Spring naar inhoud

Continuïteitsparagraaf

B.7.1 Meerjarenverkenning

A1. Aantallen leerlingen en studenten

    2024 2025 2026 2027 2028 2029
               
aantal leerlingen vmbo    4.757   4.585   4.399   4.280   4.251   4.263 
studenten mbo bol    2.235   2.342   2.367   2.366   2.436   2.436 
studenten mbo bbl    685   683   683   683   683   683 
Totaal aantal    7.677   7.610   7.449   7.329   7.370   7.382 

De al jaren verwachte krimp in leerling- en studentaantallen in het werkgebied van Zone.college vindt zijn weerslag in de geprognosticeerde aantallen, met name in het vmbo. Binnen het mbo compenseert de verwachte groei in aantallen binnen de doorlopende leerlijnen de daling in overig mbo.

A1. Personele bezetting

    2024 2025 2026 2027 2028 2029
onderwijsgevend personeel    636   635   614   594   578   578 
onderwijsondersteunend personeel    193   180   182   179   178   177 
management    19   20   20   20   20   20 
Totaal personeel in fte    848   834   816   794   776   775 

De ontwikkeling van het aantal medewerkers (in fte) kan niet los worden gezien van de ontwikkeling van de leerling- en studentaantallen. Vanaf 2025 dalen de fte-aantallen als gevolg van de daling in leerling- en studentaantallen, in de jaren tot en met 2028 nog deels gecompenseerd door de additionele bezetting, gefinancierd uit incidentele middelen.

A2. Meerjarenverkenning: staat van baten en lasten

    2024 2025 2026 2027 2028 2029
               
rijksbijdragen    91.674   93.239   92.224   92.361   91.812   92.190 
subsidies    9.231   8.864   6.581   6.467   5.832   5.827 
cursusgelden    489   494   494   494   494   494 
bedrijven    3.623   3.056   3.465   3.411   3.436   3.295 
overige    2.131   1.512   1.367   1.334   1.272   1.272 
Totaal baten    107.148   107.165   104.131   104.068   102.847   103.077 
               
personeel    82.558   86.440   83.511   82.278   80.237   80.488 
afschrijvingen    3.795   4.477   4.639   4.720   5.292   5.415 
huisvesting    7.354   8.544   8.287   8.187   7.587   7.587 
overige    11.604   12.304   11.217   11.123   11.086   11.086 
Totaal lasten    105.311   111.765   107.654   106.308   104.202   104.576 
               
Saldo baten en lasten    1.837   -4.600   -3.524   -2.241   -1.355   -1.499 
saldo financiële baten en lasten    1.096   755   555   355   155   155 
Resultaat voor belasting    2.933   -3.845   -2.969   -1.886   -1.200   -1.344 
belastingen    -   -   -   -   -   - 
resultaat deelneming    32   -   -   -   -   - 
Netto resultaat    2.965   -3.845   -2.969   -1.886   -1.200   -1.344 
Resultaat NPO    -2.225   -1.590   -277   -254   -475   - 
Gecorrigeerd resultaat NPO    5.190   -2.255   -2.692   -1.632   -726   -1.344 
               
Begrote inzet overige bestemmingreserves    622   -2.156   -1.414   -904   -308   -398 
Netto resultaat gecorrigeerd op impulsgelden en reserves    4.568   -99   -1.278   -728   -418   -946 

De belangrijkste ontwikkelingen in de meerjarenverkenning (mjv) zijn: 

  • De verwachte krimp in deelnemeraantallen heeft zowel effect op de baten als op de lasten;
  • In 2020 is een start gemaakt met de planvorming omtrent de vernieuwbouw van het schoolgebouw in Almelo. In de mjv is rekening gehouden met de oplevering van de school in 2028, met een totale investeringswaarde van € 20 mln. Dit resulteert in structureel hogere afschrijvingslasten vanaf 2028 ten opzichte van de jaren daarvoor. De financiële lasten zullen vanaf 2026 significant stijgen op basis van de veronderstelling dat vreemd vermogen (€ 10 mln.) aangetrokken zal worden ter financiering van de vernieuwbouw en dat de financiële baten zullen verminderen als gevolg van het lagere saldo liquide middelen als gevolg van de uitgave van het resterende deel.Ook zijn tijdelijke huisvestingskosten (onder andere huur) verondersteld tijdens de verbouwingsperiode;
  • In het strategisch HR-beleid is de ambitie opgenomen om het carrièreperspectief van docenten te verbeteren. In het verlengde hiervan zijn functiemix-ratio’s vastgesteld ten aanzien van de docentschalen (lb/lc). De financiële impact van het toewerken naar de doel-ratio’s binnen de functiemix is opgenomen in de mjv;
  • Vanuit positieve resultaten in het verleden zijn bestemmingsreserves gevormd. In de begroting 2025 zijn er onder andere gelden uit deze reserves gealloceerd voor het faciliteren van (groene) groei, NPO, Basisvaardigheden, Collectieve werkdrukmiddelen, Kwaliteitsagenda en passend onderwijs. Deze gelden blijven beschikbaar om de (strategische) doelen te realiseren.In aanvulling op de begroting 2025 is een additionele allocatie van middelen vanuit de bestemmingsreserves opgenomen ten behoeve van diverse verbeterprojecten in het mbo. Deze projecten hebben betrekking op onderwijsontwikkeling, huisvesting, marketing & communicatie, duurzaamheid en professionalisering van examinering. Deze allocatie leidt tot een additionele cash-out; 
  • De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs heeft met de sociale partner het onderwijsakkoord “Samen voor het beste onderwijs” gesloten. Daarin is onder andere besloten tot een aanvullende bekostiging voor werkdrukverlichting in het voortgezet onderwijs. Voor Zone.college bedraagt deze aanvulling jaarlijks circa € 1,8 mln. In de mjv is rekening gehouden met deze aanvullende middelen en de kosten van de uit te voeren activiteiten;
  • Het mbo ontvangt naast de reguliere lumpsum aanvullende bekostiging voor onder andere voor de regeling “Kwaliteitsafspraken” (circa € 3,6 mln. per jaar), de regeling “Aanvullende middelen studentendaling MBO” (krimpmiddelen, circa € 0,3 mln. per jaar in 2026 en 2027) en overige aanvullende bekostiging (circa € 0,3 mln. per jaar). Deze baten zijn opgenomen in de mjv, net als de lasten die hier tegenover staan;
  • Vanaf 2025 zijn de “niveau 2 middelen” (was € 1,1 mln. per jaar als onderdeel van de Kwaliteitsafspraken) verschoven naar de lumpsum;
  • Er heeft een stelselwijziging plaatsgevonden met betrekking tot grootonderhoud. Voorheen werd gedoteerd aan de voorziening grootonderhoud. Vanaf 2024 vindt dit niet meer plaats en wordt grootonderhoud geactiveerd, waarop vervolgens wordt afgeschreven. De afschrijving is in de eerste jaren na de wijziging lager dan de dotatie daarvoor was. De in het verleden gevormde voorziening is aan de reserves toegevoegd;
  • De contractactiviteiten vanuit Stichting Groei.zone zullen naar verwachting in de prognoseperiode licht in omzet groeien. Deze groei zal nagenoeg geen effect hebben op de verhouding publiek- / private-omzet.

A2. Meerjarenverkenning: balans

    2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
materiële vaste activa    62.560   62.052   61.023   68.874   76.645   73.883   71.108 
immateriële vaste activa    -   -   -   -     -   - 
financiële vaste activa    2.182   2.214   2.214   2.214   2.214   2.214   2.214 
vlottende activa    4.143   3.955   4.000   4.000   4.000   4.000   4.000 
Liquide middelen    31.449   36.050   33.192   27.123   21.966   23.027   23.959 
Totaal activa    100.334   104.271   100.429   102.211   104.825   103.124   101.281 
                 
eigen vermogen    77.324   84.374   80.529   77.561   75.675   74.474   73.131 
Algemene reserve    49.351   53.541   53.420   52.155   51.404   50.956   49.971 
Bestemmingsreserve publiek    24.882   27.793   24.047   22.356   21.199   20.416   20.018 
Bestemmingsreserve privaat    3.091   3.040   3.062   3.049   3.072   3.102   3.142 
voorzieningen    8.009   4.180   4.200   4.200   4.200   4.200   4.200 
langlopende schulden    -  - -  4.750   9.250   8.750   8.250 
kortlopende schulden    15.001   15.717   15.700   15.700   15.700   15.700   15.700 
Totaal passiva    100.334   104.271   100.429   102.211   104.825   103.124   101.281 

A2. Meerjarenverkenning: kengetallen

Meerjarenverkenning kengetallen   2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
liquiditeit    2,4   2,5   2,4   2,0   1,7   1,7   1,8 
rentabiliteit   5% 3% -4% -3% -2% -1% -1%
huisvesting   10,1% 9,3% 9,9% 10,0% 10,0% 10,0% 9,8%
solvabiliteit 2   85% 85% 84% 80% 76% 76% 76%
ratio eigen vermogen tov normatief vermogen   99% 106% 100% 88% 80% 78% 76%

Het Ministerie van OCW hanteert sinds 2020 een signaleringswaarde om bovenmatig publieke vermogens binnen onderwijsinstellingen te detecteren. Het publieke eigen vermogen van Zone.college is ultimo 2024 hoger dan het normatief eigen vermogen (106%), met name als gevolg van de stelselwijzing met betrekking tot groot onderhoud. Zonder deze stelselwijziging zou het eigen vermogen nagenoeg gelijk zijn aan het normatief eigen vermogen (101%). Naar verwachting is het eigen vermogen ultimo 2025 gelijk aan het normatief eigen vermogen. Vanaf 2026 is het eigen vermogen weer onder de norm, met name als gevolg van de vernieuwbouw in Almelo.

Het normatieve publieke eigen vermogen is bepaald op € 76.699.603. Het daadwerkelijke publieke eigen vermogen bedroeg ultimo 2024 € 81.336.144.

B.7.2 Risicoparagraaf

Strategie en strategische risico’s

B1. Aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem

In het najaar van 2024 heeft Zone.college een nieuw strategisch beleidsplan voor de  periode 2024-2028 vastgesteld, met daarin beschreven de missie, de visie en de uitgangspunten voor toekomstgericht onderwijs. Vanuit de strategische koers wordt middels een programmatische aanpak vorm gegeven aan programma’s om op deze gestructureerde wijze de strategische doelen te bereiken. 

Anderzijds is er tegelijkertijd sprake van risico’s die het realiseren van de gestelde doelen in de weg kunnen staan. Goed risicomanagement geeft inzicht in de risico’s die de organisatie loopt en de effectiviteit van de beheersmaatregelen die de organisatie inzet om betreffende risico’s te mitigeren. In het kader hiervan wordt periodiek een risico-inventarisatie uitgevoerd. In 2024 heeft nog geen inventarisatie plaatsgevonden op basis van het nieuwe strategische plan. Overigens is de verwachting dat de strategische risico’s deels ongewijzigd zullen blijven ten opzichte van de vorige inventarisatie. 

Totdat een nieuwe inventarisatie beschikbaar is, wordt gemonitord op de risico’s uit de vorige inventarisatie. Per risico is de (gepercipieerde) kans van optreden en de impact vastgesteld. De strategische risico’s zijn gekoppeld aan de strategische doelen. Hierbij is bepaald welke beheersmaatregelen in opzet aanwezig zijn (of zouden moeten zijn) om de gespecificeerde risico’s te mitigeren.

B2. Beschrijving belangrijkste risico’s en onzekerheden

De meest urgente risico’s uit de bestaande inventarisatie zijn te clusteren naar drie risicogebieden. Hieronder wordt ingegaan op die gebieden:  

  1. Krimp en betaalbaarheid van de opleidingen. Ondanks dat de ontwikkeling van de leerling- en studentaantallen de komende jaren niet direct tot zorgen leiden, wordt er uiteindelijk rekening gehouden met demografische krimp en daarmee wordt de betaalbaarheid van de opleidingen als meest urgente risico aangemerkt. De verwachte toekomstige krimp wordt onder andere opgevangen door onderwijsvernieuwingen, flexibilsering van het personeelsbestand (toekomstbestendig maken van de organisatie) en flexibilisering van de huisvesting. Het risico is gealloceerd aan Centraal aangezien de Rijksbijdragen toegekend wordt op instellingsniveau. Dit risico is echter van toepassing op alle onderdelen binnen Zone.college.
  2. De disbalans tussen gevraagde en aanwezige competenties. Dit risico hangt nauw samen met het risico van krapte op de arbeidsmarkt. Het voeren van goed HR-beleid, waarin onder andere leiderschap/coaching-trajecten, scholingsaanbod en het bouwen aan een inspirerende werkomgeving zijn opgenomen, dragen bij aan het reduceren van het risico. Ondanks de arbeidsmarktkrapte en de situatie dat er moeilijk vervulbare vacatures zijn, blijft Zone.college erin slagen om goede medewerkers aan zich te binden. 
  3. Onvoldoende integraliteit in de sturing van de organisatieonderdelen.  Adequate interne communicatie, het optimaliseren van de processen binnen de ondersteuningsorganisatie, het opzetten van een leiderschapsprogramma en meer integrale besturing (door periodieke dialoog directeuren versus bestuur) zijn beheersmaatregelen die de kans op uiting van dit risico verkleinen. 

Zoals hierboven bij risico 3 is beschreven wordt ingezet op een meer integrale besturing waarbij de strategische doelen en strategische risico’s expliciet betrokken worden in de periodieke rapportages en gesprekken tussen het bestuur en de directeuren. Hierdoor is er niet alleen aandacht voor de lopende zaken, betrekking hebbend op de korte termijn zoals financiële verantwoording, maar is er ook aandacht voor de realisatie van de strategische doelen. 

Operationele activiteiten

De operationele en tactische risico’s worden beoordeeld en gemonitord door middel van activiteiten die voortkomen uit de reguliere planning en control cyclus en maken daarmee onderdeel uit het risico-raamwerk. Verplichtingen door wet- en regelgeving (compliance risico’s) worden hierbij meegenomen.

Financiële positie

Zone.college voert een prudent beleid en is mede daardoor in staat tegenslagen op te vangen. De liquiditeit en solvabiliteit zijn goed op orde. Voor de belangrijkste risico’s met impact op de resultaten zijn bestemmingsreserves gevormd, zoals de terugloop van de middelen voor passend onderwijs, de krimp in leerlingen- en studentenaantallen, NPO en calamiteiten. Daarnaast zijn voor de grootste risico’s beheersmaatregelen geformuleerd.

B.7.3 Planning en control

B3. Rapportage en verantwoording

Naast de per risico benoemde beheersmaatregelen is de planning & control cyclus versterkt door de strategische doelen uit het strategisch beleidsplan hierin explicieter op te nemen. De tertiaalrapportages en -gesprekken van directie en bestuur zijn hierdoor niet alleen gericht op de jaarplannen maar ook op lange termijn doelen en risico’s. Doel hiervan is ook dat in de dialoog teamleider-directeur meer aandacht is voor de lange termijn doelen en risico’s. De tertiaalrapportages dienen ook als verantwoording richting de RvT, als toezichthoudend orgaan, en de medezeggenschap (Ondernemingsraad). In het verslag van de RvT geeft de RvT aan op welke wijze zij het bestuur ondersteunt en/of adviseert over de beleidsvraagstukken en de financiële situatie.  

Allocatie middelen

De ontvangen bekostiging wordt door het College van Bestuur volledig gealloceerd aan het onderwijs. Dat wil zeggen dat de bekostiging wordt verdeeld op basis van leerling- en studentaantallen naar de onderwijsgevende organisatieonderdelen. Daarbij wordt ook een afdrachtmodel gehanteerd waarmee de bovenschoolse organisatieonderdelen gefinancierd worden.

B.7.4 Treasury

Naar aanleiding van een wijziging in de Regeling Beleggen, Lenen en Derivaten (OC&W) is in 2021 het treasurystatuut van Zone.college aangepast. Deze is eind 2021 vastgesteld door het college van bestuur en goedgekeurd door de raad van toezicht en heeft een geldigheid van 5 jaar. In het treasurystatuut is het treasurybeleid en de daaraan gerelateerde taken en verantwoordelijkheden  vastgelegd. Het gevoerde treasurybeleid vindt plaats binnen de kaders van de regeling van het Ministerie van OC&W. Hiermee wordt de Regeling beleggen, belenen en derivaten OC&W (gewijzigd d.d. 19 december 2018) nageleefd.

Het treasurystatuut heeft betrekking op de publieke middelen die Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland beheert en de leningen die ze vanuit genoemde stichting ten behoeve van haar publieke taak aangaat. Tevens zijn beleidskaders vastgelegd voor diegenen die bij deze taken en verantwoordelijkheden betrokken zijn. Daarnaast zijn in het treasurystatuut afspraken vastgelegd over de beheersing van rentekosten en risico’s, financierings- en beleggingsvraagstukken.

Treasury heeft bij Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland primair als doel het beheersen van financiële risico’s en het optimaliseren van financieringsopbrengsten. Een secundair doel is het reduceren van financieringskosten. De primaire doelstelling van Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland is het verzorgen van goed onderwijs, zoals vastgelegd in de statuten van de stichting. Als gevolg hiervan is het financieren en beleggen ondergeschikt en dienend aan de primaire doelstelling. De algehele doelstelling voor de treasury-functie bij Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland is dat deze de financiële continuïteit van de organisatie waarborgt. Gedurende het verslagjaar hebben zich geen liquiditeitsproblemen voorgedaan.

Begin 2024 zijn wij overgestapt op schatkistbankieren.  Met schatkistbankieren  worden (overtollige) liquide middelen aangehouden bij het Ministerie van Financiën. Deelnemende instellingen, waaronder dus Zone.college, regelen het betalingsverkeer via de eigen (huis)banken.

Gedurende 2024 is bij Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland sprake van de volgende beleggingen en leningen:

  • Beleggingen: Er is geen sprake van beleggingen. De liquide middelen zijn in het kader van schatkistbankieren ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Het dagelijkse betalingsverkeer is belegd bij de Rabobank. Er is geen sprake van derivaten of overige financiële producten.
  • o/g Leningen: Er is geen sprake van.

De uitvoering van de treasury-functie is door het college van bestuur belegd bij de manager financiën. Daarnaast wordt het college van bestuur, bij treasury aangelegenheden, geadviseerd door de treasury-commissie. De samenstelling van deze commissie bestaat uit het lid college van bestuur met de portefeuille financiën en de concern controller met aanwezigheid van de manager financiën. Tweemaal per jaar vergadert de treasury commissie.