Spring naar inhoud

Grondslagen voor waardering van activa, passiva en resultaatbepaling

​C.4 Grondslagen voor waardering van activa en passiva

Algemeen

Algemene toelichting
De statutaire naam is Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland. In de toelichtingen in de jaarrekening gebruiken we de naam Zone.college.

Activiteiten
De activiteiten van onze instelling en haar groepsmaatschappijen bestaan voornamelijk uit het verzorgen van onderwijs in het vmbo en mbo.

Stelselwijzigingen
In 2023 heeft er geen stelselwijziging plaatsgevonden.

Schattingswijzigingen
In 2023 zijn er geen schattingswijzigingen.

Consolidatie
In de consolidatie staan de financiële gegevens van onze instelling, samen met onze groepsmaatschappijen en andere instellingen waarop wij een overheersende zeggenschap kunnen uitoefenen of waarover wij de centrale leiding hebben. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen waarin wij overheersende zeggenschap, direct of indirect, kunnen uitoefenen doordat wij beschikken over de meerderheid van de stemrechten of op enig andere wijze de financiële en operationele activiteiten kunnen beheersen. Hierbij houden we ook rekening met potentiële stemrechten die direct kunnen worden uitgeoefend op balansdatum. De groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop wij een overheersende zeggenschap kunnen uitoefenen of waarover wij de centrale leiding hebben, betrekken we voor 100% in de consolidatie. Het aandeel van derden in het groepsvermogen en in het groepsresultaat vermelden we afzonderlijk. De in onze consolidatie inbegrepen groepsmaatschappijen zijn:

  • Stichting Groei.zone; per 31 december 2023 is het aantal medewerkers 10 (8,48 fte) (2022: 7,48 fte);
  • Groene Onderwijsdiensten B.V., Lochem (100%). Geen medewerkers in dienst.

Intercompany-transacties, intercompany-winsten en onderlinge vorderingen en schulden tussen groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen worden geëlimineerd, voor zover de resultaten niet door transacties met derden buiten de groep zijn gerealiseerd. Ongerealiseerde verliezen op intercompany-transacties worden ook geëlimineerd, tenzij er sprake is van een bijzondere waardevermindering.

Verbonden partijen
Alle rechtspersonen waarover wij overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kunnen uitoefenen, beschouwen we als verbonden partij. Rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen, statutaire directieleden en nauwe verwanten zijn verbonden partijen. We lichten van betekenis zijnde transacties met verbonden partijen toe, voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden hebben plaatsgevonden. Hiervan lichten we de aard en de omvang van de transactie toe en ook andere informatie die nodig is om inzicht te verschaffen.

Toelichting op het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht hebben we opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen. Kasstromen in vreemde valuta hebben we omgerekend tegen een geschatte gemiddelde koers. Koersverschillen op geldmiddelen tonen we afzonderlijk in het kasstroomoverzicht. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen staan onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde dividenden staan onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten. Onder de investeringen in materiële vaste activa staan alleen de investeringen waarvoor in 2023 geldmiddelen zijn opgeofferd; daarnaast hebben we de desinvesteringen hierop gecorrigeerd.

Schattingen
Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat onze bestuurders zich over verschillende zaken een oordeel vormen en schattingen maken die belangrijk kunnen zijn voor de bedragen in de jaarrekening. Waar het noodzakelijk is voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht, hebben we de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva

Algemeen
De geconsolideerde en enkelvoudige jaarrekening hebben we opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en Hoofdstuk 660 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving en de stellige uitspraken van de overige hoofdstukken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, die uitgegeven zijn door de Raad voor de Jaarverslaggeving. Verder hebben we rekening gehouden met de bepalingen in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen.

Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de aanschaf- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Daar waar we geen specifieke waarderingsgrondslag hebben vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht staan referenties. Met deze referenties verwijzen we naar de toelichting.

De bedragen in de jaarrekening zijn afgerond op hele euro's.

Continuïteit
De jaarrekening is gebaseerd op de continuïteitsveronderstelling.

Vergelijking met voorgaand jaar
De gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.

Immateriële vaste activa
In 2023 was er geen sprake van immateriële vaste activa.

Materiële vaste activa 

Bedrijfsgebouwen en terreinen
Bedrijfsgebouwen en terreinen worden gewaardeerd volgens aanschafwaarde, verminderd met lineair berekende afschrijvingen, gebaseerd op de verwachte economische levensduur. In het jaar van investeren wordt naar tijdsgelang afgeschreven. Op terreinen wordt niet afgeschreven. We houden rekening met bijzondere waardeverminderingen. De vervaardigingsprijs bestaat uit de aanschaffingskosten van grond en hulpstoffen en kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de vervaardiging inclusief installatiekosten. Verder hebben we besloten de desinvesteringen te baseren op basis van een ideaalcomplex. Vanwege de geografische spreiding van locaties en het aantal investeringen, wegen de kosten van het bijhouden op basis van werkelijkheid namelijk niet op tegen de baten. Voor de toekomstige kosten van groot onderhoud aan de bedrijfsgebouwen hebben we een voorziening voor groot onderhoud gevormd.

Overige vaste activa

Overige vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen.

Financiële vaste activa

Deelnemingen
Deelnemingen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien in een deelneming invloed van betekenis wordt uitgeoefend (meer dan 20%), wordt deze gewaardeerd tegen nettovermogenswaarde. Deze is te berekenen door de activa, voorzieningen en schulden te waarderen en het resultaat te berekenen op basis van de voor de moederstichting geldende waarderingsgrondslagen. Voor ingehouden winsten van tegen nettovermogenswaarde gewaardeerde deelnemingen, waarover niet vrijelijk beschikt kan worden, vormen we een wettelijke reserve. Als de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, waarderen we deze op nihil. Wanneer en voor zover wij in deze situatie geheel of gedeeltelijk instaan voor de schulden van de deelneming, of het stellige voornemen hebben om de deelneming tot betaling van schulden in staat te stellen, treffen we hiervoor een voorziening.

Acquisities en desinvesteringen van groepsmaatschappijen
Vanaf de overnamedatum nemen we de resultaten en de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen vennootschap op in de geconsolideerde jaarrekening. De overnamedatum is het moment dat overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend op de desbetreffende vennootschap.

De verkrijgingsprijs bestaat uit het geldbedrag of het equivalent hiervan dat is overeengekomen voor de verkrijging van de overgenomen onderneming, vermeerderd met eventuele direct toerekenbare kosten. Wanneer de verkrijgingsprijs hoger is dan het nettobedrag van de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva, activeren we het meerdere als goodwill  onder de immateriële vaste activa. Is de verkrijgingsprijs lager dan het nettobedrag van de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva, dan nemen we het verschil (negatieve goodwill) als overlopende passiefpost op.

De maatschappijen die in de consolidatie betrokken zijn, blijven in de consolidatie opgenomen tot het moment dat zij worden verkocht; deconsolidatie vindt plaats op het moment dat de beslissende zeggenschap wordt overgedragen.

Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa
Wij beoordelen op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn voor bijzondere waardevermindering van een vast actief. Wanneer dergelijke indicaties aanwezig zijn, stellen we de realiseerbare waarde van het actief vast. Is het niet mogelijk om de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, dan bepalen we de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde.

Voor het vastgoed beoordelen we in voorkomende gevallen of een breed onderzoek naar bijzondere waardevermindering moet plaatsvinden.

Vorderingen
Vorderingen waarderen we bij eerste verwerking tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Na eerste verwerking waarderen we vorderingen tegen de geamortiseerde kostprijs. Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn, bepalen we de reële waarde aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en baseren we rente-inkomsten ten gunste van de staat van baten en lasten op de effectieve rente. Voorzieningen wegens oninbaarheid brengen we in mindering op de boekwaarde van de vordering.

Liquide middelen
De liquide middelen bestaan uit kas en banktegoeden en waarderen we tegen de nominale waarde. De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de rechtspersoon.

Eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit algemene reserves en bestemmingsreserves en/of -fondsen. Hierbij maken we onderscheid tussen publieke en private middelen.

De algemene reserve is een buffer ter waarborging van de continuïteit van de school. Deze buffer bestaat uit resultaatbestemming van overschotten en tekorten die ontstaan uit het verschil tussen de toegerekende baten en de werkelijke gemaakte kosten.

De publieke bestemmingsreserves zijn reserves met een beperktere, door het bestuur aangebrachte bestedingsmogelijkheid.
De bestemmingsreserve privaat is gevormd voor de cursussen die wij leveren aan onze klanten die zich kwalificeren als private activiteit. Dat wil zeggen dat wij deze niet mogen financieren met publieke middelen. Het financiële resultaat van deze cursussen kwalificeert zich daarom als privaat vermogen.

Voorzieningen

Algemeen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.

De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden waar mogelijk gewaardeerd tegen de contante waarde. Voor een aantal voorzieningen doen we dit op basis van de nominale waarde, die naar verwachting noodzakelijk is om de verplichtingen af te wikkelen.

Personeelsvoorzieningen
Ambtsjubilea - De voorziening voor ambtsjubilea wordt opgenomen tegen de contante waarde (rentepercentage 3,5%) van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. Bij de berekening van de voorziening houden we onder meer rekening met de blijfkans.
Generatiepact - De Generatiepact-voorziening wordt opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitstroom van middelen. Bij de berekening van de voorziening houden we onder meer rekening met de blijfkans. De regeling generatiepact bestaat niet meer en zal de komende jaren aflopen.
Voorziening verlof - De voorziening verlof wordt - op basis van de nominale waarde  - gevormd door kansberekening toe te passen op mogelijke toekomstige uitstroom van middelen als gevolg van niet genoten verlofuren.
Voorziening langdurig zieken - De voorziening vanwege loondoorbetaling bij ziekte wordt gevormd voor op de  balansdatum bestaande verplichtingen om in de toekomst beloningen door te betalen aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend of geheel niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid. De voorziening loondoorbetaling bij ziekte wordt opgenomen tegen de nominale waarde van de verwachte loondoorbetalingen gedurende het dienstverband.
Voorziening seniorenverlof - De voorziening seniorenverlof is gevormd voor de toekomstige rechten van medewerkers van 57 jaar of ouder op verlof. De medewerker heeft recht op verlof als hij voldoet aan de in de cao vermelde voorwaarden. De hoogte van de voorziening wordt bepaald door voor de werknemers vanaf 52 jaar de toekomstige kosten in te schatten op basis van de deelnamekans en deelname. De voorziening is opgenomen tegen de contante waarde (rentepercentage 3,5%).
Wachtgeld - Jaarlijks maken we op basis van directe salariskosten, monitoring- en begeleidingskosten een actuele risicoinschatting voor latente verplichtingen voor 10 jaar vooruit, inclusief de bijbehorende schuldstand. De voorziening wachtgeld is opgenomen tegen de nominale waarde.
Voorziening spaarverlof - Voor 1 medewerker geldt nog een 'oud' recht op ADV-spaarverlof. De opbouw van deze verlofuren heeft al plaatsgevonden; ze worden jaarlijks op basis van benutting in mindering gebracht.
Voorziening transitievergoedingen - Medewerkers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst hebben bij beëindiging van het dienstverband recht op een transitievergoeding. De voorziening hiervoor vormen we op basis van een inschatting van het aantal medewerkers dat geen contractverlenging krijgt.

Voorziening groot onderhoud
Anders dan staat in hoofdstuk 212 Materiële vaste activa, paragraaf 4, alinea 451 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaglegging, is het voor onderwijsinstellingen voor de boekjaren tot en met 2022 toegestaan om de jaarlijkse toevoegingen aan de voorziening groot onderhoud te bepalen op basis van het voorgenomen groot onderhoud gedurende de gehele planperiode van het groot onderhoud, op het niveau van het onderwijspand gedeeld door het aantal jaren waaruit deze planperiode bestaat. Voorwaarden zijn wel dat de school deze methode al in 2017 toepaste en dat gewaarborgd moet zijn dat de voorziening groot onderhoud gedurende de planperiode niet op enig moment negatief wordt. De overgangsregeling voor de voorziening groot onderhoud wordt verlengd tot en met 2023. 

Langlopende schulden
Langlopende schulden waarderen we bij de eerste verwerking tegen de reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden, nemen we in de waardering bij eerste verwerking op. Na eerste verwerking waarderen we schulden tegen geamortiseerde kostprijs (het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten). Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde verwerken we in de staat van baten en lasten als interestlast. Dit gebeurt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden.

Kortlopende schulden
Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Na eerste verwerking waarderen we de kortlopende schulden tegen geamortiseerde kostprijs (het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten). Dit is meestal de nominale waarde.

Leasing
Bij leasecontracten ligt een groot deel van de voor- en nadelen die aan het eigendom verbonden zijn niet bij de instelling. Deze verantwoorden wij als  operationele leasing. Leasebetalingen verwerken wij, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de leasor, op lineaire basis in de staat van baten en lasten over de looptijd van het contract.

Grondslagen voor bepaling van het resultaat

Algemeen
De baten en lasten rekenen we toe aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Opbrengsten nemen we alleen op als zij op de balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s nemen we in acht voorzover ze hun oorsprong vonden voor het einde van het verslagjaar en ze vóór het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Opbrengstverantwoording

Verlenen van diensten
Opbrengsten uit het verlenen van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

(Rijks)bijdragen
Onder de rijksbijdragen staan de vergoedingen voor de personele en materiële exploitatie, die het ministerie van OCW heeft verstrekt. De ontvangen (normatieve) rijksbijdragen uit hoofde van de basisbekostiging (lumpsum) worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft (in het jaar van toewijzing) volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten.

Niet-geoormerkte OCW-subsidies (subsidies die volledig vrij besteedbaar zijn) verwerken we in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft volledig als baten in de staat van baten en lasten.

Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (G1-doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) verwerken we naar rato van de voortgang (in procenten) van de gesubsidieerde activiteiten in de staat van baten en lasten. De subsidies waarvoor per balansdatum nog niet (alle) activiteiten (prestaties) zijn verricht, verantwoord we onder de vooruit ontvangen subsidies OCW (overlopende passiva) zolang de bestedingstermijn (subsidietijdvak) nog niet is verlopen.

Geoormerkte OCW-subsidies (G2-doelsubsidies met verrekeningsclausule) verantwoorden we ten gunste van de staat van de baten en lasten in het jaar waarvan de werkelijke subsidiabele lasten komen (naar rato van de aan het verslagjaar toe te rekenen werkelijke subsidiabele uitgaven). Niet-bestede middelen verantwoorden we onder de vooruit ontvangen subsidies OCW (overlopende passiva) zolang de bestedingstermijn (subsidietijdvak) nog niet is verlopen. Niet-bestede middelen verantwoorden we onder de kortlopende schulden als schuld aan het ministerie van OCW zodra de bestedingstermijn (het subsidietijdvak) is verlopen.

Overige overheidsbijdragen en –subsidies
Exploitatiesubsidies verantwoorden we als baten in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer zich een gesubsidieerd exploitatietekort heeft voorgedaan. We verantwoorden de baten als het waarschijnlijk is dat deze worden ontvangen en we de condities voor ontvangst kunnen aantonen.

College-, cursus-, les- en examengelden
Onder deze opbrengsten worden de college-, cursus-, les- en examengelden verantwoord op basis van de periode waarin deze zaken zijn verricht of afgenomen.

Overige baten
Onder de overige baten nemen we de vergoedingen op die niet zijn verstrekt door het ministerie van OCW, gemeenten, provincie of andere overheidsinstellingen. Dit zijn baten uit verhuur, detachering, ouderbijdragen en overige baten.

Personeelsbeloningen
Periodiek betaalbare beloningen, lonen, salarissen en sociale lasten verwerken we op grond van de arbeidsvoorwaarden in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan medewerkers respectievelijk de belastingautoriteit.

Pensioenen
Wij hebben een pensioenregeling bij Stichting Pensioenfonds ABP. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing. We betalen premies op verplichte of contractuele basis. ABP hanteert het middelloon als pensioengevende salarisgrondslag. Jaarlijks probeert ABP de pensioenen te verhogen met de gemiddelde stijging van de lonen in de sectoren overheid en onderwijs. Wanneer de dekkingsgraad lager is dan 105% vindt er geen indexatie plaats. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies nemen we op als overlopende activa als dit tot een terugbetaling of een vermindering van toekomstige betalingen leidt. Nog niet betaalde premies nemen we op de balans op als verplichting.

De dekkingsgraad van Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP is per 31 december 2023 volgens de berekeningssystematiek 110,5%.

Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa
Immateriële vaste activa inclusief goodwill en materiële vaste activa schrijven we vanaf het moment van ingebruikneming over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Over terreinen wordt niet afgeschreven. Bij een schattingswijziging van de toekomstige gebruiksduur passen we de toekomstige afschrijvingen aan. Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa zijn bij de afschrijvingen inbegrepen.

Financiële baten en lasten

Rentebaten en rentelasten
Rentebaten en rentelasten verwerken we tijdsevenredig. Daarbij houden we rekening met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten houden we rekening met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen, die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen.

Aandeel in het resultaat van deelnemingen
Resultaten van niet-geconsolideerde deelnemingen hebben we verantwoord overeenkomstig de nettovermogenswaardemethode. Voor zover niet op nettovermogenswaarde wordt gewaardeerd, gaat het resultaat over de in het boekjaar ontvangen dividenden.

Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen
Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen hebben we waar nodig gewijzigd om aansluiting te krijgen bij de geldende waarderingsgrondslagen voor de groep.

Investerings- en beleggingsbeleid

Investeringsbeleid
Wij investeren in onze toekomst. Voornamelijk door te investeren in mensen en in onderwijsontwikkeling. Maar ook met materiële investeringen. Deze investeringen doen we binnen het kader van de jaarlijks opgestelde investeringsbegroting. Bij het opstellen van de investeringsbegroting baseren we ons niet alleen op ons strategisch beleidsplan, maar ook de vervangingsbehoeften en vereisten vanuit veiligheids-, gezondheids-, welzijns en milieu-oogpunt. De investeringen gebaseerd op het strategisch beleidsplan hebben we onderverdeeld in een tweetal categorieën: uitbreidings- en ontwikkelingsinvesteringen. Het college van bestuur stelt de investeringsbegroting vast, rekening houdend met de financieringsplannen en -mogelijkheden.

Beleggingsbeleid (Treasury)
Ons beleggings- en beleningsbeleid is vastgelegd in het Treasurystatuut. Dit statuut richt zich allereerst op het beheersen van de financiële risico’s en het optimaliseren van de financieringsopbrengsten. Secundair doel is het reduceren van financieringskosten. Belangrijke inkadering van beleggingen vindt hierbij plaats. Uit de beleggingen mogen nooit nieuwe risico’s ontstaan. Wij voldoen aan de Regeling beleggen, belenen en derivaten (OCW 2016, gewijzigd d.d. 19 december 2018).

Onze liquide middelen hebben we in het verslagjaar uitsluitend belegd in rekening-courant en spaarrekeningen bij banken met dubbel A-status (Rabobank, ING en ABN AMRO).

Belastingen
De over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belasting is de naar verwachting te betalen belasting over de belastbare winst over het boekjaar. Deze wordt berekend aan de hand van belastingtarieven die zijn vastgesteld op de verslagdatum. Deze vennootschapsbelasting heeft uitsluitend betrekking op de meegeconsolideerde vennootschappen.

Er is geen sprake van tijdelijke verschillen, latenties en compensabele verliezen.

Versie:
v6.2.23

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report