B.3.1 Mbo studentenaantal, lichte groei
Het totaal aantal (ongewogen) mbo-studenten is gestegen van 3.046 naar 3.117. Het totaal aantal BOL-studenten (studenten die een beroepsopleidende leerweg volgen) is licht gestegen; vooral op niveau 3 is een toename van het aantal BOL-studenten te zien. Het aantal BBL-studenten (studenten die een beroepsbegeleidende leerweg volgen) is gestegen van 654 naar 684.
Ontwikkeling totaal aantal mbo-studenten
| 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|
| BOL | 2405 | 2424 | 2394 | 2433 |
| BBL | 661 | 700 | 654 | 684 |
| Totaal | 3066 | 3124 | 3048 | 3117 |
Ontwikkeling aantal BOL-studenten per opleidingsniveau
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
Verdeling aantal BOL-studenten over de opleidingen in percentages
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
B.3.2 Onderwijskwaliteit
Onderwijsresultaten
De inspectie waardeert de onderwijsresultaten van het merendeel (12) van onze beroepsopleidingen als voldoende, en 3 zelfs als goed.
Onderwijsresultaten
| Beroepsopleiding (bc-code) | niveau | Jaarresultaat | Diplomaresultaat | Startersresultaat |
|---|---|---|---|---|
| Driejaarsgemiddelde 2017-2020 | Driejaarsgemiddelde 2017-2020 | Driejaarsgemiddelde 2017-2020 | ||
| Agro productie, handel en technologie | 2 | 82,8 | 78,5 | 91,5 |
| Agro productie, handel en technologie | 3 | 81,6 | 83,4 | 86,6 |
| Agro productie, handel en technologie | 4 | 82,4 | 84,1 | 90,8 |
| Dierverzorging | 2 | 73,6 | 67,6 | 83,1 |
| Dierverzorging | 3 | 74,0 | 75,5 | 81,9 |
| Dierverzorging | 4 | 66,7 | 69,6 | 83,0 |
| Bloem, groen en styling | 2 | 75,0 | 70,2 | 77,4 |
| Bloem, groen en styling | 3 | 76,2 | 79,5 | 75,7 |
| Bloem, groen en styling | 4 | 83,1 | 86,6 | 81,5 |
| Groene ruimte | 2 | 74,2 | 69,3 | 83,7 |
| Groene ruimte | 3 | 63,3 | 70,9 | 82,8 |
| Groene ruimte | 4 | 79,9 | 81,1 | 89,2 |
| Hoefsmederij | 3 | 65,6 | 69,0 | 81,2 |
| Management retail | 4 | 69,6 | 69,6 | 83,1 |
| Paardensport en -houderij | 3 | 60,6 | 60,9 | 69,8 |
| Paardensport en -houderij | 4 | 64,6 | 66,7 | 75,0 |
| Verkoop | 2 | 95,7 | 93,8 | 94,4 |
| Voeding | 2 | 85,9 | 85,9 | 92,4 |
| Voeding | 3 | 74,6 | 77,6 | 86,0 |
| Voeding | 4 | 62,4 | 71,6 | 81,8 |
Extra aandacht nodig
De opleiding Hoefsmederij niveau 3 voldoet niet aan de norm van de inspectie voor de onderwijsresultaten. De hogere uitstroom komt door het specifieke karakter van de opleiding. Veel studenten stromen uit vanwege de fysieke arbeid die moet worden uitgevoerd. Uitstroom naar een ander niveau is binnen deze opleiding niet mogelijk. Daarnaast verlaten sommige studenten de opleiding eerder, omdat zij als ZZP’er aan het werk gaan. Ook de opleidingen Paardensport en Paardenhouderij niveau 3 en 4 voldoen niet aan de norm van de inspectie voor de onderwijsresultaten. De uitstroomredenen zijn divers, waardoor het moeilijk is om eenduidige oplossingsrichtingen te vinden.
Ook de beroepsopleiding Voeding niveau 4 voldoet niet aan de norm van de inspectie voor de onderwijsresultaten. Binnen de leerweg BBL van deze opleiding is bij een bedrijf niet de juiste maatwerkopleiding verkocht. Het aanbod is daarom omgezet naar een cursorisch opleidingstraject, waardoor sprake was van ongediplomeerde uitstroom. Via het afstemmingsoverleg Groei.zone en Voeding BBL is hier nu nadrukkelijk aandacht voor en wordt het onderwijs nauwer betrokken bij de advisering aan klanten. Binnen de leerweg BOL gaat het vooral om ongediplomeerde uitval van studenten voor wie de werkelijkheid niet overeenkomt met de verwachtingen die ze vooraf van de opleiding hadden. In de voorlichting schenken we hier nu extra aandacht aan.
Tenslotte voldoet de beroepsopleiding Dierverzorging niveau 4 niet aan de norm van de inspectie voor de onderwijsresultaten. Om de onderwijsresultaten te verbeteren scherpen we de studieadviesgesprekken aan, om zo de instroom te reguleren. Daarnaast stemmen we met stagebedrijven en met de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) af over de vraag hoe om te gaan met de steeds complexere instroom van studenten in het werkveld Dier.
B.3.3 Kwaliteitsagenda
Inleiding
In het Bestuursakkoord 2018-2022 heeft de minister van OCW iedere mbo-instelling gevraagd een Kwaliteitsagenda op te stellen. Het doel van de Kwaliteitsagenda is verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Hierbij moet het regionale werkveld worden betrokken. Ook moeten de onderwijsinstellingen invulling geven aan de landelijk gestelde speerpunten ter verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.
In augustus 2018 is Zone.college ontstaan uit een fusie tussen de Groene Welle en AOC-Oost. De Kwaliteitsagenda die we in 2018 en 2019 opstelden, gaf een impuls aan het meerjarenplan voor ons mbo. In 2019 keurde de Commissie Kwaliteitsafspraken MBO onze Kwaliteitsagenda goed. In 2020 en 2021 hebben we op alle fronten gewerkt aan de uitvoering ervan. In deze paragraaf lichten we de voortgang op hoofdlijnen toe. Daarbij staan we ook stil bij de resultaten op de landelijke indicatoren die voor elk speerpunt zijn vastgesteld.
Drie pijlers, 21 maatregelen
Aan onze Kwaliteitsagenda liggen drie pijlers ten grondslag:
- Co-creatie met partnerbedrijven
- Lokaalloos of praktijk-rijk leren
- Zelforganiserende onderwijsteams
Bij het opstellen van de Kwaliteitsagenda hebben de werkvelden 21 maatregelen geformuleerd. Dat gebeurde in samenspraak met studenten, bedrijven, docenten en partnerorganisaties. Alle maatregelen hebben in meer of mindere mate impact op de landelijke speerpunten:
- Jongeren in kwetsbare posities;
- Gelijke kansen;
- Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst;
- Doelmatige en duurzame organisatie van groene opleidingen.
Tenuitvoerbrenging
We zijn tevreden over de voortgang van de tenuitvoerbrenging van de Kwaliteitsagenda. Van 14 maatregelen ligt de uitvoering voor of op schema. 7 maatregelen lopen om verklaarbare en goede redenen achter op schema.
De onderstaande tabel schetst de voortgang van de implementatie van elke maatregel op hoofdlijnen.
| Nr. | Werkveld | Maatregel | Voortgang ligt voor op schema | Voortgang ligt op schema | Voortgang ligt achter op schema |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Bloem | Opleiding herinrichten met een specifieke hotspot | x | ||
| 2 | Dierverzorging | N4 Dierverzorging naar een hoger plan brengen | x | ||
| 3 | Dierverzorging | Praktijklocaties uitbreiden | x | ||
| 4 | Dierverzorging | Aanbod softskills versterken | x | ||
| 5 | Groen | Uitbreiden entree- en N2- opleiding | x | ||
| 6 | Groen | Bijscholen Waterschappen | x | ||
| 7 | Groen | Hotspot groen creëren | x | ||
| 8 | Groen | Opzetten Urban Green | x | ||
| 9 | GGI | Herbezinning opleidingslocaties | x | ||
| 10 | GGI | Opleidingsprogramma vernieuwen | x | ||
| 11 | GGI | Bij- en nascholingsprogramma | x | ||
| 12 | Paard | Bij- en nascholingsprogramma | x | ||
| 13 | Paard | Maatwerk | x | ||
| 14 | Paraveterinair | Internationalisering | x | ||
| 15 | Paraveterinair | Honoursprogramma | x | ||
| 16 | Teelt | Vernieuwing aanbod | x | ||
| 17 | Veehouderij | Leren in de praktijk | x | ||
| 18 | Veehouderij | Praktijklocaties en docenten | x | ||
| 19 | Voeding | Praktijklocatie | x | ||
| 20 | Voeding | N4 Voeding & voorlichting ontwikkelen | x | ||
| 21 | Organisatie breed | Professionalisering docenten | x |
Speerpunt 'Jongeren in kwetsbare posities'
11 van onze maatregelen (de maatregelen 1, 3, 4, 5, 6, 8, 13, 16, 17, 19 en 21 in bovenstaande tabel) hebben enige impact op jongeren in kwetsbare posities. De uitvoering van 8 van deze maatregelen ligt voor of op schema.
De uitvoering van maatregel 1 (Opleiding Bloem herinrichten) ligt iets achter op schema. Er wordt veel van het team Green design gevraagd. Naast het uitvoeren van de opleidingen vernieuwen zij de opleidingen drastisch. Het vernieuwen en inhoudelijke verbreden ervan en het vergroten van de keuzevrijheid voor de student, vergt meer tijd dan we hadden voorzien.
Maatregel 6 (Bijscholen Waterschappen) ligt achter op schema omdat de betrokken partijen zich herbezinnen op het vervolg. Aanleiding is de terugtrekking van het CIV Water uit deze samenwerking. Rond de zomer 2021 is met een select groepje overgebleven partners besloten in deze opleiding niet meer in samenwerking te organiseren. Er is onvoldoende draagvlak en vanuit de waterschappen zijn onvoldoende kandidaten in beeld.
In 2021 kwam het team Teelt & technologie weer op sterkte en hebben zij de brancheopleiding Boomteelt ontwikkeld. Ondanks deze mooie stap voorwaarts ligt maatregel 16 (Vernieuwing aanbod Teelt) nog achter op schema. Een volgende stap is werving en uitvoering.
Indicatoren bij dit speerpunt zijn het aantal voortijdig schoolverlaters en het arbeidsrendement van de N2-opleidingen. De ontwikkeling van deze indicatoren toont het volgende beeld:
Indicator voortijdig schoolverlaters 2020-2021 (ocwincijfers.nl VSV-cijferportal ministerie OCW)
| Niveau | Nulmeting | Resultaat | Landelijke norm |
|---|---|---|---|
| N1 | 10,00% | 8,70% | 22,80% |
| N2 | 6,80% | 5,59% | 9,71% |
| N3 | 2,35% | 2,93% | 3,99% |
| N4 | 1,90% | 2,17% | 3,34% |
We voldoen aan de landelijke normen en blijven de voortijdig schoolverlaters (VSV) goed monitoren.
Indicator arbeidsmarktrendement N2-opleidingen 2020-2021 (Bron: DUO kwaliteitsafspraken 2022)
| Werkveld | Nulmeting | Resultaat | Signaalwaarde |
|---|---|---|---|
| Agro | >70% | 69,00% | 70,00% |
| Groen | >70% | 91,00% | 70,00% |
| Bloem | 88,00% | 70,00% | |
| Voeding | 63,00% | 95,00% | 70,00% |
| Dier | 60,00% | 46,00% | 70,00% |
Voor de werkvelden Groen, Bloem en Voeding scoren we ver boven de signaalwaarde. Werkveld Dier scoort onder de signaalwaarde en werkveld Agro ongeveer op de signaalwaarde. We doen nader onderzoek naar de score van het werkveld Dier.
Speerpunt 'Gelijke kansen'
12 van onze maatregelen (de maatregelen 1, 2, 3, 4, 5, 9, 13, 14, 15, 16, 17 en 20 in bovenstaande tabel) hebben enige impact op gelijke kansen. De uitvoering van 8 van deze maatregelen ligt voor of op schema. Dat geldt niet voor de maatregelen 1, 2, 9 en 16.
Zoals we in de vorige paragraaf al hebben toegelicht, loopt maatregel 1 achter op schema omdat van het team Green Design veel wordt gevraagd.
Maatregel 2 (Dierverzorging niveau 4 betere doorstroom) heeft vertraging opgelopen, omdat de accreditatie van de Associate degree meer tijd vergde dan verwacht. De Ad start in het schooljaar 2022-2023.
Maatregel 9 (Herbezinning opleidingslocaties GGI) loopt achter op schema omdat de teamvorming over de locaties heen minder soepel verloopt dan we hadden voorzien.
Maatregel 16 (Vernieuwing aanbod Teelt) liep in 2020 vertraging op, maar heeft in 2021 een inhaalslag gemaakt zoals toegelicht in de voorgaande paragraaf.
Aan het speerpunt 'Gelijke kansen' zijn vijf indicatoren gekoppeld. Hierna tonen we de ontwikkeling daarvan en lichten we ze toe.
Indicator 'Startersresultaat 2020/2021' (Bron: Duo kwaliteitsafspraken 2022)
| Niveau | Nulmeting | Resultaat | Norm |
|---|---|---|---|
| N2 | 85% | 87% | 79% |
| N3 | 86% | 85% | 82% |
| N4 | 87% | 83% | 52% |
Het resultaat op N2 is licht gestegen terwijl de resultaten op N3 en N4 licht zijn gedaald. De ontwikkeling van het startersresultaat geeft geen verontrustend beeld. Onze startersresultaten zitten boven de norm van de onderwijsinspectie. We blijven ze monitoren.
Indicator 'Kwalificatiewinst 2020/2021' (Bron: Duo kwaliteitsafspraken 2022)
| Niveau | Nulmeting | Resultaat |
|---|---|---|
| N2 | 75% | 79% |
| N3 | 72% | 74% |
De kwalificatiewinst is ten opzichte van de nulmeting licht gestegen. We blijven de ontwikkeling volgen.
Indicator 'Opstroom na diploma 2020/2021' (Bron: Duo kwaliteitsafspraken 2022)
| Niveau | Nulmeting | Resultaat | Landelijk gemiddelde nulmeting |
|---|---|---|---|
| E | 53% | 62% | 66% |
| N2 | 36% | 43% | 37% |
| N3 | 19% | 23% | 16% |
| N4 | 34% | 33% | 33% |
De opstroom van de opleidingen E, N2 en N3 is gestegen ten opzichte van de nulmeting. De opstroom E is zodanig gestegen dat die inmiddels bijna op de landelijke norm scoort, net als de scores van N2, N3 en N4. De opstroom van N4 is licht gedaald, maar ligt nog op het landelijk gemiddelde van de nulmeting.
Indicator 'Doorstroom naar mbo/hbo 2019/2020' (Bron: Duo kwaliteitsafspraken 2022)
| Jaar | Aantal |
|---|---|
| 2013 | 108 |
| 2014 | 102 |
| 2015 | 116 |
| 2018 | 116 |
| 2019 | 112 |
De doorstroomcijfers geven een te globaal beeld om conclusies aan te verbinden. Binnen de werkvelden Dier en Paraveterinair heeft doorstroom onze speciale aandacht, omdat de kansen op werk in deze sectoren beperkt zijn. De maatregelen uit de Kwaliteitsagenda die daarmee verband houden zijn:
- Maatregel 2: Dierverzorging, aanbod N4 naar een hoger plan brengen;
- Maatregel 15: Paraveterinair, honoursprogramma.
Indicator 'Succes doorstromers eerste jaar hbo 2019/2020' (Bron: Duo kwaliteitsafspraken 2022)
| Nulmeting | Resultaat |
|---|---|
| 81% | 79% |
Zie voor een toelichting de voorgaande alinea (doorstroom naar mbo/hbo).
Speerpunt 'Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst'
15 van onze maatregelen (de maatregelen 1, 3, 4, 6, 7, 10, 11, 12, 14, 16, 17, 18, 19, 20 en 21 in bovenstaande tabel) hebben enige impact op het landelijke speerpunt 'Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst’. De uitvoering van 10 van deze maatregelen ligt voor of op schema. Van de maatregelen 1, 6, 11, 12 en 16 ligt de uitvoering achter op schema. In de paragraaf over het speerpunt 'Jongeren in een kwetsbare posities' lichten we toe waarom maatregelen 1, 6 en 16 achterlopen op schema. Maatregel 11 (GGI, bij- en nascholing) en 12 (Paard, bij- en nascholing) liggen achter op schema vanwege COVID-19 en een andere prioriteitsstelling voor wat betreft de private markt.
Bij het speerpunt 'Arbeidsmarkt van de toekomst' horen twee indicatoren: het arbeidsmarktrendement en het aandeel BBL-studenten. Hieronder tonen we deze en lichten we ze toe.
Indicator 'Arbeidsmarktrendement alle niveaus 2020/2021'(Bron: Duo kwaliteitsafspraken 2022)
| Niveau | Nulmeting | Resultaat | Signaalwaarde |
|---|---|---|---|
| E | 95% | 70% | |
| N2 | 57% | 78% | 70% |
| N3 | 83% | 78% | 70% |
| N4 | 82% | 79% | 70% |
Voor N3 en N4 geldt dat het rendement iets is afgenomen ten opzichte van de nulmeting, maar niet zorgelijk. Het rendement bij N2 is flink gestegen. Ons arbeidsmarktrendement van alle opleidingsniveaus ligt boven de signaalwaarde. We blijven de ontwikkeling ervan volgen.
Indicator 'Aandeel BBL-studenten 2021/2022' (Bron: Duo kwaliteitsafspraken 2022)
| Niveau | Nulmeting | Resultaat | Landelijk gemiddelde nulmeting |
|---|---|---|---|
| E | 83% | ||
| N2 | 31% | 27% | 40% |
| N3 | 33% | 36% | 43% |
| N4 | 6% | 8% | 9% |
Het aandeel BBL is vrijwel gelijk gebleven en ligt onder het landelijk gemiddelde van de nulmeting.
Doelmatige en duurzame organisatie van groene opleidingen
16 van onze maatregelen (de maatregelen 1, 2, 3, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 16, 17, 18, 19 en 21 in bovenstaande tabel) hebben enige impact op het speerpunt ‘Doelmatige en duurzame organisatie van groene opleidingen’. De uitvoering van 9 van deze maatregelen ligt voor of op schema. Van de maatregelen 1, 2, 6, 9, 11, 12 en 16 loopt de uitvoering achter. Een toelichting daarop is te vinden in de voorgaande paragrafen. Bij het speerpunt 'Jongeren in kwetsbare posities’ staat een toelichting op de voortgang van de maatregelen 1, 6 en 16. De voortgang van maatregelen 2 en 9 lichten we toe onder het speerpunt 'Gelijke kansen’. Bij het speerpunt 'Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst' verklaren we waarom maatregelen 11 en 12 achterlopen op schema.
Feedback van studenten
Met de Job Monitor meten we de studenttevredenheid. De resultaten van de in 2021 gestarte meting zijn niet eerder dan in 2022 beschikbaar. We nemen ze mee in het volgende jaarverslag. Behalve via de JOB-monitor vragen onderwijsteams ook op andere manieren feedback aan studenten, zoals via:
- Studentarena's. Bij deze methode vragen we studenten, per onderwijsperiode, hoe zij de (door henzelf voorgestelde) onderwijsverbeteringen ervaren. Twee afgevaardigden per klas delen de feedback die ze tijdens de arena uit de klas hebben opgehaald. Studenten uit verschillende jaargangen gaan hierover met elkaar in gesprek. Het onderwijsteam is hierbij slechts toehoorder en neemt de feedback mee.
- Feed Me app. Met deze app halen docenten anoniem feedback op bij studenten over het lesgeven. Dit levert input voor onder andere lesontwerpen binnen het onderwijsteam.
- Retrospective. Wat mag weg, wat mag minder, wat mag meer, waarmee starten en wat moet blijven? Studenten geven feedback over hoe zij de gang van zaken binnen het onderwijsteam ervaren. Daarbij gaat het van loopbaangesprekken tot communicatie en van lessen tot stagebezoeken.
Betrokkenheid bedrijfsleven
Het aantal bedrijven dat met ons wil samenwerken neemt toe. Inmiddels zijn het er ongeveer 100; dat zijn er 30 meer dan vorig jaar. Met deze bedrijven sluiten we samenwerkingsovereenkomsten over het gebruik van bedrijfslocaties en de inzet van vakmensen uit de praktijk in ons onderwijs. De toename is voor ons een signaal dat bedrijven onze koers omarmen.
In alle werkvelden is het bedrijfsleven betrokken bij de uitvoering van de Kwaliteitsagenda. De omvang en intensiteit van die betrokkenheid verschilt en hangt samen met de aard van het werkveld. Het gaat om tientallen bedrijven, zoals melkvee- en varkenshouders, loonwerkbedrijven, dierentuinen, hoveniers, bloemisten, dierenartspraktijken, enzovoort. Verder werken we nauw samen met brancheorganisaties zoals de Koninklijke Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG), Cumela, Glastuinbouw Nederland, Talentboom, LTO Noord en Vereniging Bloemist Winkeliers (VBW).
Vertrouwen in het vervolg
In het licht van de omstandigheden (met name COVID-19 en de transitie mbo) is het college van bestuur tevreden over de voorgang van de tenuitvoerbrenging van de Kwaliteitsagenda. Dat is met name te danken aan de manier waarop de medewerkers in het mbo en daarmee de onderwijsteams zich ontwikkelen. De pijlers uit de Kwaliteitsagenda hebben een fundamentele impact op de verwachtingen die we van docenten hebben. Docenten geven niet meer alleen les, maar zijn ook coach van studenten en organisator en ontwikkelaar van onderwijs. Ze werken samen met vakmensen uit het bedrijfsleven en zijn medeverantwoordelijk voor de implementatie van de Kwaliteitsagenda. Bij heel veel teams gaat dat naar tevredenheid of boven verwachting. Er zijn ook teams waarbij de ontwikkeling achterblijft; bij die teams investeren we blijvend fors in begeleiding, opleiding en training. Het college van bestuur heeft er dan ook alle vertrouwen in dat we de gestelde doelen voor 2023 in voldoende mate behalen.
B.3.4 Maximering aantal studenten
Sinds 1 augustus 2017 is voor het mbo de Wet vroegtijdige aanmelddatum voor en toelatingsrecht tot het beroepsonderwijs van kracht. Deze wet stelt voorwaarden aan het instellen van een gelimiteerd aantal opleidingsplaatsen. Binnen onze instelling geldt dat voor de opleidingen Dierenartsassistent Paraveterinair en Wildlife. Op basis van een evaluatie van de aanmeldprocedure van het vorig jaar hebben we de procedure aangepast. De toeleverende scholen hebben we hierover geïnformeerd en we vermelden de instroombeperking op onze website.
Wildlife
Voor de opleiding Wildlife (in Zwolle) beperken we de instroom tot een maximum van 50 studenten. Plaatsing in de opleiding Wildlife gebeurt op volgorde van aanmelding.
Dierenartsassistent Paraveterinair
Voor de opleiding Dierenartsassistent Paraveterinair (in Almelo, Deventer, Doetinchem, Hardenberg en Zwolle) geldt per opleidingslocatie een instroombeperking tot een maximumaantal van 30 studenten. Studenten worden op deze opleiding geplaatst op volgorde van aanmelding.
Procedure
De procedure voor intake en plaatsing is voor de opleidingen Dierenartsassistent Paraveterinair en Wildlife als volgt:
- De opleidingen maken vóór 1 februari voorafgaand aan de start van het schooljaar in het beleid duidelijk hoe ze omgaan met het beperkt aantal opleidingsplaatsen;
- Plaatsing in de opleiding gebeurt op basis van volgorde van aanmelding;
- Aanmeldingen na 1 april worden in volgorde van aanmelding aan de plaatsingslijst toegevoegd;
- De aangemelde studenten doorlopen direct na 1 april de toelatingsprocedure, zodat snel komt vast te staan of de aanmelding ook tot plaatsing kan leiden. Als dit niet het geval is, kan de plaats worden ingevuld door de volgende op de plaatsingslijst.
B.3.5 Vakwedstrijden en skills
Verschillende werkvelden (Bloem, Groen, Paardenhouderij, Paraveterinair, Dierverzorging, Loonwerk, Voeding) organiseren eigen vakwedstrijden en nemen deel aan landelijke vakwedstrijden van Skills.
Lisanne Potuyt van de mbo-opleiding Green design won in 2020 de voorrondes op Zone.college en mocht in 2021 meedoen aan de landelijke wedstrijd, waar ze als tweede eindigde. Het evenement Skills The Finals kon in 2021 vanwege COVID-19 niet doorgaan, maar gelukkig was er een alternatieve wedstrijd georganiseerd, waaraan naast Zone.college ook studenten van Aeres, Curio, Lentiz, Scalda en Wellant deelnamen.
Op 3 november 2021 was de Skills-wedstrijd Bloem van Zone.college. Jasmijn Klein Oonk won de wedstrijd. De tweede plaats was voor Merit Groot Jebbink. Ook Emma Westenbroek en Ellen de Haan leverden hier een uitstekende prestatie.
In 2021 gingen de regionale en landelijke wedstrijden Tuinaanleg van het mbo niet door. Dat was bijzonder spijtig voor onze studenten Niels Kappert en Kevin Thomassen, die in november 2020 de voorronde van Zone.college hadden gewonnen.
In oktober 2021 was de mbo-voorronde in Almelo. Deze wedstrijd werd gewonnen door Teun Wibbelink en Niels Franssen. In november 2021 plaatste het team van Zone.college zich bij IPC Groene Ruimte voor de landelijke finale.
Op 3 juni 2021 namen drie teams van de locaties Borculo en Almelo deel aan een pilot voor de vmbo-wedstrijd Tuinaanleg van de Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG). Winnaar werd het team Tom Brunsveld en Kevin Buill van Zone.college Borculo.
In december 2021 was de vmbo-voorronde in Almelo. Winnaar werd het team van onze locatie in Enschede met Quint en Vincent. Zone.college is op 2 februari 2022 gastlocatie voor de regionale kwalificatiewedstrijd. De landelijke finale is in maart 2022 in de Jaarbeurs in Utrecht.
Frank Bernsen, student van de opleiding Dierverzorging, mocht als winnaar van de voorrondewedstrijd Dierverzorging meedoen aan de Nationale Skills-wedstrijd. Helaas moest deze wedstrijd worden afgelast. Gelukkig was er op 2 juli 2021 een alternatieve wedstrijd bij Aeres in Almere. Daar behaalde Frank de zilveren medaille.
Férence Mulder van Zone.college won in 2021 de wedstrijd Ondernemer retail. Wij organiseerden deze vakwedstrijd samen met het Wellantcollege, als alternatief voor de Skills-wedstrijd die in 2021 niet doorging. Deze alternatieve wedstrijd is online gerealiseerd. Gelukkig mag Férence in 2022 meedoen met de Skills-wedstrijden Ondernemer retail in Den Haag en Utrecht. Alle tijd die hij in de voorbereiding stopt, kan hij verzilveren met het keuzedeel Persoonlijk Profileren - Voorbereiden op beroepenwedstrijden.
Zone.college organiseerde ook in 2021 weer een wedstrijd Kaasmaken in samenwerking met het bedrijfsleven. De feestelijke prijsuitreiking was op 5 november 2021.
Samen met het Graafschap College en het Berufskolleg Bocholt-West nam Zone.college op 17 november deel aan de Euregionale businessjump.
Yorick Wolbert, Wouter Hekkink, Bart Pouwels en Teun Klaas - studenten Groen, grond & infra uit Almelo - wonnen in maart 2021 de scholenwedstrijd van de jaarlijkse MaïsChallenge. Van de 10 scholenteams behaalden zij de meeste punten op onderdelen zoals inkuilen, kennis over maïsteelt en de beoordeling van hun perceel.
De wedstrijden Cultuurtechnisch Loonwerk en Paardenhouderij konden in 2021 niet doorgaan vanwege de coronamaatregelen. De docenten hebben de vrijgekomen tijd gebruikt voor het organiseren van landelijke wedstrijden. Deze staan nu gepland voor de maanden maart en april 2022 op onze praktijklocatie in Lonneker.
B.3.6 Passend onderwijs mbo
Visie op passend onderwijs
Vanuit onze kernwaarden is het uitgangspunt dat iedere student de kans en mogelijkheid moet krijgen om (ongeacht problematiek) ambities te kunnen waarmaken, met uitzicht op een realistisch toekomstperspectief.
Studenten schrijven zich in om een opleiding te volgen en uiteindelijk zo mogelijk een diploma te behalen. Bij binnenkomst schatten we in welke ondersteuning de student nodig heeft.
Organisatie passend onderwijs
Het onderwijsteam (docenten en coaches) zorgt zoveel mogelijk zelf voor de begeleiding van studenten (eerste lijn). Interne experts geven de docenten waar nodig ondersteuning en advies (tweede lijn). Daartoe worden professionaliseringstrajecten voor docenten ontwikkeld. Het raadplegen van externe hulp (derde lijn) gebeurt altijd in overleg met het ondersteuningsteam. Voor ondersteuning in door interne of externe experts (tweede- of derdelijnsondersteuning) moet de coach een schriftelijk verzoek indienen bij het ondersteuningsteam van de locatie. Dat team bepaalt welke ondersteuning kan worden geboden.
Ook in 2021 kon de ondersteuning van studenten door COVID-19 niet op de normale manier plaatsvinden. Dankzij de flexibiliteit en creativiteit van docenten en studenten heeft het afstandsleren gezorgd voor mooie resultaten. Maar niet bij iedereen; met name jongeren in kwetsbare posities bleken meer moeite te hebben met deze onderwijsvorm. Gebrek aan zelfstandigheid en motivatie en een toename van problemen met het psychisch welbevinden speelden hierbij een rol. Het vroeg veel van ons improvisatievermogen om adequaat in te kunnen spelen op de veranderende regelgeving.
Inrichting van de ondersteuning
De basisondersteuning is verankerd in ons primaire proces. Denk aan toets-en examenfaciliteiten, een (sociaal-) veilig schoolklimaat, een rouwprotocol en een studentenservicepunt. Extra ondersteuning wordt geboden onder regie van het ondersteuningsteam. Denk daarbij aan de inzet van schoolpsycholoog, schoolmaatschappelijk werker, jeugdarts , plusklasbegeleider en trajectbegeleider. Ook zijn maatwerktrajecten mogelijk, zoals een training sociale vaardigheden en/of weerbaarheid of een traject van school naar werk. Voor elke student die in beeld is bij het ondersteuningsteam wordt een plan van aanpak gemaakt. Dit plan komt in het leerlingvolgsysteem te staan. We werken daarbij met de PDCA-cyclus.
Omvang ondersteuning
De onderwijslocaties kennen verschillende vormen en arrangementen van (extra) ondersteuning. We werken in de organisatie onverminderd hard aan locatie-overstijgende afstemming van de ondersteuning. Inmiddels hanteren de verschillende locaties nu ruwweg dezelfde werkwijze. Gemiddeld is zo'n 15% van de studenten op de een of andere manier in beeld van het expertiseteam. Sinds COVID-19 is dat ongeveer 18%. We constateren een groeiende belangstelling voor extra ondersteuning in de plusklassen, doordat studenten motivatieproblemen ondervinden en/of behoefte hebben aan hulp bij de planning en organisatie van schoolse vaardigheden. De extra inzet voor deze studenten halen we momenteel deels uit de subsidiegelden (NPO).
Financiële verantwoording
De financiële input verschilt per locatie/regio. In een aantal gevallen zorgen betrokken samenwerkende gemeenten voor een gedeeltelijke financiering van trajectbegeleiders, jeugdartsen en schoolmaatschappelijk werkers. Ook de beschikbare VSV-gelden verschillen per regio. De gelden voor passend onderwijs zijn versleuteld in de lumpsum en daardoor niet volledig transparant.
B.3.7 Examenproducten, keuzedelen en onderwijstijd
Examenproducten
De examenproducten die we in 2021 hebben ingezet voor het examineren van het beroepsspecifieke deel in de mbo-opleidingen, kochten we in bij stichting Groene Norm. Voor het examineren van de generieke taal- en rekeneisen kochten we examens in bij Bureau ICE. In enkele uitzonderingsgevallen examineerden we met binnen Zone.college ontwikkelde examens. Het ging daarbij om examens voor de keuzedelen, waarop de (overgangsperiode voor de) valideringsroute voor het ontwikkelen van examens volgens de collectieve afspraken in de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO) nog niet van toepassing was. De examenprogramma’s en (ingekochte) producten zijn vastgesteld conform de richtlijnen in de procedure ‘Construeren en vaststellen examenprogramma’. Zie verder het examenverslag in bijlage 7.
Aanbodverplichting keuzedelen
Wij hebben ervoor gekozen om te voldoen aan de keuzedeelverplichting voor persoonlijk, cultureel of levensbeschouwelijk onderwijs. In schooljaar 2020-2021 zijn er bij de examencommissie 39 verzoeken ingediend voor niet-gekoppelde keuzedelen. Hiervan zijn 27 verzoeken gehonoreerd en 12 afgewezen. In één geval was de reden dat het keuzedeel overlapte met de kwalificatie van de student. In de overige 11 gevallen werd het verzoek afgewezen om organisatorische redenen. Uit het totale aanbod van 107 keuzedelen zijn 20 keuzedelen niet gerealiseerd. Voor deze keuzedelen was te weinig belangstelling om ze doelmatig te kunnen organiseren.
Opleidingsaanbod en arbeidsmarktperspectief
Vanuit arbeidsmarktperspectief is in 2021 het opleidingsaanbod niet gewijzigd.
Afwijking wettelijke onderwijstijd
In 2015 gold al een verkorting van de wettelijke onderwijstijd voor de niveau-2-opleidingen van Veehouderij en Loonwerk. In 2016 besloot het college van bestuur deze verkorting van onderwijstijd ook door te voeren voor onze overige niveau-2-opleidingen. Dit besluit kwam tot stand met input en ondersteuning vanuit de studentenraad, de betreffende sectorraden en het management van de opleidingen. In 2021 is de verkorting van de onderwijstijd opnieuw vastgesteld en opgenomen in de opleidingsplannen voor de niveau-2-opleidingen. Reguliere onderwijstijd krijgt meestal vorm in theorie en gesimuleerde werksituaties. Studenten van niveau-2-opleidingen zullen in de toekomst vooral uitvoerende werkzaamheden verrichten. Deze studenten hebben dan ook veel baat bij leren in authentieke praktijksituaties, waar zij zich een veelheid aan praktische handelingen eigen kunnen maken. Met deze invulling draagt verkorting van de onderwijstijd voor deze groep studenten bij aan de kwaliteit van de opleiding.