
B.11.1Meerjarenverkenning
A.1. Ontwikkeling aantal leerlingen en studenten
Aantallen 2025 t/m 2030, gespecificeerd vmbo, mbo bol, mbo bbl
| 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal leerlingen vmbo | 4.653 | 4.659 | 4.558 | 4.507 | 4.475 | 4.340 |
| Studenten mbo bol | 2.260 | 2.317 | 2.278 | 2.282 | 2.304 | 2.304 |
| Studenten mbo bbl | 653 | 642 | 633 | 634 | 631 | 631 |
| Totaal aantal | 7.566 | 7.618 | 7.469 | 7.423 | 7.410 | 7.275 |
De al jaren verwachte krimp in leerling- en studentaantallen in het werkgebied van Zone.college vindt zijn weerslag in de geprognosticeerde aantallen, zowel in de leerlingaantallen in het vmbo, als in de studentaantallen mbo bbl. In de aantallen mbo bol wordt een stijging verwacht. In bovenstaande aantallen is de verwachte groei in aantallen binnen de doorlopende leerlijnen opgenomen.
A.2. Ontwikkeling personeel in fte (gemiddeld)
Aantal fte 2025 t/m 2030, gespecificeerd naar onderwijsgevend, onderwijsondersteunend, management
| 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Onderwijsgevend personeel | 618 | 613 | 614 | 607 | 606 | 609 |
| Onderwijsondersteunend personeel | 193 | 194 | 190 | 186 | 183 | 180 |
| Management | 17 | 20 | 19 | 19 | 19 | 18 |
| Totaal personeel in fte | 828 | 828 | 824 | 813 | 809 | 807 |
De daling van leerling- en studentenaantallen vertaalt zich vanaf 2026 in een geleidelijke afbouw van de formatie. In de eerste jaren wordt deze ontwikkeling deels opgevangen door inzet van incidentele middelen. Deze middelen worden bewust ingezet om de organisatie in staat te stellen de noodzakelijke transitie in onderwijsuitvoering en formatie zorgvuldig en gefaseerd vorm te geven. Parallel hieraan wordt gewerkt aan structurele aanpassingen in de onderwijsorganisatie, zodat de formatie vanaf het moment dat incidentele middelen aflopen in balans is met de structurele bekostiging.
A.3. Meerjarenverkenning: staat van baten en lasten
Staat van baten en lasten 2024 t/m 2030
| 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Rijksbijdragen | 91.674 | 96.149 | 96.322 | 98.226 | 97.332 | 96.266 | 96.859 |
| Subsidies | 9.231 | 8.730 | 6.996 | 6.840 | 6.605 | 6.012 | 6.059 |
| Cursusgelden | 489 | 454 | 416 | 416 | 416 | 416 | 416 |
| Bedrijven | 3.623 | 3.918 | 3.890 | 3.700 | 3.555 | 3.530 | 3.572 |
| Overige | 2.131 | 1.484 | 1.468 | 1.324 | 1.308 | 1.298 | 1.295 |
| Totaal baten | 107.148 | 110.735 | 109.093 | 110.507 | 109.215 | 107.522 | 108.202 |
| Personeel | 82.558 | 87.431 | 88.450 | 89.198 | 88.857 | 89.408 | 89.815 |
| Afschrijvingen | 3.794 | 3.963 | 4.292 | 4.379 | 4.703 | 4.642 | 5.246 |
| Huisvesting | 7.355 | 7.624 | 8.451 | 8.435 | 8.435 | 8.135 | 8.135 |
| Overige | 11.604 | 11.359 | 11.552 | 11.029 | 10.795 | 10.663 | 10.691 |
| Totaal lasten | 105.311 | 110.376 | 112.746 | 113.040 | 112.790 | 112.848 | 113.886 |
| Saldo baten en lasten | 1.837 | 359 | -3.653 | -2.533 | -3.575 | -5.326 | -5.685 |
| Saldo financiële baten en lasten | 1.096 | 848 | 605 | 500 | 0 | -200 | -200 |
| Resultaat voor belasting | 2.933 | 1.207 | -3.048 | -2.033 | -3.575 | -5.526 | -5.885 |
| Belastingen | - | - | - | - | - | - | - |
| Resultaat deelneming | 32 | 35 | - | - | - | - | - |
| Netto resultaat | 2.965 | 1.242 | -3.048 | -2.033 | -3.575 | -5.526 | -5.885 |
De belangrijkste ontwikkelingen in de meerjarenverkenning (mjv) zijn:
- In 2020 is een start gemaakt met de planvorming omtrent de vernieuwbouw van het schoolgebouw in Almelo. In de mjv is rekening gehouden met de oplevering van de school in 2030, met een totale investeringswaarde van € 20 mln. Dit resulteert in structureel hogere afschrijvingslasten vanaf 2030 ten opzichte van de jaren daarvoor. De financiële lasten zullen vanaf 2028 significant stijgen op basis van de veronderstelling dat vreemd vermogen (€ 10 mln.) aangetrokken zal worden ter financiering van de vernieuwbouw en dat het restant uit de beschikbare liquide middelen wordt gefinancierd met lagere rentebaten als gevolg.
- Ook zijn tijdelijke huisvestingskosten (onder andere huur) verondersteld tijdens de verbouwingsperiode;
- In het strategisch HR-beleid is de ambitie opgenomen om het carrièreperspectief van docenten te verbeteren. In het verlengde hiervan zijn functiemix-ratio’s vastgesteld ten aanzien van de docentschalen (lb/lc). De financiële impact van het toewerken naar de doel-ratio’s binnen de functiemix is opgenomen in de mjv;
- De kosten gerelateerd aan de implementatie van de Banenafspraak zijn opgenomen in de mjv;
- Vanuit positieve resultaten in het verleden zijn bestemmingsreserves gevormd. In de begroting 2026 zijn er onder andere gelden uit deze reserves gealloceerd voor het faciliteren van (groene) groei, NPO, Basisvaardigheden, Collectieve werkdrukmiddelen, Kwaliteitsagenda en passend onderwijs. Deze gelden blijven beschikbaar om de (strategische) doelen te realiseren;
- De bekostiging Passend Onderwijs (LWOO gelden vanuit DUO en de bekostiging vanuit samenwerkingsverbanden) neemt naar verwachting de komende jaren substantieel af (in 2030 -/- € 2,1 mln. ten opzichte van 2025). In de voorliggende mjv zijn de financiële effecten hiervan zichtbaar gemaakt. De noodzakelijke aanpassingen in de uitvoering van het onderwijs worden op dit moment geconcretiseerd en financieel doorgerekend en worden verwerkt in een volgende actualisatie van de mjv;
- De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs heeft met de sociale partners het onderwijsakkoord “Samen voor het beste onderwijs” gesloten. Daarin is onder andere besloten tot een aanvullende bekostiging voor werkdrukverlichting in het voortgezet onderwijs. Voor Zone.college bedraagt deze aanvulling jaarlijks circa € 2,0 mln. In de mjv is rekening gehouden met deze aanvullende middelen en de kosten van de uit te voeren activiteiten;
- Bij de prognose van de lumpsum van het mbo is vanwege onvoldoende duidelijkheid geen rekening gehouden met een mogelijk effect van de nieuwe bekostigingsmethodiek (naar verwachting vanaf 2029);
- Het mbo ontvangt naast de reguliere lumpsum aanvullende bekostiging voor onder andere voor de regeling Kwaliteitsafspraken (circa € 3,6 mln. per jaar). Met betrekking tot de bekostiging van de Kwaliteitsafspraken is de verwachting dat deze wordt opgenomen in de lumpsum en daarmee gecontinueerd worden. Deze baten zijn opgenomen in de mjv, net als de lasten die hier tegenover staan;
- Het mbo ontvangt aanvullende bekostiging vanuit de regeling “Aanvullende middelen studentendaling MBO 2025-2027” (krimpgelden Achterhoek Twente). Naar verwachting zullen de middelen (deels) worden opgenomen in de nieuwe bekostigingssystematiek mbo, eventueel na een overgangsjaar. Gezien de onzekerheid over de omvang van die middelen in de nieuwe bekostiging is nog een aanvullende bekostiging in het overgangsjaar 2028 opgenomen en vanaf 2029 niet meer.
A.4. Meerjarenverkenning: balans
Balans 2024 t/m 2030
| 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Materiële vaste activa | 62.052 | 60.867 | 66.819 | 76.242 | 82.143 | 88.079 | 87.232 |
| Immateriële vaste activa | - | - | - | - | - | - | - |
| Financiële vaste activa | 2.214 | 2.249 | 2.249 | 2.249 | 2.249 | 2.249 | 2.249 |
| Vlottende activa | 3.955 | 2.908 | 2.900 | 2.900 | 2.900 | 2.900 | 2.900 |
| Liquide middelen | 36.051 | 40.011 | 30.801 | 19.345 | 19.868 | 8.407 | 3.369 |
| Totaal activa | 104.272 | 106.035 | 102.769 | 100.736 | 107.161 | 101.635 | 95.750 |
| Eigen vermogen | 84.375 | 85.617 | 82.569 | 80.536 | 76.961 | 71.435 | 65.550 |
| Eigen vermogen publiek | 81.337 | 82.617 | 79.541 | 77.508 | 73.946 | 68.401 | 62.397 |
| Eigenvermogen privaat | 3.038 | 3.000 | 3.028 | 3.028 | 3.014 | 3.034 | 3.153 |
| Voorzieningen | 4.180 | 5.294 | 5.200 | 5.200 | 5.200 | 5.200 | 5.200 |
| Langlopende schulden | - | - | - | - | 10.000 | 10.000 | 10.000 |
| Kortlopende schulden | 15.717 | 15.124 | 15.000 | 15.000 | 15.000 | 15.000 | 15.000 |
| Totaal passiva | 104.272 | 106.035 | 102.769 | 100.736 | 107.161 | 101.635 | 95.750 |
De belangrijkste ontwikkelingen in de meerjarenverkenning (mjv) van de balans zijn:
- De boekwaarde van de materiële vaste activa stijgt in de komende jaren fors, met name als gevolg van de vernieuwbouw van locatie Almelo;
- Deze vernieuwbouw wordt deels uit eigen middelen gefinancierd, waardoor het saldo liquide middelen de komen jaren zal afnemen. Daarnaast zal externe financiering aangetrokken worden. In de mjv is verondersteld dat vanaf 2028 € 10 mln langlopende financiering is opgenomen;
- Het eigen vermogen muteert met het geprognosticeerde resultaat.
A.5. Meerjarenverkenning: kengetallen
Kengetallen 2024 t/m 2030
| Signaleringswaarde | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Liquiditeit | <0,5 | 2,5 | 2,8 | 2,2 | 1,5 | 1,5 | 0,8 | 0,4 |
| Omvang liquide middelen (€ 1.000) | < 2.000 | 36.051 | 40.011 | 30.801 | 19.345 | 19.868 | 8.407 | 3.369 |
| Solvabiliteit | <30% | 82% | 83% | 82% | 82% | 74% | 72% | 71% |
| Eigen vermogen t.o.v. normatief eigen vermogen | >100% | 106% | 106% | 95% | 85% | 76% | 68% | 61% |
De Inspectie van het Onderwijs hanteert vanaf het verslagjaar 2022 drie signaleringswaarden om te beoordelen of de betreffende instelling wellicht financiële problemen heeft en de financiële continuïteit in het geding is. Met andere woorden: kan het bestuur/ instelling op korte en middellange termijn aan zijn financiële verplichtingen voldoen? De gehanteerde kengetallen hebben de meest significante voorspellingswaarde.
De kengetallen zijn geen harde normen, maar kunnen voor de Inspectie aanleiding zijn het bestuur nader te bekijken of er wellicht een financieel risico is.
Met uitzondering van de liquiditeit in 2030 zijn de kengetallen in de mjv beter dan de signaleringswaarden van de Inspectie. Gezien het feit dat de financiële effecten van de noodzakelijke aanpassingen binnen de uitvoering van het onderwijs nog niet verwerkt zijn in de mjv en er tot 2030 voldoende tijd is om bij te sturen, heeft het bestuur er vertrouwen in dat het kengetal in werkelijkheid boven de signaleringswaarde zal blijven.
Naast de hiervoor genoemde kengetallen hanteert de Inspectie sinds 2020 een signaleringswaarde om bovenmatig publieke vermogens binnen onderwijsinstellingen te detecteren. Als het feitelijke eigen vermogen meer is dan het vermogen dat een onderwijsinstelling redelijkerwijs nodig heeft om bezittingen te financieren en risico’s op te vangen, kan dat het startpunt zijn van een gesprek over de reserves. Ook deze signaleringswaarde is geen harde norm, het bestuur kan goede redenen hebben om tijdelijk eigen vermogen boven de signaleringswaarde aan te houden. Het publieke eigen vermogen van Zone.college is ultimo 2025 hoger dan het normatief eigen vermogen (106%). Dit hogere eigen vermogen wordt bewust aangehouden om de voorgenomen huisvestingsinvesteringen (waaronder de vernieuwbouw Almelo) te financieren, waarvoor naar verwachting ook externe financiering zal worden aangetrokken. In de mjv is het eigen vermogen vanaf 2026 lager dan het normatief eigen vermogen.
De ontwikkeling van de liquiditeit en de solvabiliteit wordt nauwlettend gemonitord als onderdeel van de reguliere planning- en controlcyclus.
B.11.2Risicoparagraaf
Strategie en strategische risico’s
B1. Aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem
In het najaar van 2024 heeft Zone.college een nieuw strategisch beleidsplan voor de periode 2024-2028 vastgesteld, met daarin beschreven de missie, de visie en de uitgangspunten voor toekomstgericht onderwijs. Vanuit de strategische koers wordt middels een programmatische aanpak vorm gegeven aan programma’s om op deze gestructureerde wijze de strategische doelen te bereiken. In 2025 is prioriteit gegeven aan de realisatie van twee strategische thema’s, te weten meer maatwerk in onderwijs en gerichte aandacht voor diversiteit en inclusiviteit.
Tegelijkertijd is sprake van risico’s die het realiseren van de gestelde doelen in de weg kunnen staan. Goed risicomanagement geeft inzicht in de risico’s die de organisatie loopt en de effectiviteit van de beheersmaatregelen die de organisatie inzet om betreffende risico’s te mitigeren. In het kader hiervan wordt periodiek een risico-inventarisatie uitgevoerd. In 2025 heeft nog geen inventarisatie plaatsgevonden op basis van het nieuwe strategische plan. De inventarisatie is voor begin 2026 gepland. Overigens is de verwachting dat de strategische risico’s deels ongewijzigd zullen blijven ten opzichte van de vorige inventarisatie.
Totdat een nieuwe inventarisatie beschikbaar is, wordt gemonitord op de risico’s uit de vorige inventarisatie. Per risico is de (gepercipieerde) kans van optreden en de impact vastgesteld. De strategische risico’s zijn gekoppeld aan de strategische doelen. Hierbij is bepaald welke beheersmaatregelen in opzet aanwezig zijn (of zouden moeten zijn) om de gespecificeerde risico’s te mitigeren.
B2. Beschrijving belangrijkste risico’s en onzekerheden
De meest urgente risico’s uit de bestaande inventarisatie zijn te clusteren naar drie risicogebieden. Hieronder wordt ingegaan op die gebieden:
- Krimp en betaalbaarheid van de opleidingen. De ontwikkeling van de leerling- en studentaantallen de komende jaren en daarmee de betaalbaarheid van de opleidingen wordt als meest urgente risico aangemerkt. De verwachte toekomstige krimp wordt onder andere opgevangen door onderwijsvernieuwingen, flexibilsering van het personeelsbestand (toekomstbestendig maken van de organisatie) en flexibilisering van de huisvesting. Het risico is gealloceerd aan Centraal aangezien de Rijksbijdragen toegekend wordt op instellingsniveau. Dit risico is echter van toepassing op alle onderdelen binnen Zone.college.
- De disbalans tussen gevraagde en aanwezige competenties. Dit risico hangt nauw samen met het risico van krapte op de arbeidsmarkt. Het voeren van goed HR-beleid, waarin onder andere leiderschaps-/coachingstrajecten, scholingsaanbod en het bouwen aan een inspirerende werkomgeving zijn opgenomen, dragen bij aan het reduceren van het risico. Ondanks de arbeidsmarktkrapte en de situatie dat er moeilijk vervulbare vacatures zijn, blijft Zone.college erin slagen om goede medewerkers aan zich te binden.
- Onvoldoende integraliteit in de sturing van de organisatieonderdelen. Adequate interne communicatie, het optimaliseren van de processen binnen de ondersteuningsorganisatie, het opzetten van een leiderschapsprogramma en meer integrale besturing (door periodieke dialoog tussen directeuren en bestuur) zijn beheersmaatregelen die de kans op uiting van dit risico verkleinen.
Naast de hiervoor genoemde risico’s hebben informatiebeveiliging en privacy voortdurend de aandacht. Het Governance IBP-document van Zone.college beschrijft op gestructureerde wijze hoe deze onderwerpen procesmatig en technisch zijn ingericht binnen de organisatie. Het document volgt een logische opbouw waarin eerst de strategische uitgangspunten, beleidskaders, architectuurprincipes, verantwoordelijkheden en governance-structuren worden vastgelegd. Vanuit deze fundamenten worden vervolgens de belangrijkste risico’s voor de organisatie geïdentificeerd en beoordeeld.
De beschreven risico’s zijn daarmee geen losse onderwerpen, maar volgen rechtstreeks uit de strategische keuzes, afhankelijkheden, technische inrichting en wettelijke verplichtingen van Zone.college. De risicoanalyse is gebaseerd op actuele dreigingen binnen het onderwijsdomein, de afhankelijkheid van digitale dienstverlening, de verwerking van persoonsgegevens en de noodzaak om de continuïteit van onderwijs en bedrijfsvoering te waarborgen.
Binnen het hoofdstuk Risico Management zijn de belangrijkste risico’s verder geconcretiseerd en gekoppeld aan beheersmaatregelen, governance-afspraken en operationele processen. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar zowel organisatorische risico’s (governance en leveranciersafhankelijkheid), technische risico’s (ransomware en identiteitsfraude) als compliance-risico’s (bewaartermijnen en privacywetgeving).
De beschreven maatregelen zijn vervolgens uitgewerkt binnen de onderliggende ITIL-processen, securitymaatregelen, leveranciersprocedures, logging- en monitoringprocessen en periodieke evaluatiecycli. Hierdoor ontstaat een integraal en aantoonbaar samenhangend stelsel van governance, risicobeheersing en technische weerbaarheid dat aansluit op het NBA.
Zoals hierboven bij risico 3 is beschreven, wordt ingezet op een meer integrale besturing waarbij de strategische doelen en strategische risico’s expliciet betrokken worden in de periodieke rapportages en gesprekken tussen het bestuur en de directeuren. Hierdoor is er niet alleen aandacht voor de lopende zaken, betrekking hebbend op de korte termijn zoals financiële verantwoording, maar is er ook aandacht voor de realisatie van de strategische doelen.
Operationele activiteiten
De operationele en tactische risico’s worden beoordeeld en gemonitord door middel van activiteiten die voortkomen uit de reguliere planning en control cyclus en maken daarmee onderdeel uit het risico-raamwerk. Verplichtingen door wet- en regelgeving (compliance risico’s) worden hierbij meegenomen.
Financiële positie
Zone.college voert een prudent beleid en is mede daardoor in staat tegenslagen op te vangen. De liquiditeit en solvabiliteit zijn goed op orde. Voor de belangrijkste risico’s met impact op de resultaten zijn middelen vanuit de bestemmingsreserves beschikbaar, zoals de terugloop van de middelen voor passend onderwijs, de krimp in leerlingen- en studentenaantallen en calamiteiten. Daarnaast zijn voor de grootste risico’s beheersmaatregelen geformuleerd.
B.11.3Planning en control
B3. Rapportage en verantwoording
Naast de per risico benoemde beheersmaatregelen is de planning & control cyclus versterkt door de strategische doelen uit het strategisch beleidsplan hierin explicieter op te nemen. De tertiaalrapportages en -gesprekken van directie en bestuur zijn hierdoor niet alleen gericht op de jaarplannen maar ook op lange termijn doelen en risico’s.
De tertiaalrapportages dienen ook als verantwoording richting de RvT, als toezichthoudend orgaan, en de medezeggenschap (Ondernemingsraad). In het verslag van de RvT geeft de RvT aan op welke wijze zij het bestuur ondersteunt en/of adviseert over de beleidsvraagstukken en de financiële situatie.
Allocatie middelen
De ontvangen bekostiging wordt door het College van Bestuur volledig gealloceerd aan het onderwijs. Dat wil zeggen dat de bekostiging wordt verdeeld op basis van leerling- en studentaantallen naar de onderwijsgevende organisatieonderdelen. Daarbij wordt ook een afdrachtmodel gehanteerd waarmee de bovenschoolse organisatieonderdelen gefinancierd worden.
B.11.4Treasury
Naar aanleiding van een wijziging in de Regeling Beleggen, Lenen en Derivaten (OC&W) is in 2021 het treasurystatuut van Zone.college aangepast. Deze is eind 2021 vastgesteld door het college van bestuur en goedgekeurd door de raad van toezicht en heeft een geldigheid van 5 jaar. In het treasurystatuut is het treasurybeleid en de daaraan gerelateerde taken en verantwoordelijkheden vastgelegd. Het gevoerde treasurybeleid vindt plaats binnen de kaders van de regeling van het Ministerie van OC&W. Hiermee wordt de Regeling beleggen, belenen en derivaten OC&W (gewijzigd d.d. 19 december 2018) nageleefd.
Het treasurystatuut heeft betrekking op de publieke middelen die Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland beheert en de leningen die ze vanuit genoemde stichting ten behoeve van haar publieke taak aangaat. Tevens zijn beleidskaders vastgelegd voor diegenen die bij deze taken en verantwoordelijkheden betrokken zijn. Daarnaast zijn in het treasurystatuut afspraken vastgelegd over de beheersing van rentekosten en risico’s, financierings- en beleggingsvraagstukken.
Treasury heeft bij Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland primair als doel het beheersen van financiële risico’s en het optimaliseren van financieringsopbrengsten. Een secundair doel is het reduceren van financieringskosten. De primaire doelstelling van Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland is het verzorgen van goed onderwijs, zoals vastgelegd in de statuten van de stichting. Als gevolg hiervan is het financieren en beleggen ondergeschikt en dienend aan de primaire doelstelling. De algehele doelstelling voor de treasury-functie bij Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland is dat deze de financiële continuïteit van de organisatie waarborgt. Gedurende het verslagjaar hebben zich geen liquiditeitsproblemen voorgedaan.
Begin 2024 zijn wij overgestapt op schatkistbankieren. Met schatkistbankieren worden (overtollige) liquide middelen aangehouden bij het Ministerie van Financiën. Deelnemende instellingen, waaronder dus Zone.college, regelen het betalingsverkeer via de eigen (huis)banken.
Gedurende 2025 is bij Stichting Groen Onderwijs Oost Nederland sprake van de volgende beleggingen en leningen:
- Beleggingen: Er is geen sprake van beleggingen. De liquide middelen zijn in het kader van schatkistbankieren ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Het dagelijkse betalingsverkeer is belegd bij de Rabobank. Er is geen sprake van derivaten of overige financiële producten.
- o/g Leningen: Er is geen sprake van o/g Leningen.
De uitvoering van de treasury-functie is door het college van bestuur belegd bij de manager financiën. Daarnaast wordt het college van bestuur, bij treasury aangelegenheden, geadviseerd door de treasury-commissie. De samenstelling van deze commissie bestaat uit het lid college van bestuur met de portefeuille financiën en de concern controller met aanwezigheid van de manager financiën. Tweemaal per jaar vergadert de treasury commissie.