen tot stagebezoeken.

Betrokkenheid bedrijfsleven

Het aantal bedrijven dat met ons wil samenwerken neemt toe. Inmiddels werken we in allerlei vormen met meer dan 150 bedrijven samen, dit gaat van onderwijsontwikkeling en langdurige uitvoer van onderwijs tot gastlessen en excursies. De inhoud van de samenwerkingen en de professionaliteit van zowel de bedrijven als ons eigen mbo is gegroeid door de ervaring die met praktijkrijkleren is opgedaan. Met de bedrijven waarmee langdurig wordt samengewerkt sluiten we samenwerkingsovereenkomsten af over het gebruik van bedrijfslocaties en de inzet van vakmensen uit de praktijk in ons onderwijs. De toename van het aantal bedrijven dat met ons samenwerkt is voor ons een signaal dat bedrijven onze koers omarmen.

In alle werkvelden is het bedrijfsleven betrokken bij de uitvoering van de Kwaliteitsagenda. De omvang en intensiteit van die betrokkenheid verschilt en hangt samen met de aard van het werkveld. Het gaat om tientallen bedrijven, zoals melkvee- en varkenshouders, loonwerkbedrijven, dierentuinen, hoveniers, bloemisten, dierenartspraktijken, enzovoort. Verder werken we nauw samen met brancheorganisaties zoals de Koninklijke Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG), Cumela, Glastuinbouw Nederland, Talentboom, LTO Noord en Vereniging Bloemist Winkeliers (VBW).

B.3.3.1 Bestuurlijke reflectie kwaliteitsagenda

In de genoemde pijlers van het mbo is de verbinding gemaakt naar de speerpunten in de kwaliteitsagenda 2018-2022. Sindsdien is er veel gebeurd, zijn er allerlei initiatieven ontplooid en diverse resultaten geboekt. Elk onderwijsteam geeft het onderwijs vorm in co-creatie met het bedrijfsleven. Medewerkers uit het bedrijfsleven dragen mede verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het onderwijs en maken deel uit van onderwijsteams. Op het thema praktijkrijk leren wordt een substantieel deel van het onderwijscurriculum van de student aanvullend aan de beroepspraktijkvorming in het bedrijfsleven vormgegeven. Op het thema zelforganiserende teams voelen de teams een grotere verantwoordelijkheid, zijn gemotiveerd en creatief. Ze stellen de organisatie in staat om daadwerkelijk daadkrachtig, snel en proactief in te spelen op verandering. Binnen zelforganiserende teams sturen de managers niet meer vanuit controle, maar vanuit betrokkenheid. Vanwege de impact van corona op de onderwijsresultaten van onze studenten en het wijzigen van de sturing door managers maakt dat op het thema onderwijskwaliteit er wisselende resultaten door de onderwijsteams zijn geboekt.

De thema’s co-creatie, praktijk-rijk en zelforganisatie toonden aan dat er een brede ontwikkelbehoefte van onze medewerkers was. De professionalisering van onze docenten werd, in tegenstelling tot de meeste andere maatregelen, MBO-breed en uniform uitgevoerd. Vanwege de besturingsfilosofie van zelforganiserende onderwijsteams hebben we bewust niet gekozen voor één organisatie brede aanpak op de overige onderdelen. Het tempo en de mate waarin een werkveld resultaten behaalden waren afhankelijk van de specifieke context. De huidige basis en inrichting van het onderwijs is mede tot stand gekomen door de impuls van de kwaliteitsagenda. Onderwijsteams nemen nu meer dan ooit zelf de regie voor de resultaten van de landelijke beleidsthema’s weergegeven in de kwaliteitsagenda MBO.

Het college van bestuur is tevreden met de resultaten die zijn geboekt.  De impact van corona op ons onderwijs was en is nog steeds bijzonder groot. Het voelt en is enigszins surrealistisch om met dit gegeven terug te blikken naar de realisatie van de ambities van de kwaliteitsagenda uit 2018. Desondanks houden we de ambities als toekomstige richting voor onze nieuwe strategische agenda vast. De mate van realisatie en het waarderen daarvan moeten we niet alleen in het licht van de effecten van corona op onze studenten en medewerkers bezien maar ook in het licht van alle andere maatschappelijke ontwikkelingen. Dat is nog niet eenvoudig. De gevolgen van de snelle en intense ontwikkelingen in onze sector zoals stikstofproblematiek de agrarische sector in zijn algemeenheid, maar ook de geconstateerde mentale gezondheidsproblematiek maken dat het meten van de eindresultaten over ambities maar van beperkte betekenis kunnen zijn. Gezien de context in de periode waarin we de kwaliteitsagenda hebben uitgevoerd.

We zijn onze koers blijven volgen en de samenwerking met nieuwe samenwerkingsverbanden blijven zoeken. Hierdoor hebben we niet alleen een meerwaarde kunnen leveren aan onze studenten maar het groene onderwijs in Nederland met onze partners een kwalitatieve impuls kunnen geven. Onze medewerkers hebben een fantastische wendbaarheid getoond waar we trots op zijn. Gezien alle recente en toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen zal dit nodig blijven.

Kwaliteitsagenda 2024-2027

Vanaf Q2 zijn de voorbereidingen getroffen om te komen tot een nieuwe kwaliteitsagenda. In Q2 en Q3 hebben er verschillende werksessies met betrokkenen uit de organisatie plaatsgevonden. Deze is vervolgens besproken met de medezeggenschapsorganen en verschillende externe stakeholders in de regio. Hun feedback is verwerkt tot een definitieve kwaliteitsagenda welke voor de deadline van 1 oktober 2023 is aangeleverd. In de nieuwe kwaliteitsagenda bouwen we enerzijds voort op de resultaten van de voorgaande en sluiten we aan bij de nieuwe strategische beleidsperiode.

​B.3.4 Maximering aantal studenten

Sinds 1 augustus 2017 is voor het mbo de Wet vroegtijdige aanmelddatum voor en toelatingsrecht tot het beroepsonderwijs van kracht. Deze wet stelt voorwaarden aan het instellen van een gelimiteerd aantal opleidingsplaatsen. Binnen onze instelling geldt dat voor de opleidingen Dierenartsassistent Paraveterinair en Wildlife. De toeleverende scholen hebben we geïnformeerd over onze procedure en we vermelden de instroombeperking op onze website.

Wildlife

Voor de opleiding Wildlife (in Zwolle) beperken we de instroom tot een maximum van 50 studenten. Plaatsing in de opleiding Wildlife gebeurt op volgorde van aanmelding.

Dierenartsassistent Paraveterinair

Voor de opleiding Dierenartsassistent Paraveterinair (in Almelo, Deventer, Doetinchem, Hardenberg en Zwolle) geldt per opleidingslocatie een instroombeperking tot een maximumaantal van 30 studenten. Studenten worden op deze opleiding geplaatst op volgorde van aanmelding.

Procedure

De procedure voor intake en plaatsing is voor de opleidingen Dierenartsassistent Paraveterinair en Wildlife als volgt:

  • De opleidingen maken vóór 1 februari voorafgaand aan de start van het schooljaar in het beleid duidelijk hoe ze omgaan met het beperkte aantal opleidingsplaatsen;
  • Plaatsing in de opleiding gebeurt op basis van volgorde van aanmelding;
  • Aanmeldingen na 1 april worden in volgorde van aanmelding aan de plaatsingslijst toegevoegd;
  • De aangemelde studenten doorlopen direct na 1 april de toelatingsprocedure, zodat snel komt vast te staan of de aanmelding ook tot plaatsing kan leiden. Als dit niet het geval is, kan de plaats worden ingevuld door de volgende op de plaatsingslijst.

​B.3.5 Passend onderwijs mbo

Visie op passend onderwijs

Vanuit onze kernwaarden is het uitgangspunt dat iedere student de kans en mogelijkheid moet krijgen om ongeacht problematiek ambities te kunnen waarmaken, met uitzicht op een realistisch toekomstperspectief. Studenten schrijven zich in om een opleiding te volgen en een diploma te behalen. Bij aanmelding proberen wij in te schatten welke ondersteuning de student nodig heeft. Dit doen we door de inzet van diverse screeningtools en studieadviesgesprekken.  

Organisatie passend onderwijs

Het onderwijsteam (docenten en coaches) zorgt zoveel mogelijk zelf voor de basisbegeleiding van studenten (eerste lijn). Het schoolondersteuningsteam geeft de docenten waar nodig ondersteuning en advies (tweedelijn). Het raadplegen van externe hulp (derdelijn) gebeurt altijd in overleg met het schoolondersteuningsteam op locatie. Wanneer een coach een ondersteuningsvraag heeft voor zijn student, dient hij deze in bij de trajectbegeleider van de locatie. De trajectbegeleider bespreekt de ondersteuningsvraag met het team op de locatie en in gezamenlijkheid bepalen ze welke ondersteuning er vanuit school wordt geboden. Het resultaat van deze aanpak is dat studenten een veilige en meerjarig stabiele leeromgeving krijgen, met korte lijnen naar docenten en ruimte voor individuele begeleiding en leerroutes. Voor docenten betekent het dat ze naast hun vakinhoudelijke kwaliteiten ook andere kwaliteiten kunnen inzetten.

Het schoolondersteuningsteam richt zich bij de ondersteuning voor een student niet alleen op het aanpakken van optredende problemen, maar ook op de preventie hiervan. Er is een toename in de vraag naar passend onderwijs, dit kan zitten in; ondersteuning tijdens de studie en de BPV, maatwerkprogramma’s bieden en betere voorbereiding op werk/stage. Met name jongeren in kwetsbare posities blijken meer moeite te hebben met de onderwijsvorm binnen het mbo. Gebrek aan zelfstandigheid en motivatie en een toename van problemen met het psychisch welbevinden speelden hierbij een rol.

Inrichting van de ondersteuning

De basisondersteuning is verankerd in het primaire proces. Denk aan toets- en examenfaciliteiten, een (sociaal) veilig schoolklimaat, een schoolveiligheidsplan, een rouwprotocol en een studentenservicepunt. Extra ondersteuning wordt geboden onder regie van het schoolondersteuningsteam. Denk aan de inzet van een schoolpsycholoog, schoolmaatschappelijk werker, jeugdarts, plusklasmedewerker, ProFarm-casemanager en trajectbegeleider. Ook zijn maatwerktrajecten mogelijk, zoals aanpassingen in de BPV, training sociale vaardigheden en/of weerbaarheid of een traject van school naar werk. Voor elke student die in beeld is bij het schoolondersteuningsteam wordt een begeleidingsplan gemaakt. Dit plan komt in het leerlingvolgsysteem te staan. We werken daarbij met de PDCA-cyclus. 

Omvang ondersteuning

De mbo onderwijslocaties kennen dezelfde structuur als het gaat om het schoolondersteuningsteam. Het afgelopen jaar is er hard gewerkt aan een eenduidige werkwijze. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de regionale verschillen. Gemiddeld is zo'n 25%-30% van de studenten op de een of andere manier onder de aandacht bij het schoolondersteuningsteam. We constateren een groei voor extra ondersteuning in de plusklassen, doordat studenten concentratieproblemen ondervinden, vaker overprikkeld zijn en/of behoefte hebben aan hulp bij de planning en organisatie van schoolse vaardigheden. Daarnaast is er een groei te zien in de problematiek op het gebied van het welzijn van de student. 

Financiële verantwoording

Het financiële aspect verschilt per locatie/regio. In een aantal gevallen zorgen betrokken samenwerkende gemeenten voor een gedeeltelijke financiering van trajectbegeleiders, jeugdartsen en schoolmaatschappelijk werkers. Ook de beschikbare VSV-gelden verschillen per regio. De rijksgelden voor passend onderwijs zijn versleuteld in de lumpsum en daardoor niet eenvoudig vast te stellen. 

​B.3.6 Examenproducten, keuzedelen en onderwijstijd

Examenproducten

De examenproducten die we in 2023 hebben ingezet voor het examineren van het beroepsspecifieke deel in de mbo-opleidingen, betrokken we bij stichting Groene Norm. Voor het examineren van de generieke taal- en rekeneisen kochten we examens in bij Bureau ICE. In enkele uitzonderingsgevallen examineerden we met binnen Zone.college ontwikkelde examens. Het ging daarbij om examens voor de keuzedelen, waarop de valideringsroute voor het ontwikkelen van examens volgens de collectieve afspraken van de MBO Raad en de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO) nog niet van toepassing was. De examenprogramma’s en (ingekochte) producten zijn vastgesteld volgens onze procedures op basis van de procesarchitectuur examinering van het Kennispunt Onderwijs en Examinering Mbo. Zie verder het examenverslag in bijlage 7.

Aanbodverplichting keuzedelen

Wij geven onze studenten de mogelijkheid om uit een breed aanbod van keuzedelen een keuze te maken om te voldoen aan de keuzedeelverplichting. Wij hebben er niet voor gekozen om af te wijken van de keuzedeelverplichting ten behoeve van persoonlijk, cultureel of levensbeschouwelijk onderwijs. In schooljaar 2022-2023 zijn er bij de examencommissie 18 verzoeken ingediend voor niet-gekoppelde keuzedelen. Hiervan zijn 9 verzoeken gehonoreerd en 9 afgewezen. In geen enkel geval was de reden dat het keuzedeel overlapte met de kwalificatie van de student. In alle 9 de gevallen werd het verzoek afgewezen om organisatorische redenen. Uit het totale aanbod van 105 keuzedelen zijn 80 keuzedelen georganiseerd. 

Opleidingsaanbod en arbeidsmarktperspectief

Vanuit arbeidsmarktperspectief is in 2023 het opleidingsaanbod niet gewijzigd.

Afwijking wettelijke onderwijstijd

In 2015 gold al een verkorting van de wettelijke onderwijstijd voor de niveau-2-opleidingen van Veehouderij en Loonwerk. In 2016 besloot het college van bestuur deze verkorting van onderwijstijd ook door te voeren voor onze overige niveau-2-opleidingen. Dit besluit kwam tot stand met input en ondersteuning vanuit de studentenraad, de betreffende sectorraden en het management van de opleidingen. In 2023 is de verkorting van de onderwijstijd opnieuw vastgesteld en opgenomen in de opleidingsplannen voor de niveau-2-opleidingen. Reguliere onderwijstijd krijgt meestal vorm in theorie en gesimuleerde werksituaties. Studenten van niveau-2-opleidingen zullen in de toekomst vooral uitvoerende werkzaamheden verrichten. Deze studenten hebben dan ook veel baat bij leren in authentieke praktijksituaties, waar zij zich een veelheid aan praktische handelingen eigen kunnen maken. Met deze invulling draagt verkorting van de onderwijstijd voor deze groep studenten bij aan de kwaliteit van de opleiding.

B.3.7 Mbo studentenfonds

In 2023 zijn 36 aanvragen gedaan voor financiële ondersteuning vanuit het studentenfonds. Alle aanvragen zijn toegekend.

Omschrijving Aantallen studenten Totaal van de toekenningen Gemiddelde hoogte van de toekenningen
Mbo-studenten die lid zijn van een studentenraad als bedoeld in artikel 8a.1.2 WEB, van een andere door het bevoegd gezag ingestelde medezeggenschapsstructuur of van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid Aanvragen; 0 Toekenningen; 0 € 0 € 0
       
Mbo-studenten die activiteiten verrichten op bestuurlijk of maatschappelijk gebied die naar het oordeel van het bevoegd gezag mede in het belang zijn van de instelling of van het onderwijs dat de student volgt Aanvragen; 0 Toekenningen; 0 € 0 € 0
       
Mbo-studenten, die of waarvan diens wettelijk vertegenwoordigers, aantoonbaar onvoldoende financiële middelen hebben voor de aanschaf van onderwijsbenodigdheden waarover de student geacht wordt zelf te beschikken Aanvragen; 36 Toekenningen; 36 € 14.582 € 405
       
Mbo-studenten die in verband met de aanwezigheid van een bijzondere omstandigheid studievertraging hebben opgelopen Aanvragen; 0 Toekenningen; 0 € 0 € 0
Versie:
v6.2.23

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report